Grondwater en de KRW

De Kaderrichtlijn Water (KRW) bepaalt dat alle grondwaterlichamen uiterlijk in 2015, met mogelijke uitloop naar 2027 in goede toestand moeten verkeren. De toestand moet goed zijn voor grondwater kwantiteit en voor grondwater kwaliteit (chemische toestand). Lidstaten worden geacht elke zes jaar via stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) te rapporteren over de toestand van de (grond)waterlichamen.

De KRW-doelen voor grondwater zijn:

  • Inbreng van verontreinigende stoffen beperken of voorkomen;
  • achteruitgang van de toestand van de grondwaterlichamen te voorkomen;
  • het halen en behouden van de goede toestand van grondwaterlichamen;
  • significant stijgende trends in het grondwaterlichaam ombuigen en;
  • de doelen voor beschermde gebieden, zoals drinkwaterwinningen en natuurgebieden te halen.

Meer specifiek zijn de KRW-eisen voor grondwater beschreven in de Grondwaterrichtlijn (GWR).

Karakterisering en toestandbeoordeling

De KRW kent een plancyclus van 6 jaar. In 2009 zijn de stroomgebiedbeheerplannen voor de periode 2009-2015 vastgesteld en in 2015 de beheerplannen 2016-2021. In deze cyclus worden 2 soorten bepalingen uitgevoerd:

  • Artikel 5, KRW, vraagt om een analyse van kenmerken van het systeem en de effecten van menselijk handelen. Dit noemen we ‘karakterisering'. Als doelen (dreigen) niet gehaald (te) worden) beschouwen we waterlichamen ‘at risk' . Een uitgebreide karakterisering is uitgevoerd in 2008 voor de stroomgebiedbeheerplannen 2009-2015 en bijgewerkt in 2014 voor de plannen 2016-2021. Op basis van de karakterisering kunnen nieuwe drempelwaarden worden afgeleid voor potentieel bedreigende stoffen en/of maatregelen worden genomen.
  • Met de toestand bepaling van de grondwaterlichamen wordt aan het eind van de planperiode beoordeeld of reeds genomen maatregelen effectief zijn geweest.

Voor de karakterisering is gebruik gemaakt van conceptuele modellen van de grondwaterlichamen.

Factsheets op het Waterkwaliteitsportaal

Ten behoeve van de stroomgebiedbeheerplannen zijn voor alle 23 grondwaterlichamen in Nederland factsheets opgesteld. Deze bevatten een beschrijving van het grondwaterlichaam, de belastingen van het grondwaterlichaam, een at-risk bepaling en de toestandbeoordeling en lokale maatregelen die bovenop het generieke beleid genomen worden om de goede toestand te bereiken en te behouden. Deze factsheets zijn beschikbaar op het Waterkwaliteitsportaal van het Informatiehuis Water (IHW).

Landelijke Werkgroep Grondwater

Voor de uitvoering van het grondwatergedeelte van de KRW en de GWR werken het ministerie van IenM, het Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland (CSN), het Informatiehuis Water (IHW), de provincies, de waterschappen en het RIVM samen in de Landelijke Werkgroep Grondwater (LWG). Het doel van de LWG is afstemming tussen de provincies onderling en het rijk over o.a. de wijze van toetsen en rapporteren voor de KRW. De werkgroep wordt voorgezeten vanuit het IPO door Ronnie Hollebrandse. Saskia Lukács van het RIVM voert het secretariaat. Hiernaast vindt u de jaarverslagen van de LWG.

EU-CIS Working Group Groundwater

Voor de nadere invulling van de KRW en GRW in worden in Europese werkgroepen zogenaamde richtsnoeren (Guidance Documents) geschreven. Deze Guidance Documents hebben als doel kennisoverdracht en mogelijke harmonisering in de uitvoering van de richtlijnen in de verschillende lidstaten. Voor Nederland nemen Barry van de Glind (IenM) enJacqueline Claessens (RIVM) deel aan deze Europese werkgroep.

In de Landelijke Werkgroep Grondwater wordt terugkoppeling gegeven over de besproken zaken in de EU-CIS Working Group Groundwater (EU-CIS WGG). En aandachtspunten van de LWG kunnen in de EU-CIS WGG ingebracht worden