Beheer en onderhoud kust

Nederland heeft van nature een eroderende kust; er verdwijnt meer zand dan dat er wordt aangevoerd. In 1990 is gekozen voor het dynamisch handhaven van de kustlijn. Dat betekent dat de structurele kustachteruitgang langs de gehele Nederlandse kust wordt gecompenseerd met zandsuppleties, op de uiteinden van enkele Waddeneilanden na. Hiervoor is de ligging van de basiskustlijn (BKL) maatgevend. De kustlijn wordt jaarlijks gemeten en met de BKL vergeleken. Na vaststelling van de BKL in 1990 is deze in 2001, 2012 en voor het laatst in 2018, plaatselijk aangepast.

Basiskustlijn en kustfundament

Naast het zand voor de BKL wordt ook zand aangebracht om het kustfundament (eerste duinenrij tot -20 meter NAP) mee te laten groeien met de stijging van de zeespiegel. Voor de BKL en het kustfundament samen wordt de komende jaren gemiddeld 7 miljoen m3 zand per jaar gesuppleerd. Dat is minder zand dan eerder gepland (12 miljoen). De kust is zo goed voorzien van zand dat voor het handhaven van de BKL tijdelijk minder zand nodig is. Dat komt door de aanleg van meerdere kustversterkingen in de afgelopen jaren en doordat het zand langer blijft liggen dan verwacht.

Programma Kustlijnzorg

Het beheer en onderhoud van de kust met zandsuppleties wordt door Rijkswaterstaat uitgevoerd in een meerjarig programma Kustlijnzorg. De laatste suppletie (pdf, 37 kB) van het programma 2012-2015 is in uitvoering en wordt afgerond in 2018. In 2017 is de uitvoering van het programma 2016-2019 gestart, zie  het suppletieprogramma met toelichting 2016-2019 (pdf, 505 kB).
Een toelichting op het uitvoeringskader voor het programma Kustlijnzorg is te vinden in de factsheet Uitgangspunten totstandkoming suppletieprogramma Kustlijnzorg. (pdf, 299 kB)

Zandsuppletie

Voor het kustonderhoud worden de volgende drie typen zandsuppleties het meest toegepast:

  • Strandsuppleties - vergroten direct het zandvolume op het strand;
  • Vooroeversuppleties - vormen een zandbank voor de kust en vergroten (indirect) het zand in de kustzone;
  • Geulwandsuppleties - remmen naar de kust oprukkende geulen af.

Meer informatie over het kustonderhoud, de planning en uitvoering van de werkzaamheden en kustlijnkaarten vindt u op de website van Rijkswaterstaat.

Natuur

De wet Natuurbescherming vereist dat de uitvoering van een zandsuppletie in of nabij een Natura2000-gebied voldoet aan de voorwaarden van het beheerplan van dat gebied. Daarvoor wordt meestal een voortoets of conformiteitstoets uitgevoerd.

Samen met tien natuurorganisaties doet Rijkswaterstaat onderzoek naar de effecten van zandsuppleties op de natuur van de kust. Meer informatie op Natuurlijkveilig.nl.

Kennisprogramma Beheer en Onderhoud Kust

Om het huidige beleid uit te voeren, suppleert Rijkswaterstaat jaarlijks gemiddeld 12 miljoen m3 zand. Hoeveel zand er precies nodig is en op welke plaatsen en tijdstippen het zand het best kan worden neergelegd, wordt o.a. gebaseerd op de jaarlijkse beoordeling van de kust en op kennis en ervaring van het zandige systeem. Het langjarige kennisprogramma Beheer en Onderhoud van de Nederlandse Kust (B&O Kust) heeft tot doel om onderzoeksvragen over suppleties te beantwoorden en de kennis over het kustsysteem uit te breiden en te verspreiden. In dit programma werken Deltares en Rijkswaterstaat samen. Rapporten zijn te vinden op de wiki van Deltares en wetenschappelijke rapporten kunnen worden opgevraagd via de Helpdesk Water.