Controle van de slibvangput/olieafscheider

Bij het plaatsen en onderhouden van een slibvangput en olieafscheider moet men rekening houden met een aantal aandachtpunten.

Eenmalige controle

Bij oprichting of verandering van de inrichting of plaatsing van nieuwe slibvangput en olieafscheider kijkt men naar:

  1. Juiste dimensionering van de slibvangput en olieafscheider .
  2. Correcte plaatsing van de afscheider: aan- en afvoerleidingen goed aangesloten en vlotter werkt,
  3. Alleen afvalwater afkomstig van de wasplaats stroomt door de slibvangput en olieafscheider. Dus geen afvalwater, bijvoorbeeld van sanitair of regenwater.

Nieuw geplaatste olieafscheiders hebben een CE-markering.

Zonder CE-markering mag een leverancier een product niet verkopen. De verplichtingen over CE-markering staan in de Europese Verordening Bouwproducten (305/2011/EEG). Op het contactpunt bouwproducten kunt u meer informatie vinden over de Europese Verordening Bouwproducten.

Bij de CE-markering hoort ook een prestatieverklaring. Deze legt uit wat het product doet en wat de eigenschappen zijn van het product. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ziet toe op de volledigheid en juistheid van deze gegeven informatie. Ook controleert ze de aanwezigheid van de CE-markering op bouwproducten. Ook een ander bevoegd gezag dan het ILT kan aan een leverancier of fabrikant vragen om gegevens over de CE-markering. Dat mag op basis van artikel 11, lid 8 van de Europese Verordening Bouwproducten (305/2011/EEG).

Een ander bevoegd gezag dan ILT mag dus ook informatie opvragen bij de leverancier of fabrikant wanneer dit nodig is. Wanneer blijkt dat een bouwproduct niet voldoet aan de CE-markering en of prestatieverklaring kan men dit melden bij de ILT.

Het blijft de verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer om een product op de juiste manier te gebruiken. Vanuit het Activiteitenbesluit kan een toezichthouder alleen tegen het gebruik van een bouwproduct door een initiatiefnemer handhaven. Alleen ILT neemt maatregelen tegen de leverancier of fabrikant van een bouwproduct, als dit niet voldoet aan de CE-markering.

Herhaalde routinecontroles: (goed beheer van de installatie)
Bij een inrichting met slibvangput en olieafscheider kijkt men naar het regelmatig verwijderen van afgescheiden afvalstoffen. En de correcte afgifte aan een erkende inzamelaar die op de VIHB lijst staat. Zijn afgiftebonnen beschikbaar? Controleer eventueel vooraf de afgiftekarakteristiek in het LMA.

  1. In de NEN-EN-858 staat als verplichting dat men de slibvangput en olieafscheider eens per 6 maanden controleerd. Het gaat daarbij om een visuele en fysieke controle op het functioneren van de oliescheider. Afhankelijk van de resultaten van deze controle kan men de frequentie van legen van de slibvangput en olieafscheider aanpassen. Dit bepaald het bevoegd gezag met maatwerk.
  2. Visueel: lijkt de afscheider beschadigd of aangetast, werkt de vlotter ?
  3. Fysieke controle: Meting sliblaag en olielaag. Volgens de NEN mag de slibopvangruimte voor maximaal 50 % gevuld. De olieopslagruimte mag voor maximaal 80% gevuld zijn. Dit komt in het algemeen overeen met een olielaagdikte van 16 cm. Iets wat per type afscheider kan verschillen, maar duidelijk in de productbeschrijving van de slibvangput en olieafscheider staat vermeld. Bij een te dikke olielaag, kan men de conclusie kunnen trekken dat het onderhoud afscheider niet goed gebeurt.

