Waterstaatswerk aanleggen of wijzigen

De aanleg en het wijzigen van waterstaatswerken op initiatief van de waterbeheerder vindt plaats aan de hand van een projectplan. Als een ander dan de waterbeheerder het initiatief heeft, is vooral de watervergunning bepalend.

Waterbeheerder initiatiefnemer voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk

De waterbeheerder moet een waterstaatswerk realiseren (nieuw) of hij moet een bestaand waterstaatswerk aanpassen vanwege de wateropgave en gericht op het voldoen aan de geldende normering. Daartoe heeft hij een door zijn bestuur vastgesteld projectplan nodig, op grond van artikel 5.4 Waterwet. In het projectplan wordt een beschrijving gegeven van het werk en de wijze waarop het aanleggen of wijzigen zal worden uitgevoerd. Projectplannen zijn vormvrij. Er is een model-projectplan van Rijkswaterstaat (RWS) beschikbaar via de website van Helpdesk Water (zie rechterkolom).

Een ander dan de waterbeheerder is initiatiefnemer

Voor deze gevallen is het projectplan niet geschreven, maar geldt, naast andere juridische verplichtingen, de vergunningplicht van de Waterwet (watervergunning).

Waterstaatswerk

Volgens artikel 1 van de Waterwet is een waterstaatswerk: oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk. De waterbeheerder is belast met het op orde krijgen en houden van zijn waterstaatswerken. Dat kan betekenen dat hij aan zijn waterstaatswerken moet sleutelen, dan wel nieuwe werken moet aanleggen. Hierbij kunnen we bijvoorbeeld denken aan het verleggen van een waterkering, het realiseren van een waterberging, het verbreden van een oppervlaktewater, het aanleggen van een bypass of het aanleggen van vispassages.

Het slot van artikel 5.4, eerste lid Waterwet, bepaalt dat met de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk de uitvoering van een werk tot beïnvloeding van een grondwaterlichaam wordt gelijkgesteld. De aanleg of wijziging van een grondwaterlichaam door of vanwege de waterbeheerder is ook projectplanplichtig. In de praktijk zal het kunnen gaan om de wijziging van een grondwaterlichaam waarbij te denken valt aan het doorsnijden van grondwater met bijvoorbeeld een damwand of een anti-verdrogingsproject.

Projectplan of vergunningplicht?

In de praktijk is de relatie tussen het projectplan en de watervergunning niet altijd even duidelijk. Onduidelijkheid is er met name daar waar een waterstaatswerk wordt aangelegd en/of gewijzigd als gevolg van gebruik van het waterstaatwerk door een niet-waterbeheerder.

De factsheet ‘Projectplan en/of vergunningplicht?' geeft aan hoe met dergelijke gevallen kan worden omgegaan.

Relatie met andere activiteiten

Het kan nodig zijn om bomen te kappen en grond te verzetten. Verder moet het voornemen stroken met het geldende bestemmingsplan. Juridisch betekent dit dat de initiatiefnemer (waterbeheerder of een derde) vóór de uitvoering moet beschikken over alle vereiste toestemmingen van andere overheden. Ook van derden moet hij de nodige toestemmingen hebben (privaatrechtelijk), waarbij bijvoorbeeld gedacht moet worden aan het gebruik van de grond van perceeleigenaren.

Werkwijze onder de Waterwet

Op grond van de Waterwet moet de beheerder vóór de uitvoering een door zijn bestuur vastgesteld projectplan hebben. Voor primaire waterkeringen en meer gecompliceerde werken (die aangewezen zijn in de provinciale verordening) geldt een gecoördineerde projectplanprocedure, waarbij de provincie zorgdraagt voor een tijdig verkrijgen van allerlei andere toestemmingen (artikelen 5.5 t/m 5.13 Waterwet). De Waterwet (artikelen 5.20 t/m 5.27) geeft de beheerder daarnaast de mogelijkheid ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering gedoogplichten op te leggen. Hij moet ook de legger wijzigen (artikel 5.1 Waterwet). Daarnaast heeft de waterbeheerder toestemmingen nodig op grond van de Wabo. Het bestemmingsplan moet de uitvoering kunnen toelaten.

