Rijn-West: De KRW-opgave voor 2021

Voor een goede voorbereiding van het 3e Stroomgebiedbeheerplan (SGBP-3) moet ook nu al veel werk worden verzet. Op deze pagina leest u waarom dat nodig is, wat de hoofdpunten zijn van de agenda in Rijn-West en welke onderwerpen prioriteit hebben. In de rechterkolom vindt u verwijzingen naar pagina's met meer informatie over de belangrijkste onderwerpen.

Schoon water in Rijn-West: uitvoeren maar ook vooruit denken

De Stroomgebiedbeheerplannen voor de 1e en 2e fase ( SGBP-1, 2009 en SGBP-2, 2015) bevatten een haalbaar en betaalbaar pakket aan maatregelen. Maar daarmee zijn we er niet. Ten eerste moeten de maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd om de gewenste verbetering van de waterkwaliteit te verkrijgen. Ten tweede is er een aantal onderwerpen waar een extra inspanning nodig is. Niet voor niets voorziet de KRW in 3 fasen, met bijbehorende aangepaste plannen (SGBP 1-3). Het SGBP-3 moet eind 2021 zijn vastgesteld en in 2027 zijn afgerond.

En ten derde staat de kennisontwikkeling niet stil, mede door de ervaring die inmiddels is opgedaan bij de uitvoering van de KRW. Er is meer gebiedsgericht maatwerk nodig én mogelijk, en dat vraagt onder andere een systematische analyse van de KRW-waterlichamen en andere wateren.

Meer informatie over watersysteemanalyse

Werk voor waterbeheerders

Dat betekent werk aan de winkel voor de waterbeheerders en ook voor het RBO Rijn-West. In de eerste plaats voor het realiseren van de maatregelen. Om de KRW-doelen te halen is voor verschillende onderwerpen verdere uitwerking nodig. Onder andere door nader onderzoek, afstemming en mogelijk het formuleren van maatregelen. Het gaat bijvoorbeeld om:

  1. Nutriënten
  2. Gezamenlijke wateropgave / afwenteling
  3. Prioritaire stoffen
  4. Nieuwe probleemstoffen (bijvoorbeeld medicijnresten)
  5. Een watersysteemanalyse met het oog op kwaliteitsverbetering van de doelen en waar nodig aanpassing hiervan.
  6. Gebiedsdossiers drinkwaterwinning uit oppervlaktewater
  7. Afstemming Kaderrichtlijn Mariene Strategie (voor de zeeën)

Het Rijk heeft een belangrijke rol bij deze onderwerpen, maar er ligt ook een regionale opgave. Om deze opgave goed in te vullen, is het nodig om daar al de komende jaren aan te werken. Want eind 2019 worden de kaders voor het SGBP-3 bepaald.

Bestuurlijke agenda Rijn-West

Daarom heeft het RBO Rijn-West haar bestuurlijke agenda voor de komende jaren is gebaseerd op vier speerpunten:

  1. Zorg dragen voor een voorspoedige uitvoering van de KRW plannen. Samenwerking tussen overheden blijkt steeds opnieuw een succesfactor zijn (werk met werk maken). Ook uitwisseling van kennis en ervaringen maakt de uitvoering efficiënter én kosteneffectiever. Een strakke bewaking van de voortgang en het tijdig signaleren van eventuele knelpunten zijn noodzakelijke randvoorwaarden.
  2. Agenderen van en invloed uitoefenen op beleidsontwikkelingen bij het rijk, bij Brussel en onderling bij de partners in Rijn-West. Het gaat daarbij onder andere om de nutriëntenproblematiek en de gezamenlijke wateropgave.
  3. Verder ontwikkelen van de gezamenlijke begrippen en werkwijzen, die in de afgelopen KRW-fase in Nederland zijn opgebouwd. Deze harmonisatie is essentieel voor een doeltreffende en kosteneffectieve uitvoering. Dit zal voornamelijk op ambtelijk niveau en in mindere mate op bestuurlijk niveau plaatsvinden, maar het vormt een noodzakelijke basis voor volgende stappen.
  4. Een sterke voorbereiding van de 3e fase van de KRW (2021-2027). Kennisontwikkeling (waaronder verbeterd inzicht in de effecten) en een goed gecoördineerde beleidsontwikkeling vormen de basis voor het te formuleren uitvoeringsprogramma in die 3e KRW-fase. Daarbij is van belang dat bestuurlijk relevante thema's die tot nu toe nog onvoldoende aan de orde konden komen tijdig worden geagendeerd.

Het RBO geeft aan drie onderwerpen prioriteit:

Samenwerking is sleutelfactor

De partijen in Rijn-West hebben aangetoond dat zij, ondanks de grootte van het deelstroomgebied, in staat zijn geweest een complex en internationaal beleidsdossier concreet te vertalen naar een haalbaar en betaalbaar pakket aan maatregelen. Zij hebben ook aangetoond dat bestuurlijke samenwerking in een netwerkstructuur (regionale bestuurskracht door netwerkvorming) zonder de bestaande gezagsverhoudingen geweld aan te doen, tot effectieve besluitvorming kan leiden, mits gedegen voorbereid en bestuurlijk aangestuurd. Deze samenwerking heeft een meerwaarde opgeleverd, die bij de uitvoering en bij het ontwikkelen van het volgende Stroomgebiedbeheerplan (SGBP-3) verder verzilverd kan worden.