Rijn-West: project Stroomgebiedsafstemming

Water stroomt en houdt zich niet aan grenzen van landen, provincies en zelfs niet aan beheergebieden van waterschappen. Dat geldt dus ook voor de stoffen en kenmerken die invloed hebben op de waterkwaliteit in een gebied. Afstemmen van plannen en maatregelen tussen de verschillende waterbeheerders en stroomgebieden is dus noodzakelijk. In Rijn-West wordt deze afstemming aangepakt in het project "stroomgebiedsafstemming" (eerder zijn ook de termen "afwenteling" en "gezamenlijke wateropgave" gebruikt). Op deze pagina vindt u:
Noodzaak van afstemming
Probleemstoffen
Aanpak
Internationale afstemming
Planning en contactgegevens

In juli 2013 is het eindrapport "Stroomgebiedafstemming Rijn-West; de afwenteling van probleemstoffen in beeld" gereed gekomen. Download

Noodzaak

Om de bronnen van de probleemstoffen snel én kosteneffectief mogelijk aan te pakken, is het urgent om deze via een nadere studie in beeld te krijgen. In de eerste plaats omdat de aanvoer van probleemstoffen de situatie in stroomafwaarts gelegen waterlichamen nog steeds verslechtert, en in de tweede plaats omdat de gevolgen van maatregelen pas op termijn zichtbaar zullen worden.
In het 1e stroomgebiedbeheerplan (SGBP) is dit aspect onderbelicht gebleven. Dit plan is voornamelijk tot stand gekomen door de resultaten van individuele waterbeheerders samen te voegen. Vanwege de aanzienlijke inspanning was dit het maximaal haalbare. De inzichten uit het 1e SGBP maken nu een tweede stap mogelijk én noodzakelijk.
Stroomgebiedsafstemming is nodig om de juiste doelen te stellen, de goede en meest kosteneffectieve maatregelen te treffen en te zorgen voor een tijdige en goed onderbouwde monitoring en signalering. Zo kan bijvoorbeeld ook worden voorkomen dat plaatselijke maatregelen minder effectief zijn vanwege invloeden bovenstrooms.

Noordzee meest kwetsbaarAlgenvlekken

De Noordzee is het meest kwetsbare gebied. Het is vrijwel niet mogelijk om in dit gebied zelf maatregelen te treffen om probleemstoffen aan te pakken. Daarom is het noodzakelijk om stroomopwaarts maatregelen te nemen, zodat wordt voorkomen dat probleemstoffen, inclusief overmaat aan nutriënten, in de Noordzee terecht (blijven) komen.

Om welke probleemstoffen en kenmerken gaat het?

De voorstudie van Rijn-West (2010) noemt:

  • Stikstof (N)en fosfor (P) zorgen voor eutrofiëring, algengroei, zuurstofgebrek en ecologische schade. Dat geeft onder andere overlast voor recreanten, aanwonenden en vissers. Dat geldt voor sloten, meren en rivieren maar zeker ook voor de Noordzee. Daar komen door de eutrofiëring de doelen voor OSPAR en de KRNM in gevaar.
  • PAK's(benzo(ghi)peryleen en indeno(1,2,3-c,d)pyreen) vormen in bijna alle rijkswateren in Rijn-West een probleem en ook voor bijna alle waterschappen. Ze zijn vooral afkomstig uit diffuse bronnen, met name verbrandingsprocessen.
  • Vis: vispasseerbaarheid is van grote invloed op de ecologische kwaliteit. Hierover zijn afspraken gemaakt met Rijkswaterstaat en andere waterbeheerders. Het komt erop aan om ook bij de uitvoering de afstemming te bewaken.
  • Temperatuur: hier gaat het om de internationale afstemming. Een te hoge watertemperatuur bij Lobith heeft gevolgen voor gebruik van koelwater in Nederland en voor de ecologische kwaliteit.
  • Zware metalen(koper en zink), Tributyltin en PCB's vragen enige aandacht maar zijn in eerste instantie minder van belang. Het gaat veelal op oude vervuilingen.

Een voorbeeld: stikstof (N)

Waterstromen

Waterstromen, berekend uit waterafvoeren en uitgedrukt in procenten van het jaardebiet (69230 106 m3/jaar; gemiddeld over 2006-2008) bij Lobith, door de Nederrijn-Lek en de Bovenrijn-Waal. De omcirkelde getallen zijn afgeleid uit de berekende. De letters M, B, H en P geven bij benadering de ligging van de plaatsen Maassluis, Brienenoord, Hagestein en Puttershoek in dit schema aan.

Stikstofstromen

Stikstofvrachten, berekend uit de waterafvoeren en concentraties, uitgedrukt in procenten van de jaarvracht bij Lobith (183 kton; gemiddeld over 2006-2008), door de Nederrijn-Lek en de Bovenrijn-Waal. (uit: Werkdocument 2010).

In bovenstaand schema is een toename van de stikstofbelasting zichtbaar in het westelijk deel van het Nederlandse deel van het Rijnstroomgebied. Door een koppeling te leggen tussen de stoffen en de doelen van de KRW en van beschermde gebieden kan worden vastgesteld of maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn.

Aanpak

In 2010 heeft het RBO Rijn-West een voorstudie laten uitvoeren. Hierin is een aantal probleemstoffen benoemd en de uitwisseling tussen rijkswateren en de beheergebieden van de waterschappen verkend.
In 2011/12 volgt een verdere studie:

  • De focus ligt primair op stikstof en fosfaat omdat dit de belangrijkste probleemstoffen zijn waarvoor nog maatregelen nodig zijn;
  • Duidelijk zal worden wat de omvang is van het probleem (per stof), zowel lokaal als op niveau van stroomgebied;
  • Er wordt een overzicht gegeven van de herkomst/oorzaak van de problemen.

Om deze gegevens boven water te krijgen werken Rijkswaterstaat en de waterschappen nauw samen. Vrachten van probleemstoffen, bronnen en uitwisselpunten worden in beeld gebracht, en ook de afwenteling op beschermde gebieden.
Dit leidt eind 2012 tot een advies "Stroomgebiedafstemming Rijn-West". Dit geeft een zo compleet mogelijk inzicht in de probleemstoffen, vrachten en bronnen. Op basis hiervan geeft het advies een beeld van mogelijke maatregelen om de bovenregionale probleemstoffen aan te pakken en van de partijen die aan de lat staan om de deze maatregelen te treffen.
Dit advies vormt input voor de gebiedsprocessen en verdere voorbereiding van het SGBP-2.

Afstemming nationaal en internationaal

De aanpak in Rijn-West staat niet los van andere studies. Rijn-West is een pilot, waarvan de resultaten ook toegepast kunnen worden op andere stroomgebieden.

  • Landelijk zal met behulp van de vernieuwde KRW verkenner de afwenteling van stikstof en fosfaat op nationaal niveau in beeld zal worden gebracht. Ook ontstaat een gedetailleerd beeld van de randvoorwaarden voor internationale afstemming.
  • Internationaal wordt nagegaan wat de input is op internationaal niveau, en vooral ook wat de output is (vooral de vrachten richting Noordzee). Via de OSPAR-rapportages zijn inmiddels veel gegevens beschikbaar. Ook blijkt uit deze rapporten waar internationaal gezien de knelpunten zitten, en wat de gewenste (goede) toestand is. Hiermee kan een "terugberekening" worden gemaakt door na te gaan welke reductie noodzakelijk is om de doelen voor de Noordzee te halen.
  • Er is ook afstemming met de Werkgroep Grondwater, Natura 2000, drinkwater en de Werkgroep Nutriënten.

Organisatie en contactpersonen:

Opdrachtverlening door RBO Rijn-West, algehele aansturing kernteam Rijn-West.

  • Waterschappen:  coördinator waterschappen Rijn-West.
  • Rijkswaterstaat: Marcel Bommelé (Zee en Delta)

Links:

OSPAR
Quality Status Report (QSR) van OSPAR