Glastuinbouw

Nederland telt enkele duizenden glastuinbouwbedrijven met een gezamenlijke omvang van 10.000 hectare. Op de meeste bedrijven en het grootste deel van het areaal bedrijft men sierteelt (bloemen en potplanten). De groenteteelt vindt plaats op een kleiner aantal bedrijven met een kleiner totaal areaal. De meeste sierteeltbedrijven telen de gewassen in de grond, terwijl het grootste deel van de groentegewassen op substraat groeit. In de substraatteelt staat de plant met zijn wortels in een mat van steenwol die regelmatig water met voedingsstoffen krijgt. Het overtollige water druppelt uit de mat en wordt op de meeste bedrijven opgevangen en opnieuw gebruikt.

glastuinbouw

Regelgeving

Tot 1 januari 2013 was het Besluit glastuinbouw van kracht. Dit besluit was in de plaats gekomen van het Lozingenbesluit Wvo glastuinbouw en het Besluit en tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer. Bovendien was dit besluit voor een groot deel gebaseerd op het convenant glastuinbouw dat het bedrijfsleven en de overheid in 1997 hebben gesloten. Het Besluit glastuinbouw is het eerste besluit waarin zowel voorschriften gebaseerd op de Wet milieubeheer als op de Waterwet zijn opgenomen. Per 1 januari 2013 maakt het Besluit glastuinbouw onderdeel uit van het Activiteitenbesluit. Nieuw daarbij is dat voor de glastuinbouw overgestapt is van een aanpak gebaseerd op gebruiksnormen naar een aanpak op basis van emissies.

Invoering zuiveringsverplichting voor de glastuinbouw

Voor de glastuinbouw is in het ‘Hoofdlijnenakkoord zuivering glastuinbouw’ de afspraak opgenomen dat per 1 januari 2018 dat het drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelt en filterspoelwater indien voor het spoelen van het filter drainwater of bemest gietwater wordt gebruikt, voorafgaand aan lozing op het oppervlaktewater of vuilwaterriool gezuiverd moet worden, waarbij ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen worden verwijderd. Voor collectieve zuiveringen is het onder voorwaarde mogelijk om uitstel te krijgen tot 1-1-2021. De verplichting tot zuivering wordt naar verwachting op korte termijn opgenomen in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Deze afspraken komt voort uit de maatregelen die zijn opgenomen in de Kabinetsnota ‘Gezonde Groei, Duurzame oogst; tweede Nota duurzame gewasbescherming’.

Aan de verplichting tot zuivering kan door een tuinder invullingen worden gegeven door het toepassen van een individuele zuiveringsinstallatie op zijn/haar bedrijf, een collectieve zuivering waarin het lozingswater van verschillende bedrijven gezamenlijk wordt behandeld of door het te lozen drain(age)water te zuiveren met een mobiele zuiveringsinstallatie.

Vaststellen zuiveringsrendement zuiveringsinstallaties

Om te zorgen dat op 1 januari 2018 ruim 4000 glastuinbouwbedrijven voldoen aan de zuiveringsverplichting, is het van belang dat ruim voor die tijd installaties op de markt komen die aan de vereisten voldoen. Voor het vaststellen van het zuiveringsrendement van de installaties is een meetprotocol opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek wordt beoordeeld door de Beoordelingscommissie Zuiveringsinstallaties Glastuinbouw (BZG). De installatiebranche is hierover middels een brief van het Platform Duurzame Glastuinbouw (pdf, 110 kB) geïnformeerd.

Emissieroutes naar het water

De teelten in de glastuinbouw zijn intensief en de productie is daardoor hoog. Dat is alleen mogelijk door moderne technieken en de inzet van veel energie, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Voor het water zijn vooral de lozingen van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen een probleem. Informatie over de toestand van het oppervlaktewater is te vinden bij ‘Water in beeld'.

Emissie hangt af van stof en teeltwijze

De verontreinigingen komen op verschillende manieren in het water terecht, afhankelijk van de stof en de manier van telen.
In de grondteelten kunnen meststoffen uitspoelen via de bodem en het drainagesysteem. De substraatteelten gebruiken vaak een groot deel van het water opnieuw. Omdat het water na een aantal keren hergebruik langzaam vervuilt (vooral met zouten), moet de teler toch geregeld lozen. Daardoor worden ook vanuit de substraatteelt meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, die in het gietwater worden meegedruppeld, geloosd. De frequentie van het zogenaamde 'spuien' verschilt sterk per teelt en teler. Bij sommige - vaak oudere - substraatbedrijven vangt men het overtollige gietwater niet in een opvangsysteem op, maar loopt het water eerst de bodem in waarna het weer wordt opgepompt (recirculatie via de bodem). Hier kan ook water (met meststoffen en bestrijdingsmiddelen) via de bodem uitspoelen.
Grondtelers kunnen dit soort lozingen beperken door gietwater te gebruiken waarin nauwelijks zout zit. Het is dan niet nodig om de bodem vaak schoon te spoelen.

Gewasbeschermingsmiddelen

Gewasbeschermingsmiddelen kunnen naast het drain- of drainagewater, via de lucht, via condenswater en via afspoelend regenwater in het oppervlaktewater terechtkomen. Deze lozingen kan de teler beperken door gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken die weinig verdampen en door er voor te zorgen dat er geen condens- en regenwater in de sloot terechtkomt. In de afgelopen jaren hebben tuinders steeds meer manieren gevonden om zonder gewasbeschermingsmiddelen te werken. Op internet is inmiddels veel informatie te vinden over biologische bestrijding. Vooral in de groenteteelt zijn hier goede resultaten mee bereikt. Voor de sierteelt is het vaak moeilijker om zonder gewasbeschermingsmiddelen te werken; niet alleen de bloem maar de hele plant moet er goed uit zien, en voor de export mag er geen enkel insect op de planten aanwezig zijn. De eisen voor de groenteteelt zijn wat minder streng; het is bijvoorbeeld niet zo erg als de tomatenplant wat plekjes heeft, zolang de tomaten maar mooi zijn.