Bestuursakkoord Water

In mei 2011 hebben het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) het Bestuursakkoord Water ondertekend.
Doel van het Bestuursakkoord Water is te blijven zorgen voor:

  • veiligheid tegen overstromingen
  • een goede kwaliteit water
  • voldoende zoet water.

De vijf partners willen dit bereiken door doelmatiger te werken, dat wil zeggen:
goede kwaliteit tegen lagere kosten en minder bestuurlijke drukte. Noodzakelijke investeringen leiden daardoor niet tot sterke stijging van de lokale lasten voor burgers en bedrijven. De partners streven daarnaast ook naar doelmatigheid, door met minder kosten en minder bestuurlijke drukte de werkzaamheden te verrichten.

Transparantie en besparingen

Zowel Rijk als decentrale overheden moeten bezuinigen en met minder middelen hun taken uitvoeren. Dat vraagt om een doelmatiger waterbeheer. Dat wil zeggen kwaliteit, maar tegen lagere kosten. De nieuwe aanpak van het waterbeheer moet solide, simpel en sober zijn.

Door efficiënter te werken met andere organisaties, kan er structureel bespaard worden. Dat kan bijvoorbeeld door de controle- en toezichtsfunctie te verminderen. Maar ook door meer samen te werken en van elkaars expertises te profiteren en door duidelijke afspraken te maken wie wat doet. Zo wordt er in maart 2012 een werkconferentie georganiseerd.

Op die manier kan vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro worden bespaard op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer. Daardoor hoeven de waterlasten voor burgers en bedrijven maar beperkt te stijgen, ondanks de grote investeringen die overheden moeten doen in het waterbeheer.

Hoe wordt er bespaard?

Bij de productie van drinkwater, de riolering en de afvalwaterzuivering wordt 450 miljoen euro bespaard op de jaarlijkse kosten in 2020. Waterschappen en gemeenten zorgen voor 380 miljoen van die besparingen; drinkwaterbedrijven voor 70 miljoen. De overige 300 miljoen euro van de totale besparing van 750 miljoen euro wordt gevonden in het beheer van het dijken, oppervlaktewater en de zoetwatervoorziening door Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

taartdiagram besparing

Overhevelen van taken

Efficiënter werken zit hem ook in het overhevelen van taken, die door een andere organisatie beter en goedkoper kunnen worden gedaan.

Van de 750 miljoen euro die efficiënter werken oplevert, wordt 200 miljoen euro gebruikt voor waterveiligheid. Het gaat hier vooral om het versterken van de waterkeringen. Hierbij is de bestrijding van muskus- en beverratten van de provincies aan de waterschappen overgedragen. Vanaf 2011 levert dat 19 miljoen euro op. Daarnaast wordt de financiering van de primaire waterkeringen (de belangrijkste waterkeringen) voor een deel overgenomen van het Rijk door de waterschappen. Vanaf 2015 dragen de waterschappen 181 miljoen bij aan de aanleg van de primaire keringen.

De overige doelmatigheidswinst van 550 miljoen euro wordt gebruikt om noodzakelijke investeringen in het waterbeheer te bekostigen, zodat de lokale lasten voor burgers en bedrijven slechts beperkt stijgen.

Voortgang in de gaten houden

Om duidelijk en transparant te kunnen zien wat de voortgang is bij de uitvoering van het Bestuursakkoord Water rapporteren de 5 partners jaarlijks over de voortgang en de ontwikkeling van de lokale lasten.

Evaluatie

In 2013 werd het Bestuursakkoord Water geëvalueerd. Deze evaluatie 2011/2013 (zie onder het kopje "Documenten") markeert een tussenstap in de looptijd van het BAW die van 2011 tot 2020 loopt. De partijen kunnen hiermee concluderen of de goede weg is ingeslagen en of en zo ja waar bijstellingen aan de orde zijn. Een tweede evaluatie is eind 2016 voorzien. Deze eerste evaluatie heeft een derhalve een "lichte" invulling gekregen. Hierbij is met name gekeken naar de voortgang in de uitvoering van de afspraken, en is maximaal gebruik gemaakt van andere (lopende) trajecten. Deze tussenevaluatie beoogt een beeld te geven of het bereiken van de BAW doelen realistisch is, met oog voor optredende neveneffecten.