Interviews

Het eerste Stroomgebiedbeheerplan (2009-2015) is afgerond, het werk aan de uitvoering van het tweede plan is gestart. "Werken aan schoon water" geeft een overzicht van wat er is bereikt. Gebruikers, bestuurders en specialisten geven hun visie op wat er is bereikt, wat we hebben geleerd en wat er nog moet gebeuren. Lees hier de volledige interviews met:

Bert Boerman:

“We willen de doelen voor waterkwaliteit realiseren”

Als Bert Boerman terugblikt op zes jaar werken aan waterkwaliteit is hij een Foto 1 Gedeputeerde Bert Boerman kltevreden mens. Maar als de voorzitter van het Regionaal Bestuurlijk Overleg vooruitblikt ziet hij alle reden om het tempo nog wat te verhogen. Drie vragen over verleden, heden en toekomst van het werken aan schoon water in Rijn-Oost.

Wat is er in de afgelopen zes jaar bereikt?

“Als ik de resultaten van de afgelopen jaren bekijk, dan zie ik dat er in de eerste planperiode véél werk is verzet door de partners in Rijn-Oost. Vrijwel alle maatregelen die de partners in Rijn-Oost hadden voorgenomen, zijn op tijd uitgevoerd. Aan de cijfers, maar ook in het veld kan je zien dat er echt veel gedaan is. Alleen al het aantal kilometers heringerichte oevers, in Rijn-Oost ruim 500 km, is overweldigend. Een mooi voorbeeld vind ik zelf de herinrichting langs de Buurserbeek bij het landgoed Lankheet.

Het duurt nog even

Tegelijk moet ik constateren dat ik nog geen grote verbeteringen zie bij de waterkwaliteit en dus de toestand in 2015. Dat geldt voor de ecologie en voor de chemie. Als ik voor Overijssel inzoom op de afzonderlijke parameters, bijvoorbeeld op waterplanten of vissen, dan zie je een genuanceerder beeld. Dan is juist te zien dat er wel degelijk verbeteringen zijn. Onze inspanningen leiden dus in ieder geval tot een positieve verandering in de waterkwaliteit. Dat verbeteringen wat op zich laten wachten, komt ook doordat de ecologie tijd nodig heeft om te herstellen. Als we vandaag een oever herinrichten, duurt het even voordat de gewenste planten gaan groeien of dieren zich kunnen vestigen.

Recht doen aan inspanningen

We hebben ook geleerd dat beoordelen van resultaten op basis van het ‘one-out-all-out principe’ een te eenzijdig beeld geeft van wat er door de inspanningen van de afgelopen zes jaar aan het veranderen is. Ik ben er dan ook voorstander van om naast het one-out all-out principe een manier van rapporteren te ontwikkelen die de verbeteringen in de waterkwaliteit wel inzichtelijk maakt. Dat doet meer recht aan de inspanningen die de waterbeheerders en andere betrokken partners hebben geleverd en de komende jaren ook nog zullen leveren.”

Wat hebben we geleerd over waterkwaliteit en over de samenwerking?

“Het verbeteren van de waterkwaliteit is een kwestie van samen optrekken. En van lange adem. Waterbeheerders, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven en andere gebruikers hebben allemaal belang bij een goede waterkwaliteit en hebben ook allemaal invloed op de waterkwaliteit. En water houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. We moeten er met z’n allen de schouders onder zetten om onze ambities waar te maken. De samenwerking in Rijn-Oost heeft aangetoond dat de partners ook bereid zijn daar samen voor te gaan. Alle partners realiseren zich dat een langdurige samenwerking nodig is, omdat het lang kan duren voordat verbetering van de waterkwaliteit zichtbaar is. Met de samenwerking die wij in Rijn-Oost verband hebben kunnen wij de krachten bundelen. We wisselen kennis uit, stemmen maatregelen af, pakken de monitoring gezamenlijk op en we maken ons sterk voor een goede balans tussen rijksbeleid en regionaal maatwerk. Ook kunnen we vanuit de regio bijdragen aan een beter inzicht in de knelpunten die er nog zijn in de waterkwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat sinds kort de meetgegevens van de provincies over gewasbeschermingsmiddelen in grondwater nu ook worden gebruikt voor de Atlas Bestrijdingsmiddelen Oppervlaktewater. We hebben hier vanuit Rijn-Oost succesvol op aangedrongen.

Boeren voor Drinkwater

Succesvol samenwerken aan schoon water betekent ook steeds meer het betrekken van gebruikers bij de opgaven. Een prachtig voorbeeld vind ik in het project Boeren voor Drinkwater. Dat project richt zich op het verminderen van de milieubelasting én op het verbeteren van het bedrijfsresultaat van de deelnemende agrariërs. In Overijssel doen vijftien ondernemers vrijwillig mee aan het project, maar ze doen dat niet vrijblijvend. Ze werken hard aan het verbeteren van de kwaliteit van het grondwater. De nitraatmetingen laten sinds 2011 een neerwaartse lijn van de nitraatconcentratie in het grondwater zien. En tegelijk is er een positief effect op het bedrijfsresultaat van zo’n 150 euro per hectare. De deelnemers zijn dan ook trots op de positieve resultaten en dat ben ik ook.”

Wat moet er de komende zes jaar nog gebeuren?

“Voor mij staat voorop dat we onze ambities overeind houden en de doelen voor waterkwaliteit ook werkelijk realiseren. Het laaghangend fruit hebben we de afgelopen decennia wel geplukt. Het komt er nu op aan of we als samenleving bereid zijn om ook de resterende knelpunten op te lossen. Dan zal er wel ‘een tandje bij’ moeten, zo blijkt bijvoorbeeld uit recent onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving. Ik heb er goede hoop op dat verwante dossiers, zoals het Nederlandse Mestbeleid en beleid voor gewasbeschermingsmiddelen beter op elkaar worden afgestemd. Dat beleid houdt nu nog onvoldoende rekening met de invloed op de waterkwaliteit. Ik constateer dat het ministerie van Economische Zaken, verantwoordelijk voor het beleid voor mest en gewasbeschermingsmiddelen, zich nu ook intensiever richt op de raakvlakken met waterkwaliteit. Dat is een goede ontwikkeling."

Goede zaken doen met gebruikers

"In de regio zullen we op onze beurt ook meer en meer een beroep op de gebruikers doen om een bijdrage aan onze gezamenlijke ambitie te leveren. In het zoetwaterdossier hebben we in de regio Oost goede zaken kunnen doen met de gebruikers, zoals de land- en tuinbouw, terreinbeheerders en het particulier grondbezit. Alle deze partijen voeren de komende zes jaar concrete maatregelen voor zoetwatervoorziening uit. Het zou mooi zijn als we met dezelfde positieve energie ook voor waterkwaliteit de komende jaren tot een concreet maatregelenprogramma kunnen komen, zo mogelijk in combinatie met maatregelen voor zoetwater. Dat zie ik als één van de grote uitdagingen voor de komende tijd.”

Lees ook het interview met melkveehouder Arjan Freriks.