Meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen gebruik bij oppervlaktewater

Voor het toepassen van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naast oppervlaktewater gelden extra eisen ondanks gebruik van drift reducerende maatregelen. Zo geldt dat een strook land naast oppervlaktewater niet mag worden bespoten of bemest. Deze teeltvrije zone mag men ook niet gebruiken voor het telen van een gewas. Afhankelijk van het gewas is de teeltvrije zone breder of smaller.

Vindplaats

De voorschriften voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen nabij oppervlaktewater zijn opgenomen in:

De voorschriften van het activiteitenbesluit zijn gewijzigd met Staatsblad 2017 nr 305.

De voorschriften voor het toepassen van meststoffen nabij oppervlaktewater  zijn opgenomen in dezelfde paragraaf 3.5.3, artikelen 3.84, 3.85 en 3.87.

De percelen waarop gewassen worden geteeld horen niet altijd bij een inrichting. Toch is het activiteitenbesluit hier van toepassing.

Verboden en voorwaarden

Drift reducerende maatregelen.

Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen moet altijd driftarme apparatuur worden gebruikt. Dit is apparatuur waarmee een driftreductie wordt bereikt van 75% ten opzichte van de referentietechniek die staan in artikel 3.82 van de activiteitenregeling.

De algemene voorwaarden voor het gebruik van veldspuitapparatuur moeten worden gevolgd.

Teeltvrije zone

Bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij oppervlaktewater moet er een teeltvrije zone zijn. Een teeltvrije zone is een strook land tussen het land waarop gewassen worden geteeld en een oppervlaktewaterlichaam. In de teeltvrije zone mogen wel gewassen aanwezig zijn. Soms hebben deze een functie als vanggewas.

De breedte van de teeltvrije zones varieert van 500 tot 50 centimeter. De breedte van de teeltvrije zone wordt gemeten van het midden van het gewas tot de insteek van het oppervlaktewater. Teeltvrije zones zijn multifunctioneel:

  • Zij verminderen de drift en de afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater.
  • Zij reduceren de afspoeling van meststoffen en zware metalen.

Daarbij hebben teeltvrije zones volgens onderzoek van het RIVM positieve effecten voor de biodiversiteit en het landschapsbeheer.

Een teeltvrije zone heeft ook een vangnet functie. Apparatuur realiseert niet altijd en overal de gemeten driftreductie. Dit komt door normale slijtage of invloed van andere factoren.

Gewasbeschermingsmiddelen in teeltvrije zone

Binnen de teeltvrije zone is alleen onkruidbestrijding met een afgeschermde spuitkop toegestaan. Als langs de teeltvrije zone een gewas zo groeit dat het boven deze teeltvrije zone hangt, mag men onder voorwaarden dit deel toch spuiten:

  • geen gebruik van naar het oppervlaktewater gerichte apparatuur
  • de omvang van het overhangend loof is maximaal een halve gewasrij

Meststoffen in teeltvrije zone

Bij ligging nabij een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen in artikel 3 Uitvoeringsbesluit meststoffenwet (ecologisch waardevolle beken) geldt dat binnen de teeltvrije zone geen meststoffen mogen worden toegepast. Het verbod geldt voor het "uitrijden" en niet voor de uitwerpselen van bijvoorbeeld koeien. Bij andere oppervlaktewateren mogen meststoffen alleen worden toegepast tot een afstand van 25 centimeter in de teeltvrije zone en alleen als in de teeltvrije zone alleen gras wordt gekweekt, bij:

  • de teelt van appels, peren, en overige pit- en steenvruchten
  • de teelt van boomkwekerijgewassen die op- en zijwaarts worden bespoten.

Vanggewas mag pleksgewijs worden bemest tot een afstand van 50 cm van het water.

Teeltvrije zone bij ecologisch waardevolle beken

Als het perceel langs een ecologisch waardevolle beek ligt dan geldt altijd een teeltvrije zone van 500 centimeter. Het water in de beek geniet een bijzondere bescherming vanwege de ecologische betekenis. Deze beken zijn  aangewezen in artikel 3 Uitvoeringsbesluit meststoffenwet.

Teeltvrije zone bij ander oppervlaktewater.

In de nabijheid van ander oppervlaktewater is de teeltvrije zone in ieder geval 50 cm bij braakliggend terrein en bij grassen en zaden. De zone wordt breder afhankelijk van de geteelde gewassen.

1. Bij de teelt van aardappelen, uien, bloembollen en bloemknollen, aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, wortelen, vaste planten en bij het neerwaarts bespuiten van boomkwekerijgewassen geldt een teeltvrije zone van:

  • geen teeltvrije zone bij biologische teelt,
  • 50 centimeter als gebruik wordt gemaakt van een handmatig aangedreven handgedragen spuit,
  • 100 centimeter wanneer apparatuur wordt gebruikt die een driftreductie bereikt van 90% ten opzichte van de referentietechniek,
  • 150 centimeter.

a. Bij de teelt van boomkwekerijgewassen bij het opwaartse of zijwaartse richting bespuiten geldt een teeltvrije zone van:

  • 500 centimeter.

Tot 1 januari 2021 hoeft men bij bespuiting in deze richtingen geen driftarme apparatuur (tenminste 75% reductie) te gebruiken.

