Bevoegd gezag

Het bevoegd gezag mag en kan handhavend (zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk) optreden. Andere overheidsinstellingen mogen niet bestuursrechtelijk optreden, maar kunnen wel toezicht houden en wanneer de bevoegdheid het toelaat strafrechtelijk optreden. Zie ook
Handboek Water: handhaving

Lozen van afvalwater

In de Waterwet is vastgelegd voor welke wateren Rijkswaterstaat het bevoegde gezag is. In de overige gevallen is het waterschap het bevoegde gezag. Wanneer een lozing vanuit een inrichting of activiteit zowel plaatsvindt op rijkswater als op waterschapswater dan is het hoogste bevoegd gezag, in dit geval Rijkswaterstaat, het bevoegde gezag. Dit sluit niet uit dat het waterschap in deze situatie via algemene regels nog wel het bevoegd gezag is. Voor lozingen direct op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) is het waterschap dat de rwzi beheert het bevoegd gezag. Voor indirecte lozingen, lozingen op vuil- en schoonwaterriolen, is het bevoegde gezag van de Wabo bevoegd gezag. Dit betekent de gemeente of de provincie. Meer informatie over dit onderwerp is opgenomen in het Handboek Water: organisatie waterbeheer.

Waterbodem

Voor de drogere oevergebieden is de provincie op basis van de Wet bodembescherming of de gemeente op basis van het Besluit bodemkwaliteit het bevoegd gezag. Voor de overige oevergebieden (uiterwaarden, stranden) en de waterbodem is de waterbeheerder op basis van de Waterwet het bevoegd gezag. Via de kaarten behorend bij de Waterregeling kan dit worden nagegaan.

Grondwater

Voor de onttrekking en infiltratie van grondwater is, afhankelijk van de hoeveelheid en toepassing, Rijkswaterstaat, de provincie of het waterschap het bevoegd gezag.
Zie Handboek Water: vergunningplichtige handelingen