Bestuursakkoord Water

Aanvullende afspraken Bestuursakkoord Water

Het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) sloten in 2011 het Bestuursakkoord Water (BAW). Daarin is afgesproken om de doelmatigheid van het waterbeheer te vergroten. Minder bestuurlijke drukte, heldere verantwoordelijkheden, slim en kosteneffectief samenwerken staat centraal in deze afspraken, die lopen tot 2021.

Er is grote tevredenheid over de werking van het bestuursakkoord. Nationaal en regionaal is de samenwerking verbeterd, met als belangrijk resultaat dat de kosten voor het waterbeheer beheersbaar blijven.

Op 31 oktober 2018 hebben de waterpartners aanvullende afspraken gemaakt op het Bestuursakkoord Water. Dit omdat nieuwe opgaven vragen om nieuwe afspraken. Het addendum bevat nieuwe en hernieuwde afspraken over de volgende onderwerpen:

  1. De kansen van de informatiesamenleving
    De samenleving verandert snel onder invloed van technologie en digitalisering. Digitalisering is de belangrijkste bron van groei, innovatie en nieuwe bedrijvigheid. In de informatiesamenleving ontstaan nieuwe kansen, ook voor de watersector. Sturen met data en technologieën maakt het makkelijker om meer samen te werken en integraal te werken. We ontwikkelen een gezamenlijke visie en aanpak om de kansen van de informatiesamenleving beter te benutten.

  2. De risico’s van digitale dreigingen
    Tegenover de kansen van digitalisering staan bedreigingen, bijvoorbeeld op het gebied van cybersecurity. Cybercrime, cyberspionage en cybersabotage kunnen systemen en processen verstoren, met grote gevolgen voor de volksgezondheid, veiligheid en economie. Deze digitale bedreigingen vragen van de waterpartners om een gezamenlijke aanpak en inspanning.

  3. Het succes van regionale samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven
    Gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven werken in heel Nederland – verspreid over 49 regio’s – samen aan het regionale waterbeheer. Door kennis te delen, taken gezamenlijk uit te voeren en investeringen op elkaar af te stemmen, zijn al veel doelstellingen uit het BAW gerealiseerd. Nu gaan we volgende stappen zetten om het waterbeheer verder te professionaliseren en om de personele kwetsbaarheid van onze organisaties te verminderen.

  4. Implementatie van de Omgevingswet in de waterketen
    In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. De nieuwe wet biedt de waterpartners kansen – dankzij verdere versterking van de samenwerking - om meer regionaal maatwerk te leveren. De consequenties van de Omgevingswet voor het stedelijk waterbeheer en de drinkwatersector zijn groot. Gezamenlijk willen we zorgen voor een goede implementatie van de wet en de regionale afstemming daarover.

Doel van het Bestuursakkoord Water is te blijven zorgen voor:

  • veiligheid tegen overstromingen
  • een goede kwaliteit water
  • voldoende zoet water.

De vijf partners willen dit bereiken door doelmatiger te werken, dat wil zeggen:
goede kwaliteit tegen lagere kosten en minder bestuurlijke drukte. Noodzakelijke investeringen leiden daardoor niet tot sterke stijging van de lokale lasten voor burgers en bedrijven. De partners streven daarnaast ook naar doelmatigheid, door met minder kosten en minder bestuurlijke drukte de werkzaamheden te verrichten.

Transparantie en besparingen

Zowel Rijk als decentrale overheden moeten bezuinigen en met minder middelen hun taken uitvoeren. Dat vraagt om een doelmatiger waterbeheer. Dat wil zeggen kwaliteit, maar tegen lagere kosten. De nieuwe aanpak van het waterbeheer moet solide, simpel en sober zijn.

Door efficiënter te werken met andere organisaties, kan er structureel bespaard worden. Dat kan bijvoorbeeld door de controle- en toezichtsfunctie te verminderen. Maar ook door meer samen te werken en van elkaars expertises te profiteren en door duidelijke afspraken te maken wie wat doet.

