Interview Freriks

Melkveehouder Arjan Freriks

“Je ziet duidelijk verschil”

“De grote stap is dat ik ben begonnen met voederbieten. Dat scheelt echt in de stikstofverliezen. Er gaat nog maar heel weinig naar het grondwater.”

Veehouder Arjan Freriks melkt 65 koeien op zijn bedrijf in Meddo bij Winterswijk. Voer voor zijn koeien haalt hij van het eigen land en hij probeert daarbij zo efficiënt mogelijk te werk te gaan. Mede daarom is hij deelnemer aan het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek. “Ik wil kijken hoe ik nog wat scherper kan boeren en mijn bedrijfsniveau hoger kan krijgen. En het is goed voor de waterkwaliteit, dat is ook belangrijk.”

Dit is een interview in een serie over de voortgang van het werken aan waterkwaliteit in Rijn-Oost. Voor het overzicht zie deze pagina.

Project Vruchtbare Kringloop

Aan “Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers” doen 250 Foto 5 Arjan Freriks klmelkveehouders mee. Bij het project zijn LTO Noord, ForFarmers, waterschap Rijn en IJssel, Rabobank en drinkwatermaatschappij Vitens betrokken. Aan de hand van onder andere de KringloopWijzer en bodemconditiescore werken veehouders aan efficiënte benutting van mineralen en het verminderen van verliezen van nitraat en fosfaat. De deelnemers delen kennis en ervaring in twintig regionale studiegroepen. Daarnaast zijn er twee kennisgroepen bodem die hun aandacht richten op de bodem. Arjan Freriks neemt deel aan een van die kennisgroepen.

Voederbieten beperken verlies stikstof

Freriks heeft 24 ha land met vooral gras en mais, waarbij hij de maispercelen rouleert. Het werken met de KringloopWijzer heeft hem veel geleerd over hoe je nitraat en fosfaat binnen de kringloop kan houden. In 2015 heeft hij een volgende stap gezet: “Ik ben begonnen met een perceel voederbieten. Met gras en met mais benut je niet alle stikstof. Omdat ik de maisteelt rouleer, scheur ik het perceel grasland in het voorjaar voordat ik de mais inzaai. Maïs neemt tot in augustus stikstof op, maar de mineralisatie gaat daarna gaat wel door. Het risico op stikstofverlies is dan groot. Voederbieten groeien in augustus en september nog flink en gebruiken dus ook nog flink stikstof.”

Duidelijk verschil

Freriks heeft twee velden op gescheurd grasland aangelegd: 2 hectare snijmaïs en 1 hectare met voederbieten. Het Louis Bolk Instituut heeft uitgebreide metingen gedaan aan het begin van het groeiseizoen en na de oogst. “Je ziet duidelijk verschil, op het perceel met voederbieten spoelt er maar weinig door naar het grondwater,” constateert Freriks, “en de opbrengst is minstens zo goed als die van mais.”

Is er effect op de waterkwaliteit?

“Minder nitraat naar het grondwater is goed voor de waterkwaliteit, en dat is de bedoeling. Op het effect van de waterkwaliteit in de sloten heb ik niet helemaal goed zicht, omdat ik hier niet aan een hoofdwatergang zit. Volgens mij is de kwaliteit van de hoofdwatergangen nu niet hartstikke slecht, maar het is niet op het niveau dat het iedereen graag wil. Het is belangrijk om de waterkwaliteit in de sloten op peil te houden. Ik zie in de sloten langs mijn bedrijf niet veel verandering. Maar dat komt ook doordat we hier helemaal aan het begin zitten. In de zomer staat het hier vaak droog, en dan kan je weinig aan die sloten doen. We gebruiken grondwater uit een punt als drinkwater voor het vee. Dat doen we al 40 jaar en ik zie er weinig in veranderen. Er zitten geen heel hoge gehaltes stoffen in.”

Wat zijn de plannen voor komend jaar?

“Ik ga nu mais zaaien op het perceel waar ik vorig jaar voederbieten had, om te kijken of het nitraatgehalte op een laag niveau blijft. En met de bieten doorgaan. Ideaal is een jaar bieten, en dan mais en dan gras. Als dat werkt zijn we waar we willen zijn. De bedoeling is dat we op die manier binnen de nitraatnorm komen. En op deze manier komen we op zijn minst dicht in de buurt, dat weet ik zeker.”

Lees ook het interview met Dijkgraaf Tanja Klip.