Vergunningplichtig lozen

De systematiek van de Waterwet bepaalt dat direct lozen in het oppervlaktewater vergunningplichtig is. Behalve als die vergunningplicht door algemene regels is opgeheven (artikel 6.2 Waterwet). Dat betreft de volgende directe lozingen:

  1. lozingen genoemd in artikel 1.6 van het Activiteitenbesluit
  2. lozingen genoemd in artikel 1.3 van het Besluit lozen buiten inrichtingen
  3. lozingen vanuit particuliere huishoudens. Deze lozingen worden geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens.
  4. lozingen die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit
  5. lozingen waarop het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart van toepassing is

In het overzicht activiteiten met lozingen staan activiteiten waarvoor de vergunningplicht voor direct lozen in het oppervlaktewater is opgeheven.

Hierin staan de algemeen geregelde lozingen op riool, bodem, hemelwaterriool en oppervlakte water. Met het pakket aan algemene regels is alleen voor een beperkt aantal lozingen vooraf toestemming van het bevoegd gezag nodig. Dit gaat in de vorm van of maatwerk op algemene regels of een Waterwetvergunning.

Als een omgevingsverguning nodig is voor een activiteit, moet de lozing op riool of bodem in deze omgevingsvergunning staan. Een directe lozing op oppervlakte water staat dan in een Waterwetvergunning. Deze vergunningplicht blijkt uit artikel 2.1, eerste lid, Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit geldt in elk geval voor lozingen vanuit IPPC-installaties.