Lozen op schoonwaterriool

Vooral in stedelijk gebied is lozen in bodem of oppervlaktewater niet altijd mogelijk. Overtollig schoon afvalwater, zoals afstromend hemelwater en grondwater voert men dan vaak af met een schoonwaterstelsel: hemelwater- of ontwateringsstelsel.

Door schoon afvalwater te lozen in schoonwaterriool wordt het vuilwaterriool ontlast. Deze lozingsroute voorkomt overstorten van het vuilwaterriool. Ook verbetert het de doelmatige werking van de zuivering. In de Wet milieubeheer worden de verschillende Soorten rioolstelsels genoemd voor het afvoeren van schoon water.

Hemelwater- of ontwateringsstelsel

  • Openbaar hemelwaterstelsel:
    voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast
  • Openbaar ontwateringsstelsel:
    voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van grondwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool , in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast

Een openbaar hemelwaterstelsel en een openbaar ontwateringsstelsel worden gezamenlijk vaak aangeduid met ‘schoonwaterriool’. In beide stelsels wordt immers in beginsel ‘schoon’ water getransporteerd naar het milieu, oppervlaktewater of bodem, zonder tussenkomst van een zuivering. In de praktijk zullen beide ook vaak gecombineerd worden als ze op dezelfde locatie aanwezig zijn.

Algemeen verbod

Binnen de algemene regels is het lozen van afvalwater in een schoonwaterstelsel verboden behalve als het nadrukkelijk is toegestaan volgens artikel 2.2 van het Activiteitenbesluit.  Per lozingsactiviteit wordt het verbod om te lozen opgeheven.

Dat is bijvoorbeeld het geval voor afstromend hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, en grondwater. De voorwaarden die gesteld worden aan lozen in een schoonwaterstelsel zijn meestal hetzelfde als de eisen bij lozen in het oppervlaktewater. Logisch want veelal komen deze lozingen uiteindelijk ongezuiverd uit op een oppervlaktewater.

Maatwerk

Soms is een lozing binnen het Activiteitenbesluit niet geregeld. Het bevoegd gezag kan dan het lozen in een schoonwaterstelsel met een maatwerkvoorschrift volgens artikel 2.2. derde lid van het Activiteitenbesluit toestaan.

Overleg tussen de rioolbeheerder en de waterkwaliteitsbeheerder is daarbij aan te raden. Ook het gemeentelijk rioleringsplan komt zo tot stand.

Verordeningsbevoegdheid

Ter invulling van de zorgplichten voor hemel- en grondwater kunnen de  gemeenten aanvullende regels stellen. Dit is de gemeentelijke verordeningsbevoegdheid en staat in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer.

Met deze bevoegdheid kan de gemeente ook bepaalde voorschriften in de algemene regels aanpassen, bijvoorbeeld artikel 3.2, lid 10 Activiteitenbesluit. Er hoeven dan niet telkens individuele maatwerkvoorschriften verleend te worden. Let wel, deze verordeningsbevoegdheid geldt alleen voor hemel- en grondwater.

Kijk voor meer informatie ook op de pagina's over: