Maatregelen op- en overslag

De op- en overslag, van vooral bulkgoederen, wordt hoofdzakelijk geregeld in § 3.4.3 van het Activiteitenbesluit voor inrichtingen en in § 3.7 van het Besluit lozen buiten inrichtingen als het geen inrichting betreft. De voorgeschreven maatregelen voor een bepaalde op -en overslagactiviteit zijn in beide besluiten gelijk, echter het Besluit lozen buiten inrichtingen bevat minder voorschriften, omdat bepaalde op -en overslagactiviteiten uitsluitend bij inrichtingen plaats vinden. Om te zien welke regelgeving van toepassing op een bepaalde op- en overslag kunt u de tabel regelgeving op -en overslag raadplegen.

In onderstaande tabel zijn de preventieve maatregelen om verontreiniging van bodem en oppervlaktewater te voorkomen samengevat, almede de lozingseisen voor de verschillende lozingsroutes afhankelijk van de catergorie goederen. Goederen worden ingedeeld in inerte goederen en niet-inerte goederen. De niet-inerte goederen worden onderverdeeld in lekkende en uitlogende goederen. Artikel 3.44 van de Regeling geeft in het eerste lid een lijst met goederen die in elk geval als lekkend moeten worden beschouwd en het tweede lid geeft een soortgelijke lijst met uitlogende goederen.

Naast deze maatregelen bevatten de besluiten ook voorschriften om de emissies ten gevolge van verwaaiing te voorkomen, die ook van belang zijn in verband met lozing in het oppervlaktewater. Stof dat in het oppervlaktewater waait is een lozing in de zin van de Waterwet. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de NeR (Nederlandse emissierichtlijn Lucht): in de factsheets op- en overslag vindt u daarover concrete informatie.

Inerte goederen hebben in beginsel geen milieuverontreiniging tot gevolg en zullen geen externe veiligheidseffecten veroorzaken. Daardoor worden er weinig voorwaarden aan het op- en overslaan van deze goederen gesteld. Op grond van artikel 3.32 Activiteitenbesluit moet zoveel voorkomen worden dat de goederen zich verspreiden door verwaaiing of in het oppervlaktewater danwel de riolering terecht komen. Daartoe bevat de regeling een aantal concrete maatregelen.

Milieuaspect

Activiteit

Goederen

inert

niet-inert

uitlogend

lekkend

bodembescherming opslag geen voorschriften vloeistofdichte vloer / lekbak, of bodembeschermend zonder inregenen, maatwerk vloeistof-
dichte vloer / lekbak
preventieve maatregelen ter bescherming kwaliteit oppervlaktewater Algemeen geen resten of grijperspoelen in oppervlaktewater
opslag > 2 meter uit de oever, of keerwand
geen voorschriften boven oppervlaktewater (boot/schip): alleen benedendeks
Aanwezig zijn op boot of schip geen voorschriften Bovendeks: opvang-
voorziening
Overslag morsklep/ponton of afstand wal-schip minimaal:
< 5 meter < 2 meter < 1 meter
oppervlaktewater, bodem, schoonwaterriool Lozen Algemeen Hergebruik afvalwater voor bevochtigen
lozingsverboden opgeheven:
< 300 mg/l onopgeloste stoffen

lozingsverbod: bodem en hemelwaterriool

verboden

aangewezen opp. wateren: grenswaarden volgens tabel

vuilwaterriool als anders lozen niet kan:
< 300 mg/l onopgelost
< 300 mg/l onopgelost < 300 mg/l
onopgelost + olie < 20 mg/l
of afscheider

In hun huidige vorm zijn deze voorschriften per 1-1-2011 in het Activiteitenbesluit en bijbehorende Regeling opgenomen met Staatsblad 2010, nr. 781 en Staatscourant 2010, nr.19571. Zie de toelichting (pdf, 99 kB) met betrekking tot op en overslag hierin.