Interview De Vos

Interview Matthijs de Vos

“Er zit echt nog winst in. En die moeten we pakken.”

Vissen hebben flink meer reismogelijkheden in Rijn-Oost. In de afgelopen zes jaar meer dan barrières verwijderd, onder andere door aanleg van vispassages. Een aantal beken is inmiddels helemaal optrekbaar, dat wil zeggen dat vissen van de monding tot aan de bovenstroom kunnen zwemmen en ook weer terug. Maar wat is het effect van die maatregelen op de visstand?

Dit is een interview in een serie over de voortgang van het werken aan waterkwaliteit in Rijn-Oost. Voor het overzicht zie deze pagina.

Effect van maatregelen

Foto 6 Matthijs Vos kl

Matthijs de Vos is als specialist ecologie bij Waterschap Rijn en IJssel betrokken bij de aanlag van vispassages en bij beekherstelprojecten. Daarnaast maakt hij KRW-beoordeling voor de ecologische toestand van wateren. Ziet De Vos effect van al die maatregelen?

“Dat is lastig te zeggen. De KRW-monitoring laat kleine verschuivinkjes zien maar nog niet direct grote veranderingen. In de Groote Beek bijvoorbeeld is vorig jaar de laatste barrière verwijderd. Sindsdien hebben we samen met RAVON intensief naar de visstand gekeken, onder andere met het zenderen van vissen. We zien wel veranderingen, de paling is bijvoorbeeld terug in de Groote Beek. Maar we hebben ook gezien dat door het maaien in de zomer zuurstofgebrek is opgetreden in de beek. Dat heeft geleid tot zomersterfte van vis. Dat is een leerpunt voor ons. Ook als een beek optrekbaar is blijven er knelpunten over. Het hele huis voor de vis moet op orde zijn.”

Goed monitoren en daarvan leren

“Het leert ons ook dat we goed moeten monitoren, ook op lagere termijn, en daar conclusies uit moeten trekken. Als door klimaatverandering de hoeveelheid water in een beek sterk afneemt door langdurige droogtes, met stilstaand water of zelf droogval als gevolg, dan krijg je een heel andere visstand in die beek. Dan moet je je gaan afvragen of het KRW-watertype voor die beek nog wel past bij de mogelijkheden. Dat wordt een discussiepunt als we in 2021 opnieuw naar de doelen gaan kijken.”

“Maar je ziet ook mooie ontwikkelingen. Zoals de kwabaal die weer terug is in het gebied van Vechtstromen. Die zou zonder vispassages echt de Vecht niet op zwemmen.”

Welke soorten vis wil je in de beek zien?

“Wij streven naar stroming minnende en migrerende soorten (trekvissen). Bijvoorbeeld kopvoorn, serpeling en winde. Die soorten komen voor in de IJssel en maken gebruik van de beken als paai- en opgroeigebied. Je ziet dat de vispassages werken maar dat is niet voldoende. De vissen zwemmen erdoor vanaf de IJssel maar ze keren nog snel om. Blijkbaar zijn de beken nog onvoldoende aantrekkelijk.”

Het huis van de vis is dus nog niet af?

Matthijs de Vos: “Dat klopt. De deuren van het huis zijn goed in de maak, maar de slaapkamer is nog niet op orde. Het is voor de vis dus nog niet lekker wonen.

De drie soorten vis die ik noemde hebben meer variatie nodig in de structuur van de beken, maar doordat er nog te vaak wordt gemaaid komt die variatie er nog niet. We moeten het maaibeheer gaan aanpassen, en bijvoorbeeld ook op sommige plaatsen beschoeiingen weghalen. Er zit echt nog winst in. En die moeten we pakken, want anders is het zonde van de miljoenen die je in de vistrappen steekt.”

Wat moeten we nog doen om het huis van de vis af te bouwen?

“De beken de ruimte geven om zelf het profiel te behalen. Dat kan door minder vaak grootschalig te graven en meer kleinschalige maatregelen te nemen zoals weghalen van stuwen of hout inbrengen. De Boven Slinge bij Winterwijk is een mooi voorbeeld. Daar hebben we geen vistrap aangelegd maar twee stuwen weggehaald. De beek doet het werk daar zelf, je ziet op de ene plaats steilrandjes ontstaan en op de andere plaats slib aanspoelen. Dat levert winst op en je ziet sneller resultaat.”

Kwaliteit water bovenstrooms

“Verder moeten we zorgen voor een goede kwaliteit van het water dat bovenstrooms de Groenlose Slinge in komt. Dat vraagt zuivering. In de samenwerking met Duitsland valt op dit punt ook nog winst te halen. Duitsland is overigens al aardig ver met bouwen met de natuur. Bijvoorbeeld in de Bocholter Aa en de Berkel brengen zij hout in om zo te zorgen voor gevarieerde structuren in die beken. Dat doen ze samen met lokale werkgroepen en sportvissers. Dat zouden wij hier in Nederland ook meer kunnen doen. Waterschap Vallei en Veluwe doet dat al samen met de Bekenstichting, maar dat kan breder worden toegepast.”

Lees ook het interview met Vincent van Uem, wethouder Oost Gelre.