Risicobeoordeling onvoorziene lozingen

Risicobeoordeling van onvoorziene lozingen vindt in 3 stappen plaats:

  • doorvoeren stand der veiligheidstechniek (SVT)
  • aanwijzen risicovolle stoffen/installaties en modelleren restrisico's met behulp van Proteus III
  • beoordelen restrisico's aan de hand van referentiekader.

Het beleidskader voor risico's van onvoorziene lozingen naar oppervlaktewater is vastgelegd in het wettelijk aangewezen BBT-document "Integrale aanpak van risico's van onvoorziene lozingen (pdf, 220 kB)" (CIW 2000)

Stand der veiligheidstechniek

Het verkleinen van de risico's begint bij de SVT, dat wil zeggen het niveau van voorzieningen om onvoorziene lozingen, of de gevolgen daarvan, zoveel mogelijk te voorkomen. De SVT voor een aantal activiteiten is vastgelegd in het rapport Beschrijving van de stand der veiligheidstechniek ten behoeve van de preventieve aanpak van de risico's van onvoorziene lozingen (RIZA, 1999)". (pdf, 139 kB) Vervolgens vindt de aanwijzing van de risicovolle stoffen/installaties plaats gevolgd door het modelleren van de restrisico's in Proteus III.

Ondanks het toepassen van de SVT blijven er restrisico's bestaan. Deze worden beschreven in een MRA (milieurisico-analyse). Een voorbeeld MRA inclusief de aanvulling voor drijflagen kunt u onder documenten vinden. In een MRA worden de restrisico's gekwantificeerd met Proteus. Dit model faciliteert en structureert het maken van de milieurisicoanalyse (MRA) en de beoordeling daarvan. Van Proteus is in december 2013 een nieuwe release (III) verschenen. Voor MRA's die na 1 april 2014 worden gemaakt, is het gebruik van Proteus III verplicht.

Aanwijzen risicovolle stoffen/installaties en modelleren risico's in Proteus III

Voordat er gebruik gemaakt wordt van Proteus, moet er eerst worden bepaald welke stoffen en installaties bij een bedrijf als risicovol worden beschouwd. Hoe de drempelwaarden tot stand zijn gekomen, ligt vast in de "Beschrijving methode selectie activiteiten ten behoeve van studie naar risico's onvoorziene lozingen (RIZA 1999). (pdf, 107 kB)

Beoordelen restrisico's aan de hand van referentiekader

Rijkswaterstaat heeft in 1999 een referentiekader voor de beoordeling van de restrisico's onvoorziene lozingen (pdf, 15 MB) ontwikkeld en vastgelegd in de CIW-nota uit 2000. Inmiddels is de werkwijze bij de beoordeling van de MRA's van onvoorziene lozingen behorend bij het BRZO uitgebreid en vastgelegd in een nota "Beoordelingskader restrisico's van onvoorziene lozingen (RWS, 2013)" Deze nota kan worden beschouwd als een verdere uitwerking van de CIW-nota uit 2000. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het vorige kader, betreffen:

  • vaststellen van een stand der veiligheidstechniek voor het beheersen en opruimen van drijflagen
  • ontwikkeling van een referentiekader voor drijflaagvormende stoffen
  • aanpassen van de weegfactoren
  • standaardiseren en uniformeren van de aanpak bij het aantreffen van verhoogde risico's bij bedrijven.

Achtergrondinformatie hierover is te vinden in de documenten:

Voor meer informatie over deze wijzigingen wordt verwezen naar de powerpointpresentatie die gegeven is tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten Proteus III.