Uitleg werkwijze ABM

Aan de hand van bekende gegevens van individuele stoffen of mengsels van stoffen bepaalt de lozer via de Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM) eerst de waterbezwaarlijkheid. Onder waterbezwaarlijkheid wordt verstaan: 'de mate waarin er een kans is op nadelige effecten voor het aquatisch milieu'.

Waterbezwaarlijkheid

Een hogere of grotere waterbezwaarlijkheid betekent een grotere kans op nadelige effecten. Nadelige effecten die kunnen optreden zijn gebaseerd op intrinsieke stofeigenschappen als:

  • toxische effecten (acuut of chronisch)
  • mutagene of carcinogene effecten
  • reprotoxische effecten of bio-accumulatie, of
  • het langdurig voorkomen van slecht afbreekbare stoffen in het aquatische milieu

Vier categorieën waterbezwaarlijkheid

Om de waterbezwaarlijkheid te kunnen bepalen maken bevoegd gezag en initiatiefnemer gebruik van de Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM). De ABM kent vier categorieën van aflopende waterbezwaarlijkheid:

  • Z (zeer zorgwekkende stoffen (ZZS): verzameling van meest gevaarlijke stoffen voor mens en milieu, bijvoorbeeld PAK's, dioxinen, kwik en kwikverbindingen)
  • A (niet snel afbreekbare, waterbezwaarlijke stoffen)
  • B (afbreekbare, waterbezwaarlijke stoffen)
  • C (stoffen die van nature voorkomen in het lokale oppervlaktewater). Op het uiteindelijk te lozen restwater past het bevoegd gezag de immissietoets toe. Uit deze toetsstap kan volgen dat het nodig is technieken toe te passen die nog meer bescherming bieden. Als het nodig is beoordeelt het bevoegd gezag opnieuw de inspanningen bij de stappen bronaanpak en minimalisatie.

Saneringsinspanning

Bij elke categorie waterbezwaarlijkheid hoort een zekere saneringsinspanning. Dit is de mate waarin technieken moeten worden toegepast om emissie van deze stof zoveel mogelijk te beperken.

De hoogte van de waterbezwaarlijkheid bepaalt vervolgens de saneringsinspanning die een gebruiker moet doen. De saneringsinspanning richt zich op het zoveel mogelijk voorkomen dat een waterbezwaarlijke stof in het oppervlaktewater terecht komt. Daarbij komen steeds de volgende stappen terug:

Van Beleidsdoel naar Aanpak ZZS weren uit de leefomgeving

ZZS-beleid bij lozingen

Continu verbeteren is in de ABM concreet gemaakt voor ZZS-lozingen. De ABM geeft aan dat het bevoegd gezag dit als vergunningvoorschrift moet opnemen. Voor inrichtingen die onder algemene regels vallen geldt niet deze plicht tot continu verbeteren bij lozingen van ZZS.

Ook voor mengsels

De ABM beschrijft ook hoe men een saneringsinspanning bepaalt voor de waterbezwaarlijkheid van 'mengsels'. 'Mengsels' noemde men vroeger ook wel 'preparaten'. 'Mengsels' zijn samenstellingen van verschillende stoffen.

Hulpmiddel

Naast de als BBT-document vastgestelde ABM (pdf, 1.3 MB), is er een Excel-tool. Deze kan gebruikt worden om waterbezwaarlijkheid van een stof te beoordelen en daarmee de saneringsinspanning voor deze stof. Om de tool in te vullen is er wel algemene stofinformatie nodig, als hulpmiddel is een handreiking bij de tool gemaakt.