Lozen van hemelwater in de buitenruimte

Hemelwater moet bij voorkeur lokaal in het milieu terecht komen. Het lozen van hemelwater in de buitenruimte, van de openbare weg, is geregeld via het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Onder buitenruimte wordt verstaan:

  • wegen (Rijkswegen, provinciale, gemeentelijke en waterschapswegen),
  • bij de wegen horende bruggen, tunnels en andere kunstwerken,
  • pleinen,
  • winkelstraten,
  • overige verhardingen in het openbaar gebied.

Het opvangen van wegstromend wegwater is onderdeel van de gemeentelijke zorgplicht voor afvloeiend hemelwater (artikel 3.5 Waterwet). In het stedelijk gebied geeft de gemeente invulling aan deze zorgplicht met het gemeentelijk rioolstelsel. De afweging wanneer en hoe om te gaan met hemelwater, volgt uit het lokale beleid voor hemelwater in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP).

Schematische weergave regelgeving voor hemelwater en grondwater

Afvloeiend hemelwater van wegen bevat verontreinigingen afkomstig van bijvoorbeeld slijtage van autobanden en remvoeringen. Ook de toegepaste materialen op en bij de weg kunnen voor verontreiniging zorgen. Bijvoorbeeld door uitloging van de daarin toegepaste stoffen. Denk daarbij aan:

  • oppervlaktemateriaal van de weg
  • wegmeubilair
  • geleiderail (vangrails)
  • lantarenpalen

In het Activiteitenbesluit staan de eisen voor de afvoer van hemelwater als het gaat om bedrijven, inrichtingen.  Als het gaat om particuliere woningen staan in het Besluit lozing afvalwater huishoudens.

De hiergenoemde eisen gelden niet als het hemelwater van een voorgeschreven bodembeschermende voorziening komt. Bij het op en overslaan van goederen zijn aparte voorschriften gesteld. Wanneer de op en overslag buiten bedrijven plaatsvindt dat geldt paragraaf 3.7 van het Blbi. Zie voor meer informatie in het Handboek water: Op- en overslaan van goederen.

  • Vindplaats
  • Verboden en voorwaarden
  • Maatwerk
  • Overgangsrecht
  • Controle aspecten

Vindplaats

In paragraaf 3.3 van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) is het lozen van hemelwater in de buitenruimte, van de openbare weg, geregeld.

BBT

Afstromend hemelwater is water dat uit de hemel valt zoals: regen, sneeuw en hagel en dauw. De wetgever ziet dit als afvalwater. Door de kwaliteit van hemelwater heeft deze afvalwaterstroom een bijzondere positie. Het gaat namelijk om een schone afvalwaterstroom.

Dit komt ook omdat hemelwater gewoon direct in 'het milieu' kan komen. Voor afstromend hemelwater is het BBT (beste beschikbare techniek) om dit afvalwater zo snel mogelijk in de directe omgeving terug te brengen. Dit volgt uit de voorkeursvolgorde die in artikel 10.29a van de Wm staat. Het is niet de bedoeling om hemelwater op het vuilwaterriool te lozen.

Om hemelwater direct in de omgeving te krijgen is het soms nodig om hemelwater eerst op te slaan. Dit noemt men ook wel het bufferen van hemelwater. Het snel terug brengen van hemelwater kan bijvoorbeeld door het afvalwater te lozen:

  • in de bodem
  • direct in het oppervlaktewater
  • via een hemelwaterriool op oppervlaktewater

Daarom is de eigenaar van een terrein ook als eerste verantwoordelijk voor de afvoer van hemelwater.

Gecontroleerd infiltreren in de bodem (de berm van de weg) heeft de voorkeur boven lozen in het oppervlaktewater.

Verboden en voorwaarden

Uitgangspunt is dat het afvloeiend hemelwater in het milieu wordt gebracht naar de bodem of naar het oppervlaktewater. Dit water mag men ook af voeren via een apart hemelwaterriool, wat in het oppervlaktewater uitkomt.

Lozing in een vuilwaterriool is alleen toegestaan als andere vormen niet mogelijk zijn, behalve bij tunnels of bij verdiepte wegen.

