Grondwaterbeschermingsgebieden

Op grond van artikel 1.2 lid 2 Wet milieubeheer moet de provincie in de provinciale milieuverordening (PMV) regels stellen ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater. Dit met het oog op de waterwinning bij die verordening aangewezen gebieden. Elke provincie stelt haar eigen provinciale milieuverordening vast. Soms is de milieuverordening opgenomen in een omgevingsverordening. Er is een model-PMV, maar daar wordt door verschillende provincies van afgeweken. De uitvoering van de regels uit de PMV (vergunning-/ontheffingverlening) wordt veelal namens de provincies door omgevingsdiensten gedaan.

Alle verordeningen bevatten wel verboden voor handelingen in milieubeschermingsgebieden (waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en/of boringvrije zones). Deze verboden gelden veelal alleen voor handelingen buiten inrichtingen. De provincie kan, onder andere via de PMV, ook regels stellen aan handelingen binnen inrichtingen in milieubeschermingsgebieden. Dit kan bijvoorbeeld via:

  • de omgevingsvergunning, als de inrichting onder bevoegd gezag van de provincie valt
  • instructieregels aan B&W, voor inrichtingen die omgevingsvergunningplichtig zijn en waarvoor B&W bevoegd gezag zijn
  • een verbod op het uitvoeren van handelingen voor inrichtingen die niet omgevingsvergunningplichtig zijn maar onder algemene regels op grond van artikel 8.40 Wm vallen
  • een absoluut verbod op het oprichten van bepaalde inrichtingen.

Voorbeelden van handelingen buiten inrichtingen waarvoor in de PMV verbodsbepalingen zijn opgenomen ter bescherming van waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en/of boringvrije zones zijn:

  • het hebben, gebruiken, vervoeren of op of in de bodem brengen van schadelijke stoffen of bestrijdingsmiddelen
  • het tot stand brengen, hebben of gebruiken van constructies van welke aard dan ook, waaronder leidingen en installaties
  • het vervoeren, bergen, opslaan, overslaan, storten of verzinken van schadelijke stoffen;
  • het uitvoeren van lozingen in de bodem
  • het aanleggen of hebben van voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater;
  • het brengen van meststoffen op of in de bodem
  • het roeren van de grond dieper dan twee meter onder het maaiveld of het anderszins uitvoeren van werken op of in de bodem waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten.

Van de verboden van de PMV, als dat in die verordening geregeld is, kan de provincie ontheffing verlenen. Maar dergelijke ontheffingen worden alleen onder strikte voorwaarden verleend. Bij het verlenen van een ontheffing wordt veelal het drinkwaterbedrijf om advies gevraagd.

De uitvoering van de regels uit de PMV (vergunning-/ontheffingverlening) worden meestal namens de provincies door omgevingsdiensten gedaan.

Waar liggen grondwaterbeschermingsgebieden?