André Hoogendijk, KAVB

Het lukt steeds beter elkaars sterke punten in te zetten

André Hoogendijk, Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur

Hieronder leest u één van de vijf interviews uit Schoon Water in Beeld 2016. Overzicht van de interviews:

“Het moet op het erf gebeuren,” zegt André Hoogendijk, “als je waterkwaliteit wilt verbeteren moet het bij de individuele teler te merken zijn.”

Hoogendijk is adjunct-directeur bij de KAVB en heeft onder meer
duurzaamheid als aandachtsgebied. De KAVB (Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur) is de brancheorganisatie voor de bloembollensector waarvan ongeveer 1200 van de 1500 Foto 2 Andre Hoogendijk klNederlandse telers lid zijn, met daarnaast leden die actief zijn in verdeling, broei en handel.

Duurzaamheid is speerpunt

Duurzaamheid is een speerpunt voor de KAVB, dat is twee jaar geleden ook vastgelegd in het Actieplan “Gezonde bollen, bloeiende sector”. Hoogendijk: “Wij willen als bollensector koploper zijn op het gebied van duurzaamheid in de land- en tuinbouw. Daarom zijn onze doelstellingen ambitieuzer dan de nota “Gezonde groei, gezonde oogst” van het Rijk. Wij streven naar een vermindering van normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater van 75% in 2018 en 98% in 2023, in plaats van de 50% en 90% uit de regeringsnota.”

Nutriënten en gewasbescherming

Voor verbeteren van de waterkwaliteit zijn verminderen van de belasting met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen de belangrijkste opgaven. “Op beide punten zien je vooruitgang,” zegt Hoogendijk, “Bij stikstof zie je een echte daling, zowel in aantal normoverschrijdingen als in concentratie. Bij fosfor zie je ook een daling, maar die is bij lange na nog niet genoeg. Dat probleem is veel taaier gebleken dan we indertijd dachten, mede omdat fosfor in de bodem blijft en er ook het nodige uit andere bronnen komt. Bij gewasbescherming zijn 2 jaar geleden 2 belangrijke stoffen, pirimifos-methyl en imidacloprid, sterk beperkt. De effecten daarvan verwachten we in komende meetrondes te gaan zien. Je ziet ook duidelijk een verschuiving van chemische gewasbescherming naar andere methoden, bijvoorbeeld met hete lucht. En afgelopen jaar heeft inundatie als vervanging van chemische grondontsmetting een grote vlucht genomen.”

Een gezonde sloot en een gezond imago

De Kaderrichtlijn Water (KRW) en de normen die daaruit voortkomen staan volgens Hoogendijk ver van het bed van de teler: “De discussie over de KRW is te abstract. Ik zie het als onze rol om dat te vertalen naar de teler. Veel telers vinden een goede waterkwaliteit belangrijk, maar dan vooral in de sloot naast het veld. Twee andere factoren zijn zeker zo belangrijk: het beschikbaar blijven van middelen en het imago van de sector. Een gezond imago is voor ons als exportsector van levensbelang.”

Voorzichtig mee omgaan

De belangrijke fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen zijn wereldwijd opererende bedrijven. Door de kosten voor research, testen en registeren is het duur een middel op de markt te brengen. Bollenteelt is voor de fabrikanten slechts een kleine toepassing. Als een middel in discussie komt wegens milieuproblemen door toepassing in de bollen, dan zullen de fabrikanten het risico beperken door de toepassing van dat middel voor bollenteelt van het etiket te halen. Ze willen niet het risico lopen dat het ook voor veel grotere toepassingen wordt beperkt. “Wij moeten als bollenteelt dus voorzichtig omgaan met gewasbeschermingsmiddelen,” concludeert Hoogendijk.

Milieukeur

“Dit jaar wordt er op 250 hectare geteeld onder het nieuwe certificatieschema van Milieukeur voor bloembollen. Dat hebben we ontwikkeld samen met een adviesraad, waarin behalve de bollensector ook de Natuur en Milieufederatie, Greenpeace en de waterschappen zijn vertegenwoordigd. Dat keurmerk richt zich op een breed palet: verminderen van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, energiegebruik, biodiversiteit bijvoorbeeld door de aanleg van broedplaatsen maar ook arbeid. Om een voorbeeld te noemen: voor lelie is de norm van het keurmerk voor gewasbeschermingsmiddelen 70% lager dan het huidige gemiddelde. We zijn nu gestart en willen het in de komende jaren gaan uitbouwen.”

Een kwestie van bewust gedrag

Van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen vindt ongeveer 1/3 op het veld plaats en 2/3 bij de schuur of op het erf. “Emissiebeperking op het erf is vooral een kwestie van bewust gedrag,” weet Hoogendijk, “We zijn 3 jaar geleden begonnen met het project Schoon Erf, Schone Sloot, met metingen op het bedrijf zelf en concrete aanpassingen. Dat is een succes, en dat project willen we nu verder uitrollen. We willen komend najaar met 6 nieuwe groepen telers beginnen en dat daarna verder uitbouwen. Dat vraagt overigens nogal wat qua organisatie en financiering.”

KRW is goede impuls

“De KRW geeft een goede impuls gegeven aan de samenwerking, vooral de samenwerking tussen waterschappen en KAVB. In het begin hebben we veel discussies gehad over de doelen. Geleidelijk is vertrouwen gegroeid en zijn we tot gedeelde doelen gekomen. Het lukt ook steeds beter elkaars sterke punten in te zetten. De waterschappen hebben bijvoorbeeld heel veel kennis over het watersysteem, wij hebben een hecht netwerk onder de telers en weten goed wat op de bedrijven speelt.”

Fosfor is nog een uitdaging

“In de volgende fase gaan we verder met het terugdringen van emissie van gewasbescherming. We gaan door met ons actieprogramma en met projecten zoals Schoon Erf Schone Sloot. En in april zijn we begonnen met een nieuw traject: “Het Nieuwe Verwerken”, waarin we het hele proces in de bollenschuur bekijken met als doelen: geen blootstelling, geen emissie en geen residu. Dat is een groot project waarin KAVB, leveranciers en overheid in samenwerken en ook samen voor de financiering zorgen.”

IJzerzand

“Voor het terugdringen van stikstof in het water gaan we door op de ingeslagen weg, dat loopt wel. Maar voor fosfor ligt er nog een enorme uitdaging. Zelfs als je zou stoppen met de teelt zou je in 2027 nog teveel P in de sloot vinden. Een veelbelovende mogelijkheid is fosfor binden met ijzerzand. Dat is een restproduct van de drinkwaterwinning en je zou op termijn wellicht ook fosfor kunnen terugwinnen, dus je slaat verschillende vliegen met één klap. Er worden verschillende technieken getest, oeverdrains lijken nu het meest interessant. Hoe dit in de praktijk gaat uitpakken en wat er mogelijk is weten we nog niet. Het is een spannend project.”

Werken aan droompolders

“Het zou leuk zijn om samen met het waterschap en andere partners een brede aanpak in te zetten in een polder. Daar goed meten en zoveel mogelijk maatregelen inzetten, dus Schoon Erf, fosfor binden met ijzerzand, driftbeperking maar ook maatregelen voor biodiversiteit zoals natuurvriendelijke oevers en broedplaatsen. En misschien nog voorzieningen voor recreatie. Zeg maar: een droompolder. Dan kan je op een leuke manier aandacht krijgen voor waterkwaliteit en wat we er aan doen. Want dat is nodig, we brengen het verhaal nog niet goed over het voetlicht. “

Meer informatie: KAVB: http://www.kavb.nl/themas/thema/?thema=13

Lees ook het interview met Mathieu Gremmen van Waterschap Rivierenland