Studiereis NRW

Over trittsteine naar schoon water

Impressie studiereis RBO Rijn-West naar Nordrhein-Westfalen 9 oktober 2009

Het concept van de Trittsteine, stapstenen in het Nederlands, vormt één van de kernpunten van de aanpak van de KRW in Nordrhein-Westfalen. Trittsteine zijn plaatsen in beken en andere wateren die ruimte bieden voor een diversiteit aan dieren- en plantenleven. Ze liggen op een dusdanige afstand van elkaar dat ze een ecologisch netwerk vormen en daarmee de ecologie en de passeerbaarheid voor vissen en andere dieren verbeteren. De trittsteine en andere maatregelen zijn zo gepland, dat ze een uitwerking hebben op een groter gebied (strahlwirkung). En van de achtergrond van het trittstein-concept is de onmogelijkheid om maatregelen te nemen over de volle lengte van alle wateren.

nrw_groep2a

Bovenstroomse buren

Het trittstein-concept was n van de onderwerpen die aan de orde kwamen op de studiereis van een delegatie van het RBO Rijn-West naar Nordrhein-Westfalen (NRW) op 9 oktober 2009. Het is voor Rijn-West een interessant gebied, omdat het de directe bovenstroomse buren zijn, omdat veel problemen en maatregelen vergelijkbaar zijn met die in Rijn-West en er ook directe grensoverschrijdende samenwerking is.
De eerste stop was het Umweltministerium van het Land Nordrhein-Westfalen in Dsseldorf. Door middel van enkele inleidingen en een open, levendige discussie werden informatie en ervaringen uitgewisseld. Mevrouw Dr. Frotscher-Hoof, ministerialrätin van de Staatssecretaris Dr. Schink en mevrouw Dr. Nienhaus, Regierungsdirektorin van de Bezirksregierung Dsseldorf ontvingen de RBO-delegatie samen met vertegenwoordigers van gemeenten, wasserverbande en vertegenwoordigers vanuit de landbouwsector.

Lebendiges Wasser

Mevrouw Frotscher-Hoof schetste de hoofdlijnen van de aanpak van de KRW (Wasserrahmenrichtlinie, afgekort WRRL) in Nordrhein-Westafelen. Onder de naam Lebendiges Wasser is een programma opgesteld waarin de nadruk ligt op de hydromorfologie en het tegengaan van zuurstofgebrek in de wateren. Zij benadrukte dat Nordrhein-Westfalen, net als Nederland, de afgelopen 40 jaar al veel heeft gedaan om de waterkwaliteit te verbeteren, onder andere via afvalwaterzuivering. Nordrhein-Westfalen heeft ruim 14000 kilometer aan waterlopen en 22 grote meren. Het rijnstroomgebied van NRW telt circa 1350 waterlichamen die zijn ondergebracht in 13 deelstroomgebieden. In het lage deel van NRW is de meerderheid van de waterlichamen sterk veranderd, in het middelgebergte domineren de natuurlijke wateren. Ruim 25% van de waterlichamen heeft een goede ecologische kwaliteit, voor circa 75% is verbetering nodig. Voor de vispasseerbaarheid is de situatie iets slechter.
Het doel is dat in 2027 40% van de wateren een goede ecologische toestand heeft, en dat 60% het goed ecologisch potentieel heeft bereikt. Daarnaast zijn er twee bijzondere doelstellingen, voor zalm en voor aal. Dit om voldoende nadruk op de vispasseerbaarheid te leggen en ook om de waterkwaliteitsdoelen zichtbaarder te maken voor de burgers en andere betrokkenen. Over de aal-doelstelling is nog overleg met Nederland nodig. Bij het vaststellen van doelen en maatregelen probeert NRW waar mogelijk de combinatie te zoeken met hoogwaterbescherming, klimaatverandering en ook met behoud en verbetering van het cultuurlandschap.

Financiering ook in Duitsland lastig

Het moeilijkste thema is ook in Duitsland de financiering. De extra kosten zijn geraamd op 2,1 miljard euro tot 2027. Het Land zal hiervan 1,4 miljard bijdragen, het overige deel moet van lagere overheden komen. De afspraken tot 2012 zijn concreet beschreven, voor de periode daarna gaat het Land de dialoog aan met de wasserverbande, kreise en gemeenten. Ook grensoverschrijdend overleg is hiervoor gewenst, en mevrouw Frotscher-Hoof gaf aan dat zij de uitwisseling graag wil intensiveren, niet alleen het formele overleg, maar ook door voorbeelden en ervaringen te delen.
Ten slotte gaf mevrouw Frotscher-Hoof aan wat volgens haar nodig is om de uitvoering van de KRW een succes te maken: blijvende aandacht van de politiek, van Land tot gemeenten, betrokkenheid van bestuurders, ook in tijden van financile krapte, engagement van belangengroepen en uitgebreide informatie voor burgers, belangengroepen en bestuurders, informatie die ook beter bruikbaar is dan op dit moment.

