Beheer en onderhoud kust

Nederland heeft van nature een eroderende kust. In 1990 werd gekozen voor het ‘dynamisch handhaven’ van de kustlijn. Dat betekent de bestrijding van de structurele kustachteruitgang langs de gehele Nederlandse kust, op de uiteinden van enkele Waddeneilanden na, doormiddel van zandsuppleties. Dit beheer en onderhoud van de kust valt onder het programma kustlijnzorg. De ligging van de basiskustlijn (BKL) is daarvoor maatgevend. De BKL is de norm voor de te handhaven kustlijn. De kustlijn wordt jaarlijks aan deze norm getoetst. Na vaststelling van de BKL in 1990 is de BKL, in 2001 en voor het laatst in 2012, lokaal aangepast.

Naast het handhaven van de BKL is het laten meestijgen van het kustfundament met de verwachte zeespiegelrijzing ook een onderdeel van kustlijnzorg. Voor beide doeleinden samen wordt de komende jaren circa 7 miljoen kubieke meter zand per jaar gesuppleerd. Dat is minder zand dan eerder gepland. Uit monitoring blijkt de zandige kust zo goed voorzien van zand dat voor het handhaven van de Nederlandse basiskustlijn tijdelijk minder zand nodig is.

Programma Kustlijnzorg