Voor het lozen van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken is het uitgangspunt dat het afvloeiend hemelwater in het milieu wordt gebracht naar de bodem. Het lozen in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam is toegestaan. Maar alleen als het lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en transport van afvalwater via een hemelwater riool redelijkerwijs niet mogelijk is.

Lozen vanuit een tunnel of verdiept weggedeelte

Bij tunnels of bij verdiepte wegen wordt het afstromend hemelwater verzameld op één punt. Tunnels moeten allemaal de beschikking hebben over een grote pompkelder waarin het hemelwater wordt opgevangen. Deze pompkelder functioneert ook als bezinkbak, waarin de verontreiniging wordt afgevangen.

De dimensionering van de pompkelder en bezinkbak moet voldoen aan Europese richtlijnen. Deze hebben betrekking op de veiligheid van tunnels bij stortbuien. Bij een lozing vanuit een pompkelder is het wenselijk om de zogenaamde first flush op het vuilwaterriool te lozen. De first flush, of eerste waterstroom, bevat het meest vervuilde afstromend wegwater (Bbli artikel 3.4).

De afvoer van dit water kan alleen wanneer er in de nabijheid een vuilwaterriool aanwezig is. Met maatwerk kan mogelijk een andere voorziening worden vastgelegd. De rest van het hemelwater kan men dan zonder verdere voorzieningen lozen. Bij voorkeur in de lokale bodem, oppervlaktewater of hemelwaterriool.

Lozen bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Als men gewasbescherming mag toepassen in de buitenruimte, stelt het Blbi aanvullende eisen op de toepassing. Gewasbeschermingsmiddelen, waaronder onkruidbestrijdingsmiddelen, mag men niet gebruiken in of nabij straatkolken of putten. Bij toepassing op halfopen of gesloten verhardingen is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelenalleen toegestaan als sprake is van:

  1. pleksgewijze behandeling,
  2. selectieve toepassingstechnieken en
  3. de kans op neerslag voor een periode van 24 uur na het gebruik niet groter is dan 40% volgens het weerbericht.

Het gaat hier om het weerbericht wat is beschreven in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet taken meteorologie en seismologie, voor de desbetreffende regio van het land.

Maatwerk

In het Blbi is het uitgangspunt dat ervoor wordt gezorgd dat hemelwater schoon blijft, de zorgplicht. Niet alle maatregelen die kunnen voorkomen dat hemelwater verontreinigd raakt zijn uitgeschreven in paragraaf 3.3.

Van wegbeheerders mag men verwachten dat ze bij aanleg, reconstructie en beheer van wegen rekening houden met de zorgplicht. Door good-housekeeping kan men namelijk verontreiniging van de bodem voorkomen. afstromend regenwaterEr moeten soms wel praktische maatregelen getroffen worden om hemelwater schoon te houden voor terugbrengen in het milieu. Maatregelen kunnen bijvoorbeeld inhouden:

  • het regelmatig schoonmaken van ZOAB,
  • goed en doelmatig beheer en onderhoud van opvangvijvers en
  • met zekere regelmaat afschrapen van de verontreiniging van bermen en zaksloten.
  • het schoonhouden van het terrein
  • ervoor zorgen dat hemelwater niet in aanraking komt met milieugevaarlijke stoffen. Dit kan door opslag van stoffen af te dekken.
  • bij de keuze van te gebruiken materialen rekening houden met uitloging.

Voor de te nemen maatregelen is de beheerder van het terrein/oppervlak verantwoordelijk.

Het bevoegd gezag kan zo nodig de beheerder via de zorgplichtbepaling (artikel 2.1 Blbi) aanspreken op het preventiegedrag. Het bevoegd gezag kan dit verduidelijken met een maatwerkvoorschrift.

In een gemeentelijk riolering plan (GRP) is lokaal beleid over de zorgplicht voor hemelwater vastgelegd. De gemeente kan daarom het GRP gebruiken om dit maatwerkvoorschrift te onderbouwen met argumenten.

