Interviews

De uitvoering van de maatregelen uit het SGBP-1 is op dit moment flink op streek. Wat zijn daarvan zichtbare resultaten? En wat is de belangrijkste opgave voor de periode 2016-2021?

Een goed moment op dit te vragen aan 4 vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en bedrijven in Rijn-Oost:

Lees de volledige interviews op deze pagina.

“Er zijn goede stappen gezet, maar er moet nog een tandje bij”

Peter Salverda, waterbedrijf VitensPeter Salverda 499a

“Er zijn in de afgelopen periode heel goede stappen gezet. Met het opstellen van de gebiedsdossiers onder regie van de provincies zijn de problemen en risico’s in beeld, nu nog de uitvoering van concrete maatregelen.” Peter Salverda, Strategisch omgevingsmanager bij waterbedrijf Vitens bepleit een meer voortvarende aanpak in de uitvoering: “Dat is nodig, want wij zien de zuiveringsinspanning die wij moeten leveren om drinkwater te bereiden nog steeds toenemen. Dit is in strijd met de uitgangspunten van de KRW.”

Agrarische sector krijgt meer aandacht voor duurzame bedrijfsvoering

“De landbouw zorgt nog steeds voor een flinke belasting van het water, zowel met meststoffen als met bestrijdingsmiddelen. Wij zien een positieve trend, ook in de agrarische sector komt er steeds meer aandacht voor duurzame bedrijfsvoering. Maar met name bij de kwetsbare winningen gaan de maatregelen nog niet ver genoeg, daarvoor is een combinatie nodig van extra generieke maatregelen en gebiedsgerichte maatregelen. Wij gaan graag in gesprek met partijen over uitvoering van deze maatregelen.”

Geneesmiddelen punt van zorg

Daarnaast komen de drinkwaterbedrijven steeds vaker geneesmiddelen tegen in het grondwater. Salverda: “Geneesmiddelen moeten nadrukkelijker aandacht krijgen in de 2e planperiode. Het vraagt een ketenaanpak met de industrie, met ziekenhuizen, met apothekers en zeker ook met de waterschappen. Het onderwerp moet echt meer aandacht krijgen.”

Meer focus op waterkwaliteit

Peter Salverda pleit ervoor het ambitieniveau van de plannen voor de periode 2016-2021 te verhogen zodat meer zicht komt op realisatie van de KRW-doelen. Er zijn heel goede stappen gezet, maar er moet nog een tandje bij. Er is nu te weinig focus op waterkwaliteit.”

Daar hoort ook een groter waterbewustzijn bij: “Het is belangrijk dat burgers het belang van schoon water zien. Dat mensen weten dat ze in een beschermingsgebied wonen, werken of recreëren. En dat ze daar dus rekening mee houden, bijvoorbeeld door minder of geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken of bij het wassen van de auto. We proberen dat te stimuleren door mee te doen met activiteiten zoals de Big Jump, dit jaar op 13 juli. Het is goed om aandacht te vragen voor waterkwaliteit, dat zou vaker mogen gebeuren. Het belang is groot: het gaat tenslotte om water voor onze maar zeker ook voor volgende generaties.”

---

“We moeten meer aan de slag in de haarvaten”

Judith SnepvangersJudith Snepvangers, Landschap Overijssel

“Je ziet vooral dat de fysieke situatie is veranderd. Dat de ecologie sterk verbetert zie je nog niet, maar dat kan vaak ook nog niet.” Judith Snepvangers van Landschap Overijssel ziet op veel plaatsen in haar gebied veranderingen door KRW-projecten, zoals langs de Regge, de Reest, de Doorbraak of de Bronbeek in Twente.

Aandacht voor beheer

“Er is nu een goede kans voor ecologische ontwikkeling, maar ik maak me wel zorgen over het beheer. Wij zien nog steeds veel traditioneel intensief beheer, waar bijvoorbeeld al het maaiwerk in dezelfde periode gebeurt of waar nog maaikorven worden gebruikt.”

Grondwater is zorgpunt

Een ander zorgpunt van Snepvangers is het grondwater. “Misschien zie ik het niet, maar ik heb toch het idee dat er minder inspanningen worden gedaan om het grondwater te beschermen. Neem het Reestdal, daar zijn veel maatregelen genomen, allemaal binnen het dal zelf. Maar het grondwater in het omliggende gebied is niet meegenomen, terwijl het natuurlijke karakter van de Reest heel afhankelijk is van het kwelwater uit de wijdere omgeving. Ik begrijp wel dat je dan het landbouwgebied raakt, maar ik vind het toch een gemiste kans. Zeker omdat dit landbouwgebied kampt met droogte in de zomer.”

Al met al is Judith Snepvangers positief: er is goed gewerkt aan maatregelen, er is veel zichtbaar en in potentie kunnen de maatregelen flink bijdragen aan een natuurlijker ecosysteem. Ook de combinatie met natuurbeleid zoals bij de groenblauwe dooradering werkt heel positief.

Wat zijn aandachtspunten voor de komende periode?

“In de eerste plaats, en daar zijn onze terreinbeheerders behoorlijk eenstemmig in, is er meer aandacht nodig voor de instroming van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Het is zaak om beter naar de omgeving van de watergangen te kijken, en dat betekent aandacht voor de bijdrage van onder andere de landbouw. Je moet in de haarvaten van het watersysteem met elkaar aan de slag. Groenblauwe diensten kunnen daarvoor een middel zijn. Kijk ook buiten de KRW-waterlichamen.”

“Een tweede punt is aandacht voor het beheer, zoals ik al aangaf. Voor herstel van de ecologie is het beheer net zo belangrijk als de inrichting, en volgens ons moeten afdelingen beheer van de waterbeheerders beter bij de doelstellingen van de KRW betrokken worden.”

Kansen uit pilots beter benutten

Snepvangers ziet dat er veel onderzoeken en pilots zijn geweest en vindt het nu tijd de ervaringen breder te benutten: “Na pilots blijft men erg voorzichtig en zo blijven er kansen liggen. Bijvoorbeeld hout laten liggen in kleine beken is vaak heel effectief voor de ecologie. Maar de waterbeheerders zijn er nog te voorzichtig mee.”

---

“Bewustwording is het allerbelangrijkste”

Arnold Michielsen, akkerbouwer en voorzitter LTO Flevolandsk_080313_michielsen3_4_1

“Bij de start van de KRW waren we bang dat het gebied door rigide normstellingen op slot zou gaan, net als bij de luchtkwaliteit. De manier waarop er de afgelopen jaren gewerkt is, onder andere met de pragmatische aanpak, heeft die vrees weggenomen en dat is een groot voordeel. Daardoor is er ruimte gekomen voor maatregelen die agrariërs kunnen inpassen in de bedrijfsvoering en dat zorgt voor draagvlak.”

Arnold Michielsen is als voorzitter van LTO Flevoland een actief pleitbezorger van samenwerking tussen agrariërs en waterbeheerders.

Samenwerking is sleutelwoord

Samenwerking is voor Michielsen ook een sleutelwoord voor de komende periode: “Als LTO roepen we de waterschappen op om meer met maatwerk aan de slag te gaan. Dan kun je de waterkwaliteit verbeteren én bedrijfsontwikkeling mogelijk maken. Er zijn nu voldoende tools beschikbaar, zoals de Kringloopwijzer en de toolbox gewasbescherming. Samen met gebruik van de POP-3 gelden biedt dat mogelijkheden.”

Er gaan stappen gezet worden

Met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer zoekt LTO verbinding en samenwerking en wil ze bereiken dat er een integrale aanpak komt. Een voorbeeld is de samenwerkingsovereenkomst die LTO gesloten heeft met waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland, waar ook Michielsen bij betrokken was: “Het DAW leek eerst aftastend, ik heb nu het gevoel dat er stappen gezet gaan worden.”

Bodem is cruciale factor

“De bodem is een cruciale factor. Het is heel belangrijk dat het waterbergend vermogen op orde komt. Als de bodem op orde is houdt je water vast voor droge perioden, en bij piekbuien zorgt het voor minder afspoeling van mineralen en middelen en het vertraagt de bodemdaling. Het organisch stofgehalte speelt hierbij een belangrijke rol. In Flevoland willen we dit jaar een paar pilots opstarten, onder andere met klimaatgestuurde drainage.”

Terugdringen emissies

Michielsen ziet een positieve ontwikkeling bij het terugdringen van emissies, ook van gewasbeschermingsmiddelen: “Bewustwording, dat is het allerbelangrijkste. De emissie vanaf de spuit hebben we al heel aardig getackeld, maar bij de erfafspoeling valt nog een slag te maken. Je ziet het al in de bollensector, de kisten waarin de bollen worden ontsmet worden als ze leeg zijn in de schuur gezet. Dat voorkomt afspoeling door regenwater. Dat scheelt flink. Maar er is meer nodig. We willen niet alleen de koplopers, we willen ook de middenmoot mee krijgen.”

---

“Graag meer aandacht voor waterplanten”

foto Ed Piek v2Ed Piek, directeur Sportvisserij Oost Nederland

“Het water is helderder geworden, en dat zorgt voor een explosieve groei van waterplanten. Het heeft gevolgen voor de visstand.” Ed Piek, directeur van Sportvisserij Oost-Nederland heeft de afgelopen jaren duidelijk veranderingen gezien in de kanalen, plassen en sloten in Rijn-Oost. Het is moeilijk te zeggen wat daarin precies het aandeel van de KRW is.

We zien duidelijk veranderingen

“In de visstandbeheercommissies zijn veel maatregelen besproken, deels vanuit de KRW, maar ook voor Natura 2000 en andere onderwerpen. We zien duidelijk veranderingen. Door het heldere water en het lagere gehalte voedingsstoffen is de biomassa van vis teruggelopen, in sommige wateren van 450 kilo per hectare naar 150. Tegelijk neemt het aantal soorten toe, gemiddeld van 12 à 13 naar 17 à 18. En dat is mooi, al zitten er ook een paar oosteuropese soorten bij.”

Opbouw in jaarklassen is zorgpunt

Piek noemt ook punten van zorg: “Het is een misser dat de KRW alleen naar soorten kijkt en niet naar opbouw in jaarklassen. Voor veel soorten is die nu slecht, de jaarklassen 3 tot 8 jaar ontbreken vrijwel. En ik betwijfel of dat in de toekomst vanzelf beter wordt. Het zou in de komende periode meer aandacht moeten krijgen.”

Sportvisserij Oost Nederland overkoepelt ruim 70 hengelsportverenigingen met samen circa 60000 leden. De veranderingen in waterkwaliteit hebben ook gevolgen voor de vissers: zo verplaatst de wedstrijdvisserij zich steeds meer naar rivieren zoals IJssel en Zwarte Water, omdat daar meer dynamiek in zit.

Wat zijn voor de sportvisserij wensen voor de komende periode?

Piek: “In elk geval aandacht voor de problemen met waterplanten. Er is een experiment begonnen om te sturen met maaibeheer en visstandbeheer. We proberen samen met de waterschappen te komen tot voorstellen die betaalbaar zijn en goed te gebruiken. Verder zien we graag meer aandacht voor de stadswateren. De hengelsport zit erg in de lift en vissen dicht bij huis is een goede ontwikkeling. We zouden in de stadswateren graag een ander beheer zien, meer gericht op de sportvissers.”

Slimmere maatregelen

Piek ziet mogelijkheden voor slimmere maatregelen: “Waterbergingen bijvoorbeeld staan vaak lang droog. Maar als je er wat water in laat, vooral in het voorjaar, dan creëer je een prima paai- en opgroeigebied voor vis. Ook natuurvriendelijke oevers kan je vaak slimmer inrichten, waarmee je tegen weinig kosten veel winst kan halen. En in de kop van Overijssel kan je veel bereiken met een natuurlijker peilbeheer.”

Meer samenhang bij vispassages

“Winst kan je ook halen bij de vispassages. Daar zit vaak nog weinig samenhang in. Je moet de mogelijkheden voor vismigratie voor het hele stroomgebied in kaart brengen en dan kiezen.”