Lozingsvoorschriften tandheelkunde

De voorschriften voor de activiteit 'Tandheelkunde' in het Activiteitenbesluit richten zich vooral op het kwikhoudend afvalwater dat bij tandheelkundige activiteiten kan ontstaan. Voor vullingen van tanden en kiezen wordt of kwikhoudend amalgaam of composiet gebruikt. Bij het plaatsen van nieuwe vullingen en het verwijderen van de oude kan het amalgaam in het afvalwater terecht komen. De voorschriften zijn van toepassing op tandartspraktijken. Deze kunnen ook gevestigd zijn binnen andere inrichtingen zoals verzorgingshuizen en ziekenhuizen. Sommige tandartsen passen zelf geen amalgaamvullingen meer toe. Vaak zullen ze dan nog wel oude, amalgaamhoudende, vullingen verwijderen, waardoor de voorschriften van het Activiteitenbesluit ook op deze tandartspraktijken van toepassing is zijn.

tandartspraktijk

Vindplaats

De voorschriften voor het lozen van afvalwater afkomstig van tandheelkundige bewerkingen zijn opgenomen in § 3.8.1, artikel 3.154 van het Activiteitenbesluit.

Voor deze activiteit heeft men alleen de lozing op het vuilwaterriool geregeld. Voor lozingen in de bodem of in een hemelwaterriool moeten initiatiefnemers een maatwerkvoorschrift op basis van Artikel 2.2 Activiteitenbesluit aanvragen.

Voor een lozing in oppervlaktewater is een Waterwetvergunning nodig. De waterkwaliteitsbeheerder is in dat geval bevoegd gezag. Afhankelijk van de keur kan dit met een reguliere vergunning (korte procedure volgens de Algemene wet bestuursrecht).

Hoofdstuk 3 activiteit

In de oorspronkelijke tekst van het Activiteitenbesluit is een nota van toelichting (pdf, 27 kB) opgenomen.

BBT

In de tandheelkunde gebruikt men sinds 1830 amalgaam voor het vullen van gaatjes en kiezen. Amalgamen worden gemaakt uit twee componenten:

  • een poeder van een tin-zilververbinding (Ag3Sn) en
  • (meer dan 50%) kwik, de vloeistof.

In de tandartspraktijk komt een belangrijk deel van het amalgaam, en dus ook het kwik, in het spoelwater terecht. Dit afvalwater moet eerst door een amalgaamafscheider (NEN-EN-ISO 11143) voordat het in het vuilwaterriool komt. Alle andere lozingsroutes zijn in beginsel verboden. Een amalgaanafscheider is de best beschikbare techniek (BBT) voor het zuiveren van amalgaamhoudend afvalwater.

Voor Amalgaam bestaan tegenwoordig alternatieven zoals bijvoorbeeld keramiek en composiet.

Tandtechnische laboratoria

De voorschriften in § 3.8.1 van het Activiteitenbesluit zijn in het algemeen niet van toepassing op tandtechnische laboratoria, aangezien daar niet met amalgaam wordt gewerkt. Bij tandtechnische laboratoria wordt echter wel met gips gewerkt. Voor gipslozingen zijn in het Activiteitenbesluit geen specifieke voorschriften opgenomen. Op deze lozingen is de algemene zorgplicht van toepassing. Indien nodig kunnen eisen worden gesteld met een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 2.1 lid 2 sub o: het doelmatig beheer van afvalwater.

Gips kan worden verwijderd met behulp van een bezinkselafscheider. Doordat gips (calcium-sulfaat) gedeeltelijk oplost in water kan de concentratie sulfaat hoger zijn (tot 1100 mg/l) dan de referentiewaarde van 300 mg/l die door rioolbeheerders wordt gehanteerd. Maatregelen om de sulfaatconcentratie te verlagen vallen echter op basis van de kosten niet binnen de stand van de techniek. Over de problematiek van sulfaatlozingen in de riolering is een 'vraag en antwoord' beschikbaar.

Verboden en voorwaarden

Volgens artikel 3.154 van het Activiteitenbesluit moeten amalgaamafscheiders voldoen aan de NEN-EN-ISO 11143. Dit is de Nederlandse versie van de Europese norm EN ISO 11143. Essentie van deze norm is dat amalgaamafscheiders een afscheidingsrendement van tenminste 95% moeten hebben, voordat het afvalwater in het vuilwaterriool komt. Alle andere lozingsroutes zijn in beginsel verboden. Het afscheidingsrendement wordt bepaald volgens de testmethode beschreven in de norm.

Amalgaam is gevaarlijk afval en moet als zodanig aan een erkende inzamelaar worden afgegeven.

Lozingsnormen voor afvalwater gelden op moment dat afvalwater vrijkomt.  Verdunnen van afvalwater is in strijd met een algemeen beginsel van de Wet milieubeheer artikel 10.29a : het beperken van het gebruik van grondstoffen (in dit geval water).

Voor het verlenen van vergunningen is een instructieregel hiervoor opgenomen in artikel 5.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (BOR).

In de lozingenbesluiten is het verbod tot verdunnen opgenomen in artikel 2.2a van het activiteitenbesluit of 2.3 Besluit lozen buiten inrichtingen. Uit oogpunt van doelmatigheid kan dit aangepast worden, bijvoorbeeld omdat het afvalwater door eenzelfde zuiveringsvoorziening kan worden geleid.

Als een bedrijf een lozingsnorm overschrijdt, dan zal dat bedrijf het productieproces moeten aanpassen of het afvalwater (voor)zuiveren voor een lozing.

De genoemde lozingsvoorwaarden voor vuilwaterriool gelden voor het gemeentelijk riool maar ook voor een particulier stelsel. Daarbij maakt het niet uit of het particuliere stelsel aansluit op het gemeentelijk riool of direct aansluit op een afvalwaterzuiveringsinstallatie. De lozingsvoorwaarden zijn namelijk bedoelt voor en de bescherming van het milieu, de waterzuivering én het rioolstelsel.

Controleaspecten

  1. Correcte keuze van de amalgaamafscheider, NEN-EN-ISO 11143. Hieraan moet alle afscheiders voldoen omdat het overgangsrecht afscheiders sinds 1-1-2011 niet meer van toepassing is.
  2. Correcte plaatsing (eenmalig toezicht op de plaats van plaatsing) is een borging van de goede werking.
  3. Correct gebruik en onderhoud, amalgaamafscheiders worden minstens 1 x per jaar geleegd / onderhouden (eis NEN-EN -ISO norm).
  4. Correcte afgifte inhoud van de afscheider en overig medisch afval aan een erkende inzamelaar voor gevaarlijk afval (VIHB lijst). Hier is sprake van administratief toezicht van de afvaldocumenten en het certificaat van de afscheider.