Lozingsvoorschriften slachten van dieren

De activiteit "slachten van dieren, uitsnijden van vlees en vis en bewerken van dierlijke bijproducten" in het Activiteitenbesluit heeft betrekking op:

  • het kleinschalig slachten
  • het bewerken van karkassen
  • het uitsnijden van vlees uit karkassen of karkasdelen, en
  • het uitsnijden van vis.

Bij slagers, vishandelaren en poeliers kunnen alle procesonderdelen op ambachtelijke schaal voorkomen, dus slachten, karkassen bewerken en uitsnijden. Bij grotere bedrijven vindt het slachten en het uitsnijden vaak gescheiden plaats.

Het Activiteitenbesluit is alleen van toepassing op ambachtelijk slachten. Via categorie 8 (8.2, onder g) van onderdeel B van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is het maximum gesteld op het slachten van 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week. Voor het uitsnijden is er geen bovengrens; wel zijn er uitsnijderijen die onder de IPPC-richtlijn vallen; dit is het geval bij een productiecapaciteit van meer dan 75 ton per dag.

Een andere grens is het garen of verwerken van vlees. Voor grootschalige bereiding blijft de vergunningplicht gelden. De grens hiervoor is het gebruik van een of meer apparaten met een individueel vermogen groter dan 130 kW. Grootkeukenapparatuur zit over het algemeen ruim onder deze grens. Het bereiden van vlees met dergelijke apparatuur valt onder paragraaf 3.6.1: het bereiden van voedingsmiddelen.

slacht

Vindplaats

§ 3.6.2 Activiteitenbesluit (AB): artikel 3.134 en artikel 3.135, de overgangsbepaling staat in artikel 24y.
§ 3.6.2 in de Ministeriële regeling bij het Activiteitenbesluit: artikel 3.104 en artikel 3.105.

Voor deze activiteit heeft men alleen de lozing op het vuilwaterriool geregeld. Voor lozingen in de bodem of in een hemelwaterriool moeten initiatiefnemers een maatwerkvoorschrift op basis van Artikel 2.2 Activiteitenbesluit aanvragen.

Voor een lozing in oppervlaktewater is een Waterwetvergunning nodig. De waterkwaliteitsbeheerder is in dat geval bevoegd gezag. Afhankelijk van de keur kan dit met een reguliere vergunning (korte procedure volgens de Algemene wet bestuursrecht).

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

Deze activiteit is met Staatsblad 2009, nr. 479 per 1-1-2010 opgenomen in het Activiteitenbesluit en met Staatscourant 2009, nr. 17979, in de ministeriële regeling. De relevante delen uit de nota van toelichting vindt u hier: nota van toelichting bij "Slachten van dieren, ...." (pdf, 28 kB).
de voorschriften zijn aangepast met reparatiebesluit 2014, een aparte rapportage over de toepassing van een vetafscheider is niet meer nodig.

Bekijk een aantal foto's van een kleinschalige slachterij.

Uitgangspunt is altijd BBT (beste beschikbare techniek):

BBT voor de verwijdering van het afvalwater dat ontstaat bij het slachten van dieren is lozen in het vuilwaterriool, nadat het afvalwater door een adequate vetafscheider is geleid. Biologische zuivering voorafgaande aan de lozing is niet toegestaan. Het afvalwater komt qua biologische afbreekbaarheid overeen met huishoudelijk afvalwater.

Verboden en voorwaarden

In het Activiteitenbesluit staat dat men afvalwater waarin dierlijke vetten of plantaardige oliën zitten eerst door een vetafscheiders en slibvangput (volgens NEN-EN 1825-1 en 2) moet leiden. Er bestaat een uitzondering op het verplichte plaatsen van een vetscheider: als dit niet redelijk is gezien de omstandigheden.

Uit de memorie van toelichting blijkt uitdrukkelijk dat het bevoegd gezag van deze mogelijkheid gebruik moet maken. Dit voorkomt dat er onnodig vetafscheiders komen. Wel is dan maatwerk nodig. Wanneer deze lozingssituatie al bestond vóór 1 januari 2013 geldt mogelijk overgangsrecht.

Mest, afkomstig van de geslachte dieren, en pekel, dat niet meer gebruikt kan worden, wordt zoveel mogelijk als vast afval afgevoerd. Hierdoor wordt voorkomen dat het geloosd wordt.

Aanverwante wetgeving

De mest die vrijkomt in een slachterij moet in gesloten verpakkingen worden opgeslagen worden en als bedrijfsafvalstof worden afgeven aan een inzamelaar.

De inhoud van een vetafscheider is een bedrijfsafvalstof (Eural 19.08)
Hoofdstuk 10, titel 10.6, van de Wet milieubeheer (Wm) is hierop van toepassing:

Controleaspecten

Wordt voldoende voorkomen dat mest en pekel in het afvalwater geraken? Good housekeeping moet het terughouden van afvalstoffen uit het afvalwater bevorderen. Mest en vaste delen moeten zo veel mogelijk apart opgevangen worden en zo min mogelijk met het schoonmaakwater worden weggespoeld.

Bij het pekelen wordt gemorst pekel droog verwijderd en niet weggespoeld en vervolgens geloosd.

Vet-afscheider aanwezig?

Specifieke controle aspecten bij eenmalige controle (bij oprichting of verandering van de inrichting of plaatsing van een nieuwe afscheider) en controle op normaal gebruik vind u bij technische voorzieningen/vetscheider. Daar vindt u ook informatie over capaciteitsberekeningen en achtergrond informatie over vetscheiders.

Geuroverlast ten gevolge van het afvalwater

Het afvalwater ten gevolge van deze activiteit kan bij lozing op het vuilwaterriool over grote afstand geuroverlast veroorzaken door een stinkende riool. Op grond van van het Activiteitenbesluit, de zorgplicht, kan het bevoegd gezag eventueel bij maatwerk maatregelen voorschrijven om deze geuroverlast te beperken.