Toetsingskader vergunningverlening waterkwaliteit

De waterbeheerder moet bij het verlenen van een watervergunning rekening houden met de waterkwaliteitsdoelen. Hiervoor zijn toetsingskaders ontwikkeld. Het toetsen van aanvragen voor watervergunningen aan deze toetsingskaders zorgt ervoor dat verleende vergunningen niet in strijd zijn met Krw-doelen.

Inhoud

Doelen van de Kaderrichtlijn water (Krw)

De Krw kent in hoofdzaak twee doelen. Dit zijn:

  • geen achteruitgang van de bestaande toestand van het oppervlaktewater
  • het niet in gevaar brengen van het tijdig bereiken van een goede toestand

Bij vergunningverlening vindt toetsing aan de Krw-eisen plaats op verschillende elementen. De vergunningverlener toetst aan de ene kant aan de bepalingen uit artikel 6.21 van de Waterwet. Aan de andere kant aan de water(beheer)plannen. Het gaat hier dus om een gecombineerde toetsing.

Weigeringsgronden

Het bevoegd gezag weigert de watervergunning als de aangevraagde activiteit niet verenigbaar is met de doelstellingen van de Waterwet. Dat staat in artikel 6.21 van de Waterwet. Een van de doelen van de Waterwet is het beschermen van de chemische en ecologische toestand van watersystemen. Meer uitleg over de weigeringsgronden staat op de pagina beslissen op een aanvraag.

De uitwerking van dit doel staat deels in hoofdstuk 5 Wet milieubeheer. Artikel artikel 2.10 van de Waterwet verwijst hier naar. In dit hoofdstuk staat de opdracht de normen voor bescherming van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen vast te stellen.

Het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 (Bkmw 2009) bevat de Europese normen voor de chemische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen. Ook bevat het Bkmw 2009 de basis waarop normen voor de ecologische kwaliteit van natuurlijke oppervlaktewaterlichamen kunnen worden genomen. Het document met deze normen, het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen (pdf, 34 MB), is aangewezen in de Regeling monitoring kaderrichtlijn water.

Het andere deel van de uitwerking van dit doel, het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) van oppervlaktewaterlichamen staat in de water(beheer)plannen.

Rekening houden met water(beheer)plannen

Het bevoegd gezag moet bij vergunningverlening rekening houden met de relevante water(beheer)plannen. Dit staat in artikel 6.1a van het Waterbesluit. In deze plannen staat:

  • welke oppervlaktewaterlichamen kunstmatig en sterk veranderd zijn en het GEP wat daarmee overeenkomt
  • welke maatregelen het bestuursorgaan neemt om te voldoen aan de Krw
  • in welke waterlichamen uitzonderingen mogelijk zijn en waarom

Voor het beoordelen van vergunningaanvragen is de invulling van 'bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen' van belang. Belangrijk is ook welke Krw-maatregelen in het plan staan. Dit is nodig om te kunnen vaststellen of de aangevraagde handeling deze maatregelen raakt. Ook is van belang of uitzonderingen gelden.

Dit geheel van doelen, maatregelen en uitzonderingsmogelijkheden vormt het toetsingskader voor vergunningverlening. Dit is in lijn met de verplichting om vergunningen aan Krw-doelen te toetsen. De rechtbank Rotterdam heeft hierover een uitspraak gedaan (17 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2000).

Invulling toetsing lozingen

Voor lozingen staat in het Handboek Immissietoets hoe die toetsing aan de Krw-doelen precies verloopt. Hierbij kan de vergunningverlener de toelaatbaarheid van een lozing in relatie tot de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater beoordelen. Het Handboek Immissietoets is een BBT-informatiedocument. Dat staat in de Regeling Omgevingsrecht (Mor).

Drinkwater

De Handreiking Beoordeling lozingen gericht op bescherming drinkwaterbronnen (pdf, 1 MB) gaat over de bescherming van waterwinlocaties. Het bevat hiervoor een extra 'drinkwatertoets'. De handreiking gaat vooral in op de beoordeling van opkomende stoffen vlakbij innamepunten voor drinkwater waarvoor nog geen norm beschikbaar is.

Invulling toetsing andere activiteiten dan lozingen

Voor andere activiteiten dan lozingen is het in de water(beheer)plannen mogelijk aan te geven hoe die toetsing werkt.

Rijkswateren

Voor de rijkswateren staat het toetsingskader waterkwaliteit in bijlage 5 van het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (BPRW 2016-2021). Onderdeel van dit toetsingskader is een 'beslisschema ecologie'. In stappen beoordeelt de vergunningverlener of de fysieke ingrepen in oppervlaktewaterlichamen in strijd zijn met de Krw-doelstellingen.

Hoe dat werkt

Met het beslisschema kijkt de vergunningverlener eerst hoe groot het effect van het project is op het ecologisch relevante gebied. Als het effect kleiner is dan 1%, dan is het effect op de kwaliteit verwaarloosbaar en kan het project door gaan.

Deze systematiek houdt rekening met de cumulatie van meerdere, kleine projecten. Als het (cumulatieve) effect op het ecologisch relevante gebied 1% of méér is, moet bekeken worden hoe groot die invloed precies is om aan de Krw-doelen te kunnen toetsen. Van dit toetsingskader heeft de rechter in de eerder genoemde uitspraak van 17 maart 2017 geoordeeld dat het niet in strijd is met de Krw.

Regionale wateren

Ook provincies en waterschappen kunnen in hun regionale waterplannen en waterbeheerplannen een (aanvullend) toetsingskader opnemen. Voor de regionale wateren heeft de Unie van Waterschappen in haar model Keurkwartet een 'Beleidsregel ecologie' opgesteld. Deze bevat een ecologisch beslisschema dat inhoudelijk nagenoeg gelijk is aan het beslisschema ecologie van het Bprw. Waterschappen moeten deze beleidsregel zelf vaststellen om de toetsing onderdeel van het beleid te maken. Het is ook mogelijk om de inhoud van het schema ad hoc te gebruiken om aan de Krw-doelstellingen te toetsen. Dit is gebeurd in de zaak waarop de eerder genoemde uitspraak van 17 maart 2017 is gebaseerd.