Samen werken, samen onderzoeken

Trekvissen zijn vissen die hun levenscyclus deels in de zee en deels in het zoete binnenwater doorbrengen. Ze zijn in ons land, op een enkele soort na, bedreigd in hun voortbestaan. Een belangrijke oorzaak hiervan zijn de vele barrières die we hebben opgeworpen om ons land te beschermen tegen overstroming.

Hierdoor wordt de uitwisseling van vissen en andere organismen tussen zoet en zout ernstig belemmerd. In het gebied rondom het Noordzeekanaal treft dit vooral regionale trekvissen als de paling, driedoornige stekelbaars en spiering. Paling plant zich voort in zee en groeit op in het zoete binnenwater. De andere trekvissoorten doen dit andersom. De waterbeheerders in en om het Noordzeekanaal zetten alle zeilen bij om migratiebarrières voor deze trekvissen weg te nemen.

De afgelopen jaren zijn veel vispassages aangelegd om het trekvissen mogelijk te maken zich te verplaatsen van de Noordzee naar de polders en vice versa (zie onderstaande figuur).

Overzicht van gerealiseerde vispassages 2010-2017Overzicht van gerealiseerde vispassages en andere vismigratievoorzieningen rondom het Noordzeekanaal in de periode ca. 2010-2017.

De betrokken waterbeheerders en andere belanghebbende partijen willen weten of deze vispassages naar behoren werken. En bovendien of ook echte zoetwatervissen zoals karper, baars, brasem en snoekbaars er gebruik van maken om hun leefgebied uit te breiden.

De resultaten van de onderzoeken worden gebruikt om de migratieroutes voor vis verder te optimaliseren.

Wat onderzoeken we en waar doen we dat?

Het monitoringsprogramma bestaat uit drie hoofdonderdelen:

  1. Uittrek schieraal: via welke routes vindt uittrek van schieraal (volwassen paling) vanuit binnenwater plaats en zijn de gemalen, sluizen en vispassages goed passeerbaar?
  2. Intrek: via welke routes vindt intrek van glasaal (jonge paling) en driedoornige stekelbaars plaats vanuit zee naar de opgroei- of voortplantingsgebieden en zijn de vispassages goed passeerbaar?
  3. Zoetwatervis: hoe belangrijk zijn de vispassages langs het Noordzeekanaal voor zoetwatervis die wil migreren tussen het kanaal en de omliggende polderwateren?

Het onderzoeksgebied omvat het Noordzeekanaal en een ruime omgeving richting aanliggende boezemwateren, het Markermeer en het Amsterdam-Rijnkanaal. Bij het onderzoek worden diverse nieuwe technieken ingezet om vissen te merken, zodat ze als groep, of individueel in hun routes kunnen worden gevolgd.

Wie werken er allemaal mee?

Al sinds 2010 werken de volgende partners samen aan het verbeteren van de vismigratie voor trekvis in het Noordzeekanaalgebied: Rijkswaterstaat, provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap van Rijnland, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Havenbedrijf Amsterdam, gemeente Amsterdam en Sportvisserij MidWest Nederland. In 2017 hebben zij een samenwerkingsovereenkomst gesloten om dit gezamenlijke onderzoek uit te voeren. Rijkswaterstaat is hierbij penvoerder en zorgt voor de uitvoering van een groot deel van het programma. Wageningen Marine Research levert de expertise en voert de veldonderzoeken uit, samen met Visserijservice Nederland en regionale beroepsvissers. De inzet van een gemotiveerde groep vrijwilligers is bij het intrekonderzoek onmisbaar. Onder begeleiding van Stichting RAVON zorgen zij voor de kruisnetbemonsteringen bij diverse intrekpunten om driedoornige stekelbaarzen en glasalen te vangen, waaronder exemplaren met een kleurmerkje.

Bekijk de impressie van het onderzoek .