Hoogwaterbeschermingsprogramma

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Het belang van waterveiligheid in Nederland is groot. Een aanzienlijk deel van Nederland kan als gevolg van een dijkdoorbraak onder water komen te staan. In deze gebieden wonen miljoenen mensen en het grootste deel van ons Bruto Binnenlands Product wordt hier verdiend. Dit heeft in de loop van de geschiedenis geleid tot een uitgebreid systeem van waterkeringen (dijken, dammen, sluizen etc), dat mondiaal gezien een grote veiligheid biedt. Toch blijft het systeem ook kwetsbaar, door invloeden van klimaat, ruimtelijke ordening en ontwikkelingen op het gebied van economie en demografie.

Ons land wordt beschermd tegen overstromingen vanuit de Noordzee, de grote rivieren en het IJssel- en Markermeer door de zogenaamde primaire waterkeringen. Elke 6 jaar vindt een wettelijke toetsing plaats van deze waterkeringen. In deze toetsing wordt nagegaan of ze aan de wettelijke normen voldoen. De rapportage van de meest recente (derde) toetsing is in 2011 opgesteld.

Doel van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma is om de primaire waterkeringen die in deze derde toetsronde zijn afgekeurd, te versterken.

Opgave

De huidige opgave voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma bestaat uit het treffen van maatregelen aan 731 kilometer primaire waterkering (dijken) en 238 waterkerende kunstwerken (sluizen, stuwen), van zowel waterschappen als Rijkswaterstaat. Het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma is daarmee het meest omvangrijke programma dat de komende jaren op watergebied wordt uitgevoerd, als onderdeel van het Delta-programma.

2014-2019

In de periode 2014-2019 starten de waterschappen 32 projecten. Daarnaast worden er vier zogenaamde projectoverstijgende verkenningen uitgevoerd: Piping, Waddenzeedijken, Centraal Holland en Macrostabiliteit.