Lozingsvoorschriften huishoudelijk afvalwater

Huishoudelijk afvalwater is in de Wet milieubeheer gedefinieerd als 'afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden'. Overal waar mensen zijn, ontstaat huishoudelijk afvalwater.

iba

Vindplaats

Afhankelijk van de doelgroep waar het huishoudelijk water vrijkomt zijn verschillende besluiten van toepassing; de voorschriften in deze besluiten zijn echter inhoudelijk gelijk.

De activiteit omvat ook alle handeling met het huishoudelijk afvalwater voorafgaande aan de lozing. Dus ook het beheer en de eventuele milieueffecten van een zuivering, bijvoorbeeld stank, zijn onderdeel van de activiteit waar de regels op van toepassing zijn.

De voorschriften voor het lozen van huishoudelijk afvalwater zijn opgenomen in:

Activiteitenbesluit

In § 3.1.4 het Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie staat in artikel 3.4 en artikel 3.5. Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater. Het behandelen van dit afvalwater voor een lozing maakt ook onderdeel uit van deze activiteit.

Bijbehorende delen uit de originele nota van toelichting bij het Activiteitenbesluit vindt u hier: Nota van toelichting huishoudelijk afvalwater Activiteitenbesluit (pdf, 20 kB).

In de Regeling bij het Activiteitenbesluit zijn in artikel 3.1 tot en met artikel 3.4 regels opgenomen waaraan de septic tank (IBA) moet voldoen: nota van toelichting septic tank (pdf, 20 kB).

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

Ook valt deze activiteit onder de definitie van inrichting type A (artikel 1.2). Dat betekent dat een inrichting type A die deze lozing uitvoert niet hoeft te melden. Dit staat in artikel 1.4 van het AB

Besluit lozing afvalwater huishoudens

Dit besluit is alleen van toepassing op particuliere huishoudens. Dit betreffen altijd beperkte lozingen van maximaal 3 inwonerequivalenten. Alle lozingen vanuit particuliere huishoudens zijn in beginsel toegestaan. Op voorwaarde dat men voldoet aan de voorwaarden van het besluit. Daaronder valt ook de zorgplicht: Besluit lozing afvalwater huishoudens, inclusief nota van toelichting (Staatsblad 2007, 468).

Bij dit besluit hoort de Ministeriële regeling waarin de eisen aan een septic tank zijn opgenomen: Staatscourant 2007, nr. 243.
Zie voor meer informatie in het handboek water: lozen vanuit huishoudens.

Besluit lozen buiten inrichtingen

Lozingen van huishoudelijk afvalwater die niet met voorgaande besluiten worden geregeld vallen onder dit besluit. Hierbij kan gedacht worden aan campings en bedrijfsgebouwen die geen inrichting zijn. Maar ook lozingen van schepen. Zo staat in dit besluit het verbod tot lozen van ongezuiverd toiletwater vanuit pleziervaartuigen in het oppervlaktewater.Dit verbod staat in artikel 3.9 van het Besluit lozen buiten inrichtingen. Het lozen van overig huishoudelijk afvalwater (gootsteen, douche) is wel toegestaan. Het lozen van toiletwater via een zuiveringsvoorziening is toegestaan. Het lozen van ongezuiverd toiletwater in oppervlaktewater is ook verboden voor hotel- en passagiersschepen met meer dan 50 bedden of plaatsen. Voor andere vaartuigen geldt het verbod op ongezuiverd lozen van toiletwater niet.

De noodzaak om lozing van overig huishoudelijk afvalwater te beëindigen is niet zo groot als voor toiletwater. Dit met het oog op het veel geringer risico voor bacteriologische besmetting. Het inpassen van voorzieningen voor het opvangen van al het huishoudelijk afvalwater is vooral bij bestaande schepen veelal niet haalbaar. Om die reden is afgezien van een verbod voor lozing van het overige huishoudelijk afvalwater.

Het lozingsverbod voor hotel- en passagiersschepen met meer dan 50 bedden of plaatsen om toiletwater ongezuiverd te lozen komt uit een internationaal verdrag. Namelijk deel C van het Europese Scheepsafvalstoffenverdrag, dat per 1 november 2009 in werking is getreden.

Meer informatie over lozen buiten inrichtingen vindt u in het handboek water: lozen buiten inrichtingen.

Verboden en voorwaarden

  • Lozen in het vuilwaterriolering heeft de voorkeur en is altijd toegestaan. De zorgplicht van artikel 2.1 is hierop van toepassing;
  • Lozen in oppervlaktewater of op of in de bodem is alleen toegestaan buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten. De afstand tot de riolering moet hierbij groter zijn dan de afstandscriteria in het BLBI of AB:
    40 meter bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten;
    100 meter bij meer dan 10 doch minder dan 25 inwonerequivalenten;
    600 meter bij 25 doch minder dan 50 inwonerequivalenten;
    1500 meter bij 50 doch minder dan 100 inwonerequivalenten; en
    3000 meter bij 100 en meer inwonerequivalenten.
    Ook als niet kan worden aangesloten op de riolering is directe lozing toegestaan. Voor het bepalen van deze afstanden is overgangsrecht van toepassing.
  • Voor lozingen kleiner dan 10 inwonerequivalenten is lozen in oppervlaktewater of in de bodem toegestaan met een septic tank volgens de ministeriële regeling. Grotere lozingen moeten op grond van het Activiteitenbesluit of BLBI aan de grenswaarden volgens dat besluit.

