Open teelt

Het Activiteitenbesluit richt zich, voor de open teelt, op het voorkomen en beperken van de verontreiniging van oppervlaktewater door emissies van met name bestrijdingsmiddelen en meststoffen als gevolg van agrarische activiteiten in de open teelt en de veehouderij.

In het Activiteitenbesluit zijn voor de open teelt regels opgenomen voor agrarische activiteiten zoals de akkerbouw, vollegrondsgroententeelt en bloemisterij, fruitteelt en de bollenteelt.

Het voorkomen dan wel beperken van emissies vanaf percelen kan grotendeels worden bereikt door het voorkomen van het meespuiten van sloten, het beperken van de (druppel)drift bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op het perceel, het voorkomen van het meemesten van sloten en het beperken van afspoeling en oppervlakkige uitspoeling.

Driftbeperking

In het Activiteitenbesluit zijn diverse maatregelen opgenomen om de druppeldrift naar oppervlaktewaterlichamen te beperken. Aan de ene kant gaat het om het om het toepassen van driftarme spuittechnieken (zoals het gebruik van driftarme doppen en kantdoppen), eisen ten aanzien van de windsnelheid waarbij gespoten mag worden en de spuitboomhoogte. Aan de andere kant zijn in het besluit teeltvrije zones opgenomen. De breedte van de teeltvrije zones die moet worden aangehouden is afhankelijk van het gewas dat wordt geteeld en van de gebruikte spuitapparatuur of andere maatregelen zoals vanggewassen of emissieschermen. Ook de intensiteit waarmee de gewassen bespoten worden en of er sprake is van opwaartse of neerwaartse bespuiting is mede bepalend voor de breedte van de teeltvrije zone. De driftbeperkende maatregelen zijn ook van toepassing op kleinschalige niet-bedrijfsmatige activiteiten, zoals het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in bijvoorbeeld volkstuinen.

Beperking emissie meststoffen

De teeltvrije zone mag niet worden bemest. Hierdoor wordt uitspoeling en afspoeling van meststoffen beperkt. Bij gebruik van korrel- of poedervormige meststoffen is het gebruik van een kantstrooivoorziening verplicht om meemesten van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen. Bij gebruik van bladmeststoffen in de strook gelegen naast de teeltvrije zone zijn, om drift in de richting van oppervlaktewaterlichamen te beperken, ook driftbeperkende maatregelen zoals driftarme doppen, eisen aan de windsnelheid waarbij gespoten mag worden en de spuitboomhoogte van toepassing.

Driftarme doppen en spuittechnieken

Het Activiteitenbesluit stelt eisen aan de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen nabij oppervlaktewater. Zo is opgenomen dat bij bespuitingen, in de eerste veertien meter naast een sloot, bij gebruik van een veldspuit, driftarme doppen en kantdoppen verplicht zijn. Ook bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen kunnen in het wettelijk gebruiksvoorschrift van een middel aanvullende voorwaarden worden opgenomen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van verbeterde driftarme spuitdoppen. In het gebruiksvoorschrift van een middel kan opgenomen zijn dat het middel mag worden toegepast indien 75% of 90% driftreducerende driftarme spuitdoppen worden gebruikt. Rekening houdend met de algemene eisen uit het Activiteitenbesluit en de specifieke eisen die voor de te gebruiken middelen gelden, dient de teler zijn spuitmachine uitrusten met de juiste driftarme doppen.

De Technische Commissie Techniekbeoordeling zorgt voor het bijhouden van een up to date lijst met driftarme doppen en spuittechnieken.

Technische Commissie Techniekbeoordeling

Om te voorkomen dat nieuwe technische ontwikkelingen in de sector stagneren is de mogelijkheid geboden om technieken die een gelijkwaardige bescherming van het oppervlaktewater bieden toe te passen.

Voor meer informatie kijk op de pagina Technische Commissie Techniekbeoordeling(TCT). Hier vindt u:

  • een overzicht van goedgekeurde alternatieve technieken
  • de adviezen aan de waterbeheerder
  • de bijbehorende persberichten bij een advies