3. Bij de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten is de teeltvrije zone die moet worden aangehouden:

  • er is geen teeltvrije zone nodig als
    • er geteeld wordt met bomen waarvan de laagste zijtak (gesteltak) hoger aan de boom ontspringt dan 175 cm en
    • er gewasbescherming op meer dan 900 centimeter plaatsvindt.
  • 50 centimeter als gebruik wordt gemaakt van een handmatig aangedreven handgedragen spuit,
  • 300 centimeter als:
    • apparatuur wordt gebruikt die een driftreductie bereikt van 90% ten opzichte van de referentietechnieken, of
    • een biologische productiemethode wordt toegepast.
  • 450 centimeter

Tot 1 januari 2021 mag bij deze teelt een teeltvrije zone van 3 meter worden aangehouden als:

  • er vanggewas is geplaatst
  • er gebruik wordt gemaakt van een tunnelspuit

Toepassing gewasbescherming in de uiterwaarden en buitendijks

In uiterwaarden en buitendijkse gebieden mogen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast als de bedding droog is. Men moet maatregelen treffen langs beddingen die gevuld zijn met water. Onder 'oppervlaktewaterlichaam' verstaat men:

  • beddingen waarin ten tijde van het lozen een aan het aardoppervlak en de openlucht grenzende watermassa voorkomt

Uitzondering bij toepassing naast gegraven waterlopen.

Er is geen teeltvrije zone verplicht langs gegraven waterlopen die:

  • van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden geen water bevatten, of die
  • van 1 april tot 1 oktober wel water bevatten doordat de beheerder er stuwen in heeft geplaatst om de waterstand te reguleren, maar anders droog zouden staan.

Emissiescherm

Een emissiescherm kan worden ingezet om te voorkomen dat er gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater komen. De uitrustingseisen aan een scherm zijn dat dit aan de grond moet zijn verankerd. Het moet gemaakt zijn van niet doorlaatbaar materiaal of windbrekend gaas (een reductie van 50%).

Daarnaast moet het emissiescherm zo geplaatst zijn dat er geen afdruipende spuitvloeistoffen in het oppervlaktewater terecht kunnen komen. De hoogte van een emissiescherm wordt bepaald door de hoogte van het gewas. Het scherm moet hoger zijn dan de hoogst in gebruik zijnde spuitkop. Het scherm moet aaneengesloten zijn aangebracht rondom het terrein. Voor het uitrijden kan gebruik gemaakt worden van een doorrijscherm op de kopakker.

Vanggewas

De inzet van een vanggewas is mogelijk. Een vanggewas, ofwel windhaag, vangt verwaaide druppels gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen af. Als een vanggewas aanwezig is, mogen hierin geen openingen zijn met uitzondering van een doorrijscherm. De hoogte van het vanggewas is de hoogte van het te bespuiten gewas en de hoogste in gebruik zijnde spuitkop.

Spuitvrije zone naast teeltvrije zone voor bladmeststoffen

Op de strook gelegen naast de teeltvrije zone moet gebruik gemaakt worden van kantdoppen. De doppen moet ervoor zorgen dat alleen neerwaarts wordt gespoten en niet zijwaarts. De doppen mogen maximaal 50 cm boven het gewas of de kale grond zijn.

Kantstrooivoorziening bij toepassing meststoffen

Bij de toepassing van korrelvormige of poedervormige meststoffen moet een kantstrooivoorziening worden gebruikt in de zone direct naast de teeltvrije zone. De kantstrooivoorziening moet ervoor zorgen dat verspreiding naar oppervlaktewater wordt voorkomen. Door schuinstelling van de voorziening en het uitzetten van de strooischijven kan dit worden bereikt.

Maatwerk

Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag een afwijkende breedte van de teeltvrije zone instellen:

  • Smallere teeltvrije zone,  als sprake is van een talud dat breder is dan 200 cm. Dit maakt het mogelijk om een deel van het talud als teeltvrije zone te beschouwen.

  • Bredere teelvrije zone, als het perceel naast een niet aangewezen oppervlaktewater ligt. Dit betekent dat het oppervlaktewater niet staat op de lijst 'aangewezen oppervlaktewaterlichamen' uit  bijlage 2 van de Regeling bij het Activiteitenbesluit. Vanuit bescherming van het milieu kan het noodzakelijk zijn om een niet aangewezen oppervlaktewater meer te beschermen.

Controle aspecten

  1. Wat voor gewas wordt er geteeld.
    1. Welke teeltvrije zone hoort daarbij?
    2. Is er sprake van overgangsrecht (2021)?
    3. Is er sprake van het gebruik van een vanggewas?
      1. En wat is de staat van dit vanggewas.
      2. Wat is de afstand van het vang gewas de insteek van een oppervlaktewaterlichaam
      3. Zijn er andere openingen naast de plek waar men het perceel kan binnen rijden?
  2. Is er maatwerk verleend voor de teeltvrije zone, zo ja wat is de teeltvrije zone?
  3. Zijn er meststoffen gebruikt die een kantstrooivoorziening noodzakelijk maken?
  4. Is er sprake van een oppervlaktewaterlichaam:
    1. Een gegraven waterloop die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden droog is of droog zou kunnen zijn?
    2. Dat eigenlijk een ecologische beek is?
  5. Wordt voldaan aan de teeltvrije, mestvrije en spuitvrije zone?