Het projectplan

De Waterwet geeft niet aan waaraan een projectplan moet voldoen. Ook over de procedure van totstandkoming staat niets in de Waterwet. Aangehaakt wordt bij de totstandkoming van besluiten in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Ongeacht welk werk de waterbeheerder wil uitvoeren, stelt hij zich eerst de volgende vragen. De antwoorden daarop krijgen in verband met de vereiste zorgvuldigheid een plaats in het voorstel voor een projectplan:

  • Uitgangspunten/visie?
  • Voor welke wateropgave(n)?
  • Welke onderzoeken zijn uitgevoerd naar mogelijke maatregelen en hun varianten?
  • Wat zijn de concreet voor te stellen maatregelen en waarom op die locatie(s)?
  • Is de planologische inpassing geborgd?
  • Moet de waterbeheerder de eventuele planschade verrekenen met de gemeente?
  • Wat beoogt de maatregel en komt er een evaluatie?
  • Wie zijn betrokken bij de uitvoering (andere overheden/instellingen/derden)?
  • Is voorzien in leggerwijziging (Waterwet en Waterschapswet)?
  • Welke publiek- en privaatrechtelijke toestemmingen zijn nodig?
  • Hoe ziet de planning er uit?
  • Welke kosten zijn gemoeid met het werk en het onderhoud ervan en moet er gecompenseerd worden?
  • Is de schadevergoeding bij het gebruik maken van de waterberging in het voorstel meegenomen? Zeker in het geval van het realiseren van een locatie voor waterberging moet in het projectplan ook worden beschreven hoe en in welke mate rechthebbenden in geval van een daadwerkelijke inundatie schadevergoeding van de waterbeheerder zullen ontvangen.
  • Is bij het voorstel gekeken naar de situatie van na 2015 en is klimaatontwikkeling meegenomen?(Is er een dossier aangelegd in verband met eventuele gerechtelijke procedures?)

Overige regelgeving

Tal van juridische verplichtingen kunnen, naast het projectplan of de watervergunning, aan de orde zijn. Gedacht moet zeker worden aan de m.e.r.-plicht, de Wbb-meldingen en Wbb-saneringsonderzoek, een ontgrondingenvergunning, meldingen voor lozingen, bouwvergunning, het wijzigen van het bestemmingsplan en nog veel meer. Veel van deze verplichtingen worden geregeld met de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Een juridische analyse vooraf wordt aanbevolen!

Bevoegd gezag voor de Waterwet is de waterbeheerder, RWS of het waterschap, die het projectplan vaststelt, gedoogplichten oplegt en de legger en/of het beheerregister wijzigt. Afhankelijk van het werk kan ook een toestemming van het Rijk als waterbeheerder aan de orde zijn.
Bevoegd gezag voor de overige regelgeving is veelal de gemeente en soms de provincie en/of het Rijk.

Hoe was dit voor de komst van de Waterwet?

De waterbeheerder werkte vaak met een keurontheffing (of voor RWS: vergunning eigen werken) en verder had hij beschikkingen nodig op grond van bijvoorbeeld de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming et cetera. Het bestemmingsplan moest ook toen al de werken mogelijk maken. Voor primaire waterkeringen was de Wet op de waterkering (Wwk) van toepassing. Feitelijk is het aloude projectplan (‘dijkversterkingsplan') uit de Wwk met de Waterwet verbreed.


Wettelijke procedure

Voor de wettelijke procedures en andere wettelijke bepalingen bij de aanleg en het wijzigen van waterstaatswerken vindt u meer informatie onder de Waterwet: Aanleg en wijziging waterstaatswerk.