Interview Klip

Tanja Klip, Dijkgraaf Waterschap Vallei en Veluwe

We verwachten dat we de doelen gaan halen

Dijkgraaf Tanja Klip-Martin van Waterschap Vallei en Veluwe is optimistisch, maar vraagt ook om geduld. De eerste resultaten van de KRW-maatregelen zijn gemiddeld genomen “voorzichtig” positief. Maar op verschillende plaatsen is wel degelijk sprake van een duidelijke verbetering van de waterkwaliteit.

Dit is een interview in een serie over de voortgang van het werken aan waterkwaliteit in Rijn-Oost. Voor het overzicht zie deze pagina.

Bouwen met de natuur

Foto 2 Klip kl

“De Hierdense Beek is een mooi voorbeeld. Daar zijn we aan de slag gegaan 
met building with nature, met ondersteuning van de Universiteit Wageningen. Onder andere door hout in de beek te brengen, zorgt de stroming ervoor dat de beek een nieuwe, meer meanderende loop krijgt. Een soort zandmotor op beekniveau. Dat heeft geleid tot zichtbare verbetering. Een goed signaal is de terugkeer van de beekprik in de Hierdense Beek. Dat visje komt alleen in heel schoon water voor. De beekprik zien we trouwens ook al in een aantal andere beken in ons gebied."

"Een ander goed voorbeeld is het Apeldoorns Kanaal, een kunstmatig water. Met baggeren en de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs één kant van het kanaal zijn daar veel mogelijkheden voor planten en dieren gekomen. Ook in de weteringen in de IJsselvallei zien we zichtbaar vooruitgang.”

Effect maatregelen verschilt per plek

Waterschap Vallei en Veluwe heeft het overgrote deel van de maatregelen uitgevoerd die voor de eerste KRW-periode waren gepland. Het effect van de maatregelen verschilt per plek. Tanja Klip: ”Op sommige plaatsen zien we een groter effect dan verwacht van bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers, of effecten in een groter gebied. En als je nu geen effect ziet kan je niet altijd zeggen dat een maatregel is mislukt. Soms heeft dat meer tijd nodig dan gedacht. We moeten het geduld hebben er wat langer naar te kijken. En we blijven natuurlijk monitoren om te zien wat het effect van maatregelen werkelijk is.”

Hoofd niet in de schoot

“We hebben in de afgelopen periode veel geleerd over het effect van inrichtingsmaatregelen: waar en waarom werken ze wel en waar niet? Daar waar het niet gelukt is, leggen we het hoofd overigens niet in de schoot. We gaan daar in de komende periode een tandje bij zetten.”

In je eentje red je het niet

Tanja Klip is overtuigd van de waarde van samenwerking: “In je eentje red je het niet, samenwerking is nodig. Een goed voorbeeld is de Heelsumse Beek, waar we samen met de gemeente, natuurorganisaties en anderen heel veel hebben bereikt. In ons nieuwe waterbeheerplan gebruiken we daarvoor de term 'grensontkennend samenwerken'. Niet alleen bij de KRW overigens. We bepalen eerst het gemeenschappelijk doel, om dan te kijken wie welke rol oppakt.

Partnerschap gaat verder dan samenwerken

We zoeken steeds vaker partners. Partnerschap gaat voor ons verder dan samenwerken. We zijn partners voor de langere termijn, dus ook als het tegenzit of moeizaam gaat, blijven we aan het gemeenschappelijk doel werken. Maar misschien op een andere manier.”

Wat gaat er de komende periode gebeuren?

“In de eerste plaats gaan we door met een nieuwe serie inrichtingsmaatregelen, zoals het aanleggen van vispassages. Met wat we geleerd hebben kunnen we die maatregelen gerichter inzetten op plaatsen waar winst te halen valt. Daarnaast gaan we meer doen aan natuurvriendelijk onderhoud en beheer. Dat zal nog een kleine boost geven aan de waterkwaliteit.”

Impuls aan landbouw

“In de komende periode willen we ook kijken hoe we een impuls kunnen geven aan de samenwerking met de landbouwsector. Niet alleen met de landbouworganisaties en de collectieven, maar ook met andere partners in de keten zoals toeleveranciers. De landbouw heeft al veel gedaan om de belasting van oppervlakte- en grondwater terug te dringen, maar er ligt nog steeds een opgave. Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer speelt daar ook een rol bij. Dat begint nu op gang te komen, het heeft een lange aanloop gehad. Het werk van de agrarische collectieven biedt veel mogelijkheden.”

Nieuwe stoffen aanpakken voor ze problemen geven

Bij nieuwe stoffen zoals medicijnresten ziet Tanja Klip een extra opgave: “Er lopen al veel proefprojecten, bijvoorbeeld samen met ziekenhuizen zoals in Ede, en bij verschillende zuiveringsinstallaties. Samen met Vitens en het ministerie van IenM zijn wij een project gestart op alle kennis en informatie over die proefprojecten te verzamelen, zodat we een goed beeld krijgen van wat we al weten van de problemen en van mogelijke oplossingen. Onze voorkeur is voor maatregelen aan de voorkant, dus voorkómen dat medicijnen in het water komen. Dat is lastig omdat die uitstoot niet heel geconcentreerd is op een paar punten. Dus misschien moeten we ook wel bij de zuiveringen maatregelen nemen. We zijn over die nieuwe stoffen met heel veel partijen in gesprek, want we willen ermee aan de slag om problemen voor te zijn.”

Dichtbij de KRW-doelen

“Zoals wij er in Vallei en Veluwe naar kijken, verwachten we dat we de doelen in 2027 gaan halen of er in elk geval dicht bij komen. In 2017 weten we met de nieuwe monitoringgegevens of die trend bevestigd wordt. In 2018 kijken we dan met de partners in Rijn-Oost of de maatregelen voldoende helpen, en of we de doelen voor 2021 nog moeten aanpassen. Maar zoals gezegd is onze verwachting dat wij de doelen gaan halen.”

Lees ook het interview met Lieve Declerq, directeur Vitens.