Overgangsrecht

Lozingen die al bestonden voordat dit Blbi is opgesteld (1juli 2011), mag men nog steeds op dezelfde manier lozen. Dit is vastgelegd in het overgangsrecht in artikel 5.4 van het besluit. Achtergrond van deze keuze voor bestaande lozingen is:

  • de lozing leidde niet tot onaanvaardbare situaties,
  • daar waar onaanvaardbare situaties bestonden zijn deze al opgelost door het nemen van maatregelen.

Op bestaande lozingen is ook de zorgplicht van toepassing. Als er toch nog onaanvaardbare situaties plaatsvinden, dan biedt de zorgplicht (en eventueel het daaraan gekoppelde maatwerk) de mogelijkheid om de bestaande lozingen alsnog aan te pakken.

Aanpalende wetgeving

Wet milieubeheer

Het afvloeiend hemelwater moet bij voorkeur lokaal in het milieu terecht komen. Deze voorkeur volgt uit de voorkeursvolgorde die is vastgelegd in artikel 10.29a van de Wm.

Een lokale verordening kan gebiedsgerichte regels stellen aan lozingen van afvloeiend hemelwater vanuit huishoudens. Deze mogelijkheid volgt uit artikel 10.32a van de Wm.

Wet op de gewasbeschemingmiddelen en biociden (Wgb)

Professionele gebruikers mogen volgens de Wet op de gewasbeschemingmiddelen en biociden (Wgb) geen gewasbeschermingsmiddelen toepassen buiten de landbouw. Voor toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zijn toepassingsvoorschriften gesteld in de Wgb.

Bouwmaterialen

Als het regent kunnen stoffen uit de gebruikte materialen vrij komen. Dit noemt men uitloging. Hierdoor wordt door hemelwater verontreinigd en komen deze stoffen in de bodem of het oppervlaktewater. Voor bouwstoffen is vaak onderzocht of uitloging kan plaatsvinden.

Bij gebruik van gecertificeerde bouwmaterialen mag men hemelwater op de bodem of oppervlaktewater, hemelwaterriool lozen. De gecertificeerde bouwmaterialen kunnen herkend worden aan de CE-markering. Daarom staan er geen voorschriften in het Blbi.

Controle aspecten

  1. Wanneer en hoe moet men om gaan met hemelwater volgens het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)?
  2. Voldoen dimensionering van een pompkelder en bezinkbak aan Europese richtlijnen?
    1. vind de lozing plaats op het vuilwaterriool?
    2. is er specifiek maatwerk?
  3. Wordt bij hemelwaterlozing aan de zorgplicht voldaan?
    • Geen onnodige vervuiling tijdens het afstromen van hemelwater?
    • Bij controle kan blijken dat bij het gebruik van gecertificeerde, maar bijzondere, bouwmaterialen de lozing van vervuilende stoffen beduidend hoger is dan normaal in hemelwater. Als dit een gevaar is voor waterkwaliteitsdoelstellingen of bescherming van de bodem, zijn extra maatregelen gewenst. De maatregel moet wel:

      • de uitloging beperken
      • de uitgeloogde stoffen voor de lozing tegenhouden.
    • Het terrein is voldoende schoon gehouden?
    • Is er opslag van goederen waardoor hemelwater verontreinigd? LET OP dan gelden andere voorschriften.
  4. Is voor de hemelwaterlozing maatwerk opgesteld?

Samenwerking bevoegde gezagen.

Bij controle is een goede samenwerking tussen waterbeheerder en Wabo-bevoegd gezag gewenst. Namelijk als een openbare ruimte waar het hemelwater van afstroomt regelmatig verontreinigd is, mag men bij regen, sneeuw en hagel en of dauw, een lozing van vervuild afvalwater verwachten. Deze verontreinig zal dan in het milieu te recht komen.

Als normaal gesproken een lozing van dit hemelwater plaatsvindt op oppervlakte water, kan een waterbeheerder moeilijk optreden als het er geen neerslag is van hemelwater. Er vindt dan namelijk geen lozing plaats in het oppervlaktewater. Eventueel opgelegd maatwerk is dan makkelijker handhaafbaar door het wabo-bevoegd gezag. Ook kan het Wabo-bevoegd gezag in deze situatie de beheerder van de openbare ruimte makkelijker aanspreken op het gewenste preventieve gedrag.