Aandachtspunten

Bij 1. t/m 3. is aandacht in de (ver)bouwfase van belang. De lozingssituatie moet in rioleringtekening staan van bouw. Bij verbouw moet men dan de dimensionering herberekeningen om de tekening te kunnen aanpassen.
Bij 4. en 5. is sprake van administratief toezicht op de afvaldocumenten, eventuele instructie van personeel en borging daarvan in de organisatie.
Bij 6. is sprake van fysiek toezicht.
Gecertificeerde bedrijven laten een uitvoerig onderhoudsdocument achter. Hierin staat ook waardevolle informatie voor de inspectie (bijv. mankementen aan de afscheider). Er is geen verplichting om het onderhoud door een Kiwa gecertificeerd bedrijf te laten uitvoeren.

Controlevoorziening

Afvalwater met een concentratiegrenswaarde van 200 mg/l minerale olie moet eerst door een doelmatige en goed toegankelijke controlevoorziening stromen. De ondernemer moet de monstername mogelijk maken. Dit moet vóór vermenging met een andere afvalwaterstroom. Dit geldt ook voor afvalwater met een concentratiegrenswaarde van 20 mg/l minerale olie.
Het bemonsteren en analyseren van het afvalwater is nadrukkelijk een taak voor het bevoegd gezag. Als het bevoegd gezag vermoedt dat de lozing niet voldoet aan de normen, zal het bevoegd gezag dit moeten aantonen. Zij kan dit niet afwentelen op de ondernemer.
In de NEN 6600-1 staat de monsterneming van afvalwater beschreven. Artikel 2.3 lid 2 van het Activiteitenbesluit verwijst voor de voorwaarden van monsterneming naar deze NEN. In de praktijk betekend dit, dat een bemonsteringsvoorziening nodig is om een goed monster te kunnen nemen. Op grond van lid 3 kan het bevoegd gezag hiervan afwijken.
LET OP: Als een ondernemer geen goede monstername mogelijk maakt. En het bevoegd gezag tijdens een controle wel een monster neemt: Bij een overschrijding van de concentratiegrenswaarde, kan het bevoegd gezag het bedrijf alleen aanschrijven op de controle voorziening. In dat geval is de gemeten overschrijding maar een aanwijzing van de concentratie. Na aanpassingen zal het bevoegd gezag opnieuw een monster moeten nemen, om de concentratie juist te kunnen vaststellen.

Meting en monstername

De NEN 6600-1 beschrijft de manier waarop men het afvalwater moet bemonsteren en conserveren. Praktijkkennis is nodig om te voldoen aan de NEN 6600-1, volgens artikel 2.3, lid 2. In de norm staat niet voorgeschreven dat de monsternemer een diploma nodig heeft.
Let op. Wanneer een lozing op een lokatie niet of nauwelijks plaats vind, is het nemen van een goed en representatief monster niet eenvoudig. In de praktijk is monstername, met bijbehorende analyse, niet vaak nodig. Inspectie gericht op de administratieve controles en eventueel meting van de laagdiktes kan veelal effectiever blijken. Meting van de dikte van de laag olie kan bijvoorbeeld met een peilstok of olielaagmeter.

Opbouw inspectie

  1. Dossieronderzoek: zijn gegevens van de slibvangput en olieafscheider bekend?
  2. Resultaten en afspraken eerdere controle(s)?
  3. Administratieve controle:
    -afgiftebonnen LMA
    -vraag naar borging onderhoud binnen bedrijf (wie regelt dit, is er een onderhoudscontract?)
    -gegevens afscheider: dimensionering, leeftijd.
  4. Nieuwe afscheider: eenmalige controle (1. t/m 3.)
  5. Bestaande afscheider: gebruikelijke inspectie (3. t/m 7.)
  6. Check laagdikte olie (max. 16 cm) en vulling slibopvangruimte (max. 50 %). Deze richtlijnen hebben te maken met de eisen waaraan het product op basis van het ontwerp door de fabrikant moet voldoen. Dit kan invloed hebben op het goed functioneren van de afscheider. Boven deze waarden kan de afscheider het afvalwater niet goed scheiden.
  7. Eventueel monstername bij controlevoorziening.

Meer informatie

Meer informatie over de regelgeving voor olieafscheiders en slibvangputten vindt u hier: olieafscheiders en slibvangputten. Hier vind u foto's van een olieafscheider.