Het Activiteitenbesluit en BLBI biedt mogelijkheden om met maatwerkvoorschriften af te wijken van de lozingseisen.

Aansluiten op vuilwaterriool

Huishoudelijk afvalwater moet in principe geloosd worden op het vuilwaterriool. In de besluiten is aangegeven binnen welke afstand tot het vuilwaterriool verwacht wordt dat het huishoudelijk afvalwater daarop geloosd wordt.

In het activiteitenbesluit is dit in artikel 3.4 de lozing van huishoudelijk afvalwater vanuit bedrijven geregeld.

Als de kadastrale grens van een bedrijfspand zich op minder dan 40 meter van een vuilwaterriool bevindt mag een bedrijf geen gebruik maken van een IBA, tenzij:

  • het bedrijf niet "kan" aansluiten,
  • een nog niet afgeschreven zuiveringsvoorziening aanwezig is of
  • aansluiting niet doelmatig is.

Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of er "kan" worden aangesloten. Als het bevoegd gezag beoordeelt dat het bedrijf niet kan aansluiten binnen 40 meter, bijvoorbeeld vanwege aanwezige obstakels, dan bedraagt de afstand dus toch meer dan 40 meter en is lozen op oppervlaktewater toegestaan. De lozingseisen in artikel 3.5 Activiteitenbesluit zijn dan van toepassing voor de lozing op oppervlaktewater.

Als op het moment dat de gemeente een riolering gaat realiseren, een bedrijf reeds een zuiveringsvoorziening in gebruik heeft, kan het bevoegd gezag bepalen dat het bedrijf niet meteen hoeft aan te sluiten op het vuilwaterriool. Het bevoegd gezag stelt dan een termijn, rekening houdend met de afschrijvingstermijn van de aanwezige zuiveringsvoorziening.

Als de vervuilingswaarde van het afvalwater gering is (niet groter dan 3 inwonerequivalenten) kan het bevoegd gezag bepalen dat het bedrijf niet hoeft aan te sluiten op het vuilwaterriool. Het bevoegd gezag kan dan ook bepalen dat het bedrijf wel een zuiveringsvoorziening moet treffen.

Andere Invulling zorgplicht huishoudelijke afvalwater

In plaats van de aanleg van een rioolstelsel voor inzameling van stedelijk afvalwater kan de gemeente dit ook anders doen, Bijvoorbeeld door het toepassen van kleine zuiveringen. Denk bijvoorbeeld aan IBA's. De lozingseisen waar deze installaties aan moeten voldoen zijn verwoord in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De wettelijk basis hiervoor is neergelegd in artikel 10.33, lid 2, Wet milieubeheer en artikel 3.16 van het Besluit lozen buiten inrichtingen.

Geen aansluitplicht op het riool vanuit Bouwbesluit 2012

In het Bouwbesluit 2012 is geen verplichting opgenomen tot aansluiting op het openbaar riool. Voor nieuwbouw en bestaande bouw bepaalt het Bouwbesluit dat een bouwwerk een zodanige voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben, dat de gezondheid niet in gevaar komt (artikel 6.15 Bouwbesluit 2012). Op grond van artikel 6.18 van het Bouwbesluit 2012 moet deze voorziening kunnen worden aangesloten op het openbaar riool, maar aansluiting is niet verplicht. De lozingsbesluiten bepalen of er wel of niet aangesloten moet worden op het vuilwaterriool.

Voorheen was een aansluitverplichting opgenomen in de bouwverordening. Maar met de overheveling van de rioleringsbepalingen van de bouwverordening naar het Bouwbesluit 2012 is de aansluitplicht verdwenen.

Controle aspecten

  1. Bepalen verwijderingsroute: vuilwaterriool, bodem of oppervlaktewater (bij twijfel gebruik rook of kleurstof).
  2. Vaststellen afstand tot riolering en bepaling aantal inwonerequivalenten (gebruik ook de rioleringskaart van de gemeente).
  3. De doelvoorschriften voor het lozen op of in de bodem en oppervlaktewateren staan in artikel 3.5, tabel 3.5 van het Activiteitenbesluit.
  4. De MR geeft middelvoorschriften voor toepassing van een zuiveringsvoorziening (IBA systemen) conform NEN-EN 12566-1 (ten opzichte van voorgaande regelgeving is niets gewijzigd).
  5. Dossieronderzoek: gegevens lozing van een bedrijf en rioleringstekening bij gemeente bekend.