Lozingsvoorschriften werkzaamheden aan vaste objecten

Een 'vast object' is in dit verband een 'locatiegebonden constructie'. Of gedeelte daarvan. Denk hierbij aan gebouwen, bruggen, viaducten en dergelijke. Het gaat om werkzaamheden aan vaste objecten, zoals:

  • reinigingswerkzaamheden
  • conserveringswerkzaamheden
  • sloop-, en renovatiewerkzaamheden
  • of andere onderhoudswerkzaamheden aan of nieuwbouw van vaste objecten

Vindplaats

In het het Besluit lozen buiten inrichtingen(BLBI) en in het Activiteitenbesluit (AB) is een paragraaf geschreven over het lozen van afvalwater afkomstig van werkzaamheden aan vaste objecten. In het BLBI (artikel 3.10 en 3.11) en het Activiteitenbesluit (artikel 3.6a en 3.6b). Beide besluiten bevatten dezelfde voorschriften. Het Activiteitenbesluit is van toepassing op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing is op de activiteiten buiten inrichtingen.

In het algemeen geldt dat het verboden is afvalwater dat bij deze werkzaamheden ontstaat te lozen voor:

  • reinigingswerkzaamheden
  • conserveringswerkzaamheden
  • sloop-, en renovatiewerkzaamheden
  • of andere onderhoudswerkzaamheden aan of nieuwbouw van vaste objecten

Als deze activiteiten in de nabijheid van oppervlaktewater plaats vinden moet men maatregelen treffen. Het doel is om zoveel mogelijk te voorkomen dat stoffen in het oppervlaktewater geraken. Deze maatregelen staan beschreven in de artikel 2.4 tot en met 2.25 van de Regeling lozen buiten inrichtingen en artikel 3.4h tot en met 3.4s van de Activiteitenregeling.

Er is sprake van 'nabijheid van oppervlaktewater' als verwacht kan worden dat er door de activiteiten stoffen in het oppervlaktewater kunnen geraken. Ook als dat bijvoorbeeld door verwaaiing gebeurt voor periodiek uitgevoerde reinigingswerkzaamheden

De periodiek uitgevoerde reinigingswerkzaamheden, waarbij men alleen vuilafzetting verwijderd zijn de uitzondering op de regel. Hierbij moet u denken aan reinigingswerkzaamheden die vergelijkbaar zijn met ramenlappen. Dit afvalwater mag wel geloosd worden op rioolstelsels of bodem of oppervlaktewater. Alleen moet de lozing op het oppervlaktewater zoveel mogelijk worden vermeden. Een goede beschrijving van reinigingswerkzaamheden die onder deze uitzondering vallen vindt u in 'Verwijdering vuilafzetting'.

Dit betekent dus dat bij gevelreinigen en verwijderen van graffiti niet geloosd mag worden in rioolstelsels of bodem of oppervlaktewater. Dit moet opgevangen worden.

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

Ook valt deze activiteit onder de definitie van inrichting type A (artikel 1.2). Dat betekent dat een inrichting type A die deze lozing uitvoert niet hoeft te melden. Dit staat in artikel 1.4 van het AB.

In de nota van toelichting van het Besluit lozen buiten inrichtingen (pdf, 29 kB) vindt u een afbakening voor welke activiteiten lozen is toegestaan. De tekst is opgenomen en op deze pagina verwerkt.

Verboden en voorwaarden

In het algemeen geldt dat het verboden is afvalwater dat bij deze werkzaamheden ontstaat te lozen in:

  • de bodem of
  • rioolstelsels, zowel vuilwaterriool als hemelwaterstelsels.