Lozen buiten inrichtingen

Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen in werking getreden. De definitieve versie van het Besluit is gepubliceerd in Staatsblad 2011, nr. 153: Besluit van 16 maart 2011, houdende algemene regels voor lozen anders dan vanuit een inrichting (Besluit lozen buiten inrichtingen). Het besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer, de Waterwet en de Wet bodembescherming. De bijbehorende Regeling lozen buiten inrichtingen is gepubliceerd in Staatscourant 2011, 6888. In deze publicaties vindt u ook de nota van toelichting bij het gehele Besluit en Regeling, alsmede bij de diverse onderdelen.

Dit besluit bevat regels voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit en het lozen vanuit huishoudens is geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens.

Als  een bedrijf buiten het terrein van de inrichting werkzaamheden verricht bij een huishouden is het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing. Bijvoorbeeld het bedrijf dat de vuilniswagen volgt om de afvalcontainers op straat te reinigen moet dus voldoen aan de regels volgens het Besluit lozen buiten inrichtingen. Als iemand zijn eigen afvalcontainer voor de deur reinigt, nadat die is geleegd in de vuilniswagen, is het Besluit lozing afvalwater huishoudens van toepassing.

In tegenstelling tot het Activiteitenbesluit stelt het Besluit lozen buiten inrichtingen slechts regels voor het lozen van afvalwater. De Wet milieubeheer biedt geen basis om landelijke algemene regels te stellen ten aanzien van andere milieu-aspecten, dat gebeurt met lokale regelgeving zoals de algemene plaatselijke verordening (APV).

Meldingen

Een melding op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen kan digitaal via het Omgevingsloket online worden gedaan.

Oppervlaktewater

In artikel 1.3 van dit besluit wordt voor een aantal lozingen de vergunningplicht volgens artikel 6.2 Waterwet opgeheven en vervangen door algemene regels op grond van dit besluit. Dit artikel komt daarmee overeen met artikel 1.6 van het Activiteitenbesluit, waarmee voor een aantal lozingen vanuit inrichtingen de vergunningplicht van de Waterwet is opgeheven. Met het Besluit lozing afvalwater huishoudens is deze vergunningplicht opgeheven voor het lozen vanuit particuliere huishoudens. Daarnaast wordt voor een aantal specifieke lozingen de vergunningplicht van de Waterwet vervangen door algemene regels uit verschillende besluiten, zoals het Besluit glastuinbouw, het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij, het Besluit bodemkwaliteit en het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart. Lozingen waarvan de vergunningplicht volgens de Waterwet niet expliciet is opgeheven in een bepaald besluit zijn onverkort vergunningplichtig op grond van artikel 6.2 van de Waterwet.

Activiteiten die ook bij inrichtingen plaatsvinden

Diverse activiteiten vinden zowel binnen als buiten inrichtingen plaats. In dat geval bevat het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen inhoudelijk gelijke voorschriften. Echter omdat de wettelijke basis een andere is, is de formulering van de voorschriften soms wat anders. Zo zijn de voorschriften in het Activiteitenbesluit gebaseerd op hoofdstuk 8 Wm en in het Besluit lozen buiten inrichtingen op grond van hoofdstuk 10 Wm.
Ook zijn in het Besluit lozen buiten inrichtingen geen voorschriften opgenomen voor grootschalige activiteiten, want die zijn vanwege de omvang veelal een inrichting waar het Activiteitenbesluit op van toepassing is.

Bovendien beperkt het Besluit lozen buiten inrichtingen zich tot de lozingsaspecten bij de verschillende activiteiten, terwijl het Activiteitenbesluit in beginsel op alle milieuaspecten betrekking heeft. Het gaat hier om de volgende activiteiten:

Overigens dient opgemerkt te worden dat de voorschriften voor bodemsanering en proefbronneringen (artikel 3.1) en het lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten (artikel 3.10 en 3.11) uit het Besluit lozen buiten inrichtingen ook van toepassing zijn op particuliere huishoudens. Dit is per 1 juli 2011 geregeld in artikel 2, vijfde lid van het Besluit lozing afvalwater huishoudens.

Lozen vanuit pleziervaartuigen en treinen

Het verbod tot lozen van toiletwater vanuit pleziervaartuigen in het oppervlaktewater is overgeheveld van het Besluit lozing afvalwater huishoudens (artikel 10a) naar het Besluit lozen buiten inrichtingen (artikel 3.9) , met de inwerkingtreding van dit besluit. Vanwege de systematiek past dit beter in dit besluit.

Daarnaast wordt met dit besluit een verbod tot lozen van ongezuiverd toiletwater vanuit treinen geïntroduceerd: artikel 3.7. Dit verbod geldt overigens niet voor spoorvoertuigen, die voor 1 juli 2011 in productie zijn genomen voor gebruik in Nederland of reeds in gebruik zijn.

De gemeente als lozer

Met dit besluit wordt ook het lozen dat plaatsvindt door of namens de gemeente in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke zorgplichten geregeld. Dat betreft de zorgplicht voor stedelijk afvalwater op grond van artikel 10.33 Wm, en de zorgplichten voor afstromend hemelwater en grondwater op grond van artikel 3.5 en 3.6 Waterwet. Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) heeft hierbij een centrale rol. Het gaat hier om de volgende gemeentelijke lozingen:

In artikel 3.14 en 3.15 staat dat lozen in het oppervlaktewater is toegestaan, indien het stelsel voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan opgenomen overzicht ........ Deze formulering wordt ook gebruikt in artikel 4.22 Wm, waar de wettelijke eisen aan het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) worden gesteld. Mocht dus geconstateerd worden dat niet aan deze voorwaarden wordt voldaan dan mag dus niet geloosd worden volgens het Besluit lozen buiten inrichtingen, maar tevens moet dan geconstateerd worden dat er een onvoldoende GRP ligt. Handhavingsacties zullen er dus op gericht moeten zijn om het GRP aan de wettelijke voorwaarden te laten voldoen. Zoals hiervoor reeds aangegeven, is een watervergunning niet in beeld, want die vergunningplicht is in artikel 1.3 vervangen door de algemene regels van artikel 3.13 tm 3.16.

In de praktijk kan er discussie ontstaan over de vraag of alle individuele lozingen vanuit openbare stelsels en alle voorzieningen afzonderlijk in het GRP benoemd moeten zijn. De wetgever heeft het uitdrukkelijk zo geformuleerd dat het stelsel of de voorziening moet voorkomen op een overzicht. Dat overzicht moet natuurlijk wel duidelijk maken hoe in een bepaalde wijk van de gemeente met het hemel- en grondwater en het stedelijk afvalwater wordt omgegaan en welke lozingen dat tot gevolg heeft en waar die lozingen plaats vinden. In de praktijk zal het ook vrijwel onmogelijk zijn alle lozingspunten te identificeren en registreren. Ga maar eens op een regenachtige dag een boottocht maken door de grachten van een van de nederlandse steden met een grachtenstelsel. Het aantal pijpjes van waaruit afvloeiend hemelwater wordt geloosd zijn legio en vaak lopen die pijpjes door en onder zeer oude gebouwen waarvoor geen bouwtekeningen meer te vinden zijn. Uit het GRP moet dan blijken dat het gemeentelijk beleid erop is gericht dat het afvloeiend hemelwater uit de grachtenbuurt wordt afgevoerd via het grachtenstelsel.

Het is dus een misverstand te denken dat de lozing vergunningplichtig wordt als niet aan de lozingsvoorwaarde (opgenomen in GRP en uitgevoerd en beheerd conform GRP) wordt voldaan. Het is ook niet mogelijk om de lozing alsnog met maatwerk te vergunnen. Om dergelijke misverstanden te voorkomen is het noodzakelijk dat de GRP's op orde zijn. Lozingen vanuit riolen die niet als zodanig in het GRP zijn terug te vinden, dienen hier alsnog in te worden opgenomen of het GRP dient op dat punt te worden verduidelijkt. Dit onderstreept wederom het belang van een goede samenwerking tussen de gemeente en de waterkwaliteitsbeheerder bij de totstandkoming van een GRP.

Zie voor de beoogde praktische uitvoering van deze regels een artikel in het blad Riolering van augustus/september 2011:Samenwerking, in plaats van vergunningen (pdf, 770 kB).

Handelingen in oppervlaktewater

Gezien de brede definitie van lozen volgens de Waterwet (artikel 6.1) hebben handelingen in het oppervlaktewater al snel lozen tot gevolg, waardoor ze in beginsel vergunningplichtig zijn op grond van artikel 6.2 Wtw. Voor lozen in het oppervlaktewater ten gevolge van ontgravingen en baggerwerkzaamheden is de vergunningplicht met dit besluit opgeheven. De handeling moet gemeld worden volgens artikel 1.10 en 1.15 van dit besluit. De voorwaarden staan in de artikelen 3.17 - 3.19.