Op die manier kan vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro worden bespaard op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer. Daardoor hoeven de waterlasten voor burgers en bedrijven maar beperkt te stijgen, ondanks de grote investeringen die overheden moeten doen in het waterbeheer.

Hoe wordt er bespaard?

Bij de productie van drinkwater, de riolering en de afvalwaterzuivering wordt 450 miljoen euro bespaard op de jaarlijkse kosten in 2020. Waterschappen en gemeenten zorgen voor 380 miljoen van die besparingen; drinkwaterbedrijven voor 70 miljoen. De overige 300 miljoen euro van de totale besparing van 750 miljoen euro wordt gevonden in het beheer van dijken, oppervlaktewater en de zoetwatervoorziening door Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

taartdiagram besparing

Overhevelen van taken

Efficiënter werken zit hem ook in het overhevelen van taken, die door een andere organisatie beter en goedkoper kunnen worden gedaan.

Van de 750 miljoen euro die efficiënter werken oplevert, wordt 200 miljoen euro gebruikt voor waterveiligheid. Het gaat hier vooral om het versterken van de waterkeringen. Hierbij is de bestrijding van muskus- en beverratten van de provincies aan de waterschappen overgedragen. Vanaf 2011 levert dat 19 miljoen euro op. Daarnaast wordt de financiering van de primaire waterkeringen (de belangrijkste waterkeringen) voor een deel overgenomen van het Rijk door de waterschappen. Vanaf 2015 dragen de waterschappen 181 miljoen bij aan de aanleg van de primaire keringen.

De overige doelmatigheidswinst van 550 miljoen euro wordt gebruikt om noodzakelijke investeringen in het waterbeheer te bekostigen, zodat de lokale lasten voor burgers en bedrijven slechts beperkt stijgen.

Voortgang in de gaten houden

Om duidelijk en transparant te kunnen zien wat de voortgang is bij de uitvoering van het Bestuursakkoord Water rapporteren de BAW-5 partners jaarlijks over de voortgang en de ontwikkeling van de lokale lasten. Daarnaast rapporteert De Staat van Ons Water jaarlijks in mei over de uitvoering van het BAW. De voortgang van de monitoring financiële doelmatigheid maakt is hier onderdeel van.

Evaluatie

In 2013 vond de eerste tussentijdse evaluatie van het Bestuursakkoord Water plaats. Hierbij is met name gekeken naar de voortgang in de uitvoering van de afspraken. Uit deze evaluatie kwam naar voren dat veel van de afgesproken acties al waren opgepakt of zelfs al afgerond en de onderlinge samenwerking herkenbaar een stimulans heeft gekregen. In 2016 vond de tweede tussentijdse evaluatie plaats. Deze evaluatie ging verder waar de eerste evaluatie was geëindigd en werd op dezelfde wijze uitgevoerd. Deze tweede evaluatie laat zien dat op één na alle acties uit het BAW zijn uitgevoerd of niet meer relevant zijn als gevolg van verdere beleidsontwikkeling. Alleen de actie over het bereiken van de doelmatigheidswinst loopt nog door tot 2020. Daarnaast komt uit de evaluatie naar voren dat de samenwerking tussen de waterpartners verder geïntensiveerd en verbeterd is.

Monitoring Financiële Doelmatigheidswinst

Parallel aan de kwalitatieve evaluatie van het BAW vond in 2013 en 2016 ook een kwantitatieve evaluatie plaats in het kader van de monitoring van de financiële doelmatigheid. De voortgang voor het behalen van de afgesproken doelmatigheidswinst van € 750 miljoen per jaar vanaf 2020 ligt op koers. Dit blijkt uit zowel de monitor over de periode 2010-2013 alsook de monitor over de periode 2010-2016. Dit betekent dat de organisaties nog steeds goed op koers liggen om het afgesproken doel in 2020 te behalen.