Dijkgraaf Kok van Waterschap Rivierenland, die de zieke RBO-voorzitter Keereweer verving, schetste in zijn presentatie de KRW-aanpak in Rijn-West. nrw_schwalm3a

Ronde tafels

Mevrouw Nienhaus van de Bezirksregiering Dsseldorf ging in op de samenwerking tussen overheden en de manier waarop burgers en belangengroepen bij het KRW/WRRL-proces zijn betrokken. Opvallend waren de openheid van het proces en de verscheidenheid aan middelen die zijn ingezet. Zo zijn er ongeveer 50 Ronde Tafels georganiseerd, waar alle betrokkenen in een gebied bij elkaar aan n tafel kwamen met als doel consensus te verkrijgen over het maatregelenprogramma. Daarnaast zijn bilaterale bijeenkomsten gehouden met afzonderlijke belangengroepen (in 2008-9 meer dan 50 overleggen), waarin meer in detail is gesproken over de bijdrage van stakeholders als landbouw, drinkwaterbedrijven, industrie. Ook waren er grootschalige Gebietsfora, werkcomits en andere gesprekken, en is er uitgebreid informatie gegeven. Belangrijk is de burger en andere betrokkenen mee te nemen in het onderwerp en zo duidelijk te maken wat moet worden gedaan en hoe dat moet worden gedaan.
Overleg met Nederland vindt plaats via de Grenswatercommissie, de internationale werkgroep Deltaforum, deelname aan wederzijdse inspraakbijeenkomsten en gebietsfora en directe contacten met waterschappen.

In de discussie werd onder andere uitgebreid ingegaan op de financiering, zowel de hoogte van de kosten als de manier van financiering. Ook in Duitsland heeft de overheid te maken met bezuinigingen, maar omdat de KRW/WRRL hoort bij de verplichte uitgaven, worden deze min of meer ontzien.
Daarnaast is er gesproken over het betrokken houden van vrijwilligers, in Duitsland een belangrijk thema omdat veel besturen van wasser- en bodenverbande bestaan uit vertegenwoordigers van plaatselijke belangengroepen. Er is tijd, begrip en ook geld nodig om de uiteenlopende belangen goed te betrekken.

De heer Scholler van de Landwirtschaftskammer illustreerde de betrokkenheid van de landbouw. Tien jaar geleden, zei hij, was het eenvoudig: de landbouw was tegen. Maar tegenwoordig wordt er samengewerkt. Belangrijk is het werken met zoekruimtes voor grondaankopen en een regeling voor pachtbescherming.

De praktijk

's Middags kon de RBO-delegatie in Brggen zien wat het trittsteinconcept in de praktijk kan betekenen door een bezoek aan een vispassage en een beekverlegging in de Schwalm. De heer Schulz van het waterschap Schwalmverband lichtte de projecten toe. Omdat de Schwalm bij Swalmen uitmondt in de Maas is er al langere tijd sprake van grensoverschrijdende samenwerking met Waterschap Peel en Maas. Al lang voordat de KRW was gestart, is over projecten gesproken in het Gebietsforum. Inmiddels is een aantal projecten gerealiseerd, onder andere de vispassage bij de Brggener Mhle (een watermolen uit de late middeleeuwen) en een beekverlegging bij de Vennmhle. De Schwalm was hier in de periode 1917-1940 gekanaliseerd, en heeft nu weer een natuurlijker verloop gekregen.

Voor de komende jaren is de verdere verbetering van de Schwalm omvattender aangepakt in het internationale Nagrewa-project. Hierin zijn 15 projecten in Nederland en Duitsland opgenomen, die deels met gelden uit Interreg-4 worden gefinancierd.

Het stopt niet bij de grens

Een bezoek aan het Deichverband Kleve in Kranenburg was het laatste onderdeel van de studiereis. In dit gebied werken Duitse en Nederlandse waterbeheerders als eeuwen nauw samen. Dat moet ook wel gezien de nauwe samenhang van de waterhuishouding in het gebied. Een voorbeeld is de Groesbeker Beek/Bach, die in Nederland ontspringt, door het stadje Kranenbrug in Duitsland stroomt, waarna het water uiteindelijk via het Hollands-Duits gemaal bij Nijmegen in de Waal wordt geloosd. Problemen met wateroverlast en ecologie hangen hier nauw samen en houden niet op bij de grens. Daarom vraagt verbetering van deze beek ook grensoverschrijdende samenwerking, in dit geval van het Deichverband Kleve-Landesgrenze en Waterschap Rivierenland. De heer Meisters van het Deichverband en de heer Gremmen van Rivierenland lichtten het project toe. Het project omvat onder meer het realiseren van waterberging, verwijderen van stuwen, afspraken over maximale waterafvoer naar Duitsland, aanleg van natuurvriendelijke oevers, terugbrengen van meanders en plaatselijke beekverbreding. Ook de financiering is gezamenlijk geregeld. Een punt van discussie was de status van het waterlichaam, in Duitsland is die natuurlijk, in Nederland is het een sterk veranderd water. Voor de maatregelen heeft deze discussie overigens geen gevolgen.

Al met al bood de studiereis een nuttig inzicht in de aanpak van de KRW/WRRL over de grens, met een combinatie van aandacht voor hoofdlijnen, plannen maken en de uitwerking in de praktijk. Er is, zeker ook aan Duitse zijde, de wens geuit voor verdere uitwisseling en afstemming.

nrw_schwalm5a