Lange termijn kustonderzoek

De onderzoekslijn langetermijnkustonderzoek draait om kennisontwikkeling op basis van metingen en modelontwikkeling. We gebruiken hiervoor reeds beschikbare kennis en data, data uit nieuwe meetcampagnes in het Amelander Zeegat en op de diepe vooroever en we gebruiken modelontwikkeling en modelanalyse.

Dit gebeurt binnen drie onderzoekssporen:

  • gedrag zeegaten: voor het zandtransport tussen de Waddenzee en de Noordzee staat de ontwikkeling van de buitendelta’s centraal. Deze nemen in zandvolume langzaam af. Door het gedrag van het het zeegatsysteem beter te leren kennen krijgen we meer inzicht in de drijvende processen achter de krimpende buitendelta’s. Met welke maatregelen kunnen we de teruggang beïnvloeden?
  • zeewaartse begrenzing kustfundament: Tot op heden wordt aangenomen dat er een verwaarloosbaar zandtransport over de zeewaartse grens (-20 m NAP) van het kustfundament is. Deze aanname wordt nu opnieuw onderzocht. Ook onderzoeken we of deze zeewaartse grens gewijzigd kan worden.
  • de lokale zeespiegelstijging en bodemdaling: voor de relatieve zeespiegelstijging wordt tot nu toe één waarde aangenomen voor het hele kustfundament. Dit onderzoekspoor richt zich op een differentiatie van bodemdaling en zeespiegelstijging, omdat deze niet uniform is langs de gehele Nederlandse kust.

Het kustfundament is het gebied dat wordt omsloten door de doorgetrokken -20 m NAP lijn, de binnenduinrand en de grenzen met België en Duitsland.
De jaarlijkse hoeveelheid zand die nodig is om de Nederlandse kust veilig te houden, is gelijkgesteld aan de hoeveelheid zand die jaarlijks op natuurlijke wijze uit het kustfundament verdwijnt en aan de hoeveelheid zand die nodig is om zeespiegelstijging en bodemdaling in het kustfundament bij te houden. Kortom, de zandbalans van het kustfundament is duurzaam in evenwicht door het verlies van zand aan te vullen.