Coördinatie door gedeputeerde staten

Op grond van § 14.1 Wet milieubeheer (Wm) hebben gedeputeerde staten van de provincie een taak om de coördinatie tussen beschikkingen op grond van verschillende wetten te bevorderen. Dit kan bijvoorbeeld een rol spelen in geval een inrichting naast een omgevingsvergunning tevens een Watervergunning moet hebben. Bij de vergunningverlening van IPPC-inrichtingen is deze coördinatie verplicht; in de andere gevallen facultatief.

De coördinatieregeling volgens § 14.1 Wm "Coördinatie bij aanvragen om een beschikking" is uitsluitend van toepassing als op een van de beschikkingen afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuurrecht (Awb) van toepassing is. Dit is de zogenaamde uitgebreide procedure volgens de Awb. De regeling is dus van toepassing op vergunningverlening. De regeling is niet van toepassing op de procedure voor het verstrekken van maatwerkvoorschriften. Bijvoorbeeld in het kader van het Activiteitenbesluit.

Gedeputeerde staten zijn gehouden een gecoördineerde behandeling van de aanvragen te bevorderen, als de aanvrager of een betrokken bestuursorgaan daarom een verzoek indient. Daarnaast zegt artikel 6.27, tweede lid, Waterwet dat de regeling volgens § 14.1 Wm moet worden toegepast bij de vergunningverlening voor IPPC-inrichtingen.

Een gecoördineerde voorbereiding en behandeling van een aanvraag omvat zowel de inhoudelijke samenhang tussen de aanvragen en de beschikkingen daarop (artikel 14.3, lid 1) als de procedurele aspecten (artikel 14.3, lid 2): terinzagelegging, inspraak, bekendmaking.

Bij een gecoördineerde aanvraag kunnen gedeputeerde staten, op grond van artikel 14.4, van de betrokken bestuursorganen alsmede van de betrokken adviseurs de medewerking vorderen die nodig is voor het welslagen van de coordinatie. Deze partijen zijn verplicht de gevorderde medewerking te verlenen.

Bij coördinatie bij IPPC-inrichtingen vindt u hoe de coördinatieregelingen op grond van de Wabo en Waterwet voor IPPC-inrichtingen zijn geregeld.