Overig lozen

Dit betreft een brede categorie van regelmatig voorkomende lozingen, met in het algemeen geringe milieugevolgen. Het betreft (artikelen 3.20 - 3.25):

  • spoelen vanaf vaartuig (zand en zeeoogst)
  • lozen van water dat als transportmedium voor zand is gebruikt
  • lozen van schoonmaakwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van leidingwater
  • het terugbrengen van oppervlaktewater
  • lozen ten gevolge van calamiteitenoefening
  • asverstrooiing

Gewasbeschermingsmiddelen

Met Staatsblad 2011, nr. 594 is artikel 3.4 van het Besluit lozen buiten inrichtingen aangepast en een artikel 3.26 toegevoegd. In artikel 3.4 worden voorwaarden gesteld aan het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen in verband met het lozen van afvloeiend hemelwater en artikel 3.26 stelt voorwaarden aan het toepassen van deze middelen op of langs spoorwegen binnen een afstand van 14 meter vanaf het oppervlaktewater.

Voorafgaande aan het Besluit lozen buiten inrichtingen

Het Besluit lozen buiten inrichtingen vervangt voor een deel voorgaande besluiten, die daarmee (deels) komen te vervallen. Er zijn met dit besluit echter ook vele lozingen onder algemene regels gebracht die voorheen nog vergunningplichtig waren op grond van de Waterwet, of een ontheffing vereisten op grond van het Lozingenbesluit bodembescherming of op grond van artikel 10.63, eerste lid, Wm (gewijzigd per 27-3-2013) voor het lozen in rioolstelsels. De volgende besluiten zijn ingetrokken:

  • Het Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen milieubeheer (artikel 5.8)
  • Lozingenbesluit Wvo vast objecten (artikel 5.9)
  • Lozingenbesluit Wvo proefbronnering en bodemsanering (artikel 5.10)
Ten aanzien van diverse lozingen vervangt het Besluit lozen buiten inrichtingen de volgende twee besluiten:
  • Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater (lozingen op oppervlaktewater)
  • Lozingenbesluit bodembescherming (regels voor lozingen in de bodem)

Deze besluiten zijn ingetrokken met de opname van de agrarische activiteiten in het Activiteitenbesluit.

Parlementaire behandeling

Op 20 augustus 2009 heeft de minister van VROM bij brief het ontwerpbesluit lozen buiten inrichtingen aangeboden aan de Eerste en Tweede kamer: Kamerstuk 27625, nr. 142.

Een ontwerp van het Besluit lozen buiten inrichtingen is gepubliceerd in de Staatscourant van 28 augustus 2009 (pdf, 4.6 MB). Een ieder kon gedurende vier weken zijn zienswijze naar voren brengen over dit ontwerpbesluit.

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijk Ordening en Milieubeheer (VROM) van de Tweede Kamer heeft hierover een aantal vragen voorgelegd aan de minister van VROM, die zijn beantwoord op 10 december 2009: Kamerstuk 27625, nr. 152.

Naar aanleiding hiervan hebben verschillende fracties in de vaste commissie voor VROM nog een aantal vragen en opmerkingen ter beantwoording aan de Minister voorgelegd. De regering heeft deze vragen bij brief van 18 maart 2010 beantwoord: Kamerstuk 27625, nr. 160.

Het Besluit en de Regeling zijn ter notificatie voorgelegd aan de Europese commissie. Nadere informatie hierover voor het Besluit en de Regeling.

Het ontwerpbesluit met het advies van de Raad van State en de reactie daarop door het ministerie in het nader rapport vindt u in Staatcourant 2011, nr 7259. Het advies en het nader rapport kunt u ook vinden op de site van de Raad van State: advies en nader rapport.

Definitieve publicatie van het besluit in Staatsblad 2011, nr. 153.

De definitieve publicatie van de Regeling lozen buiten inrichtingen staat in Staatscourant 2011, 6888.

Koninklijk besluit met datum van inwerkingtreding: Staatsblad 2011, nr. 298.


Wijziging per 1 januari 2012

In verband met de implementatie van Europese regelgeving op het gebied van het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (Staatsblad 2011, nr. 235) is het Besluit lozen buiten inrichtingen per 1 januari 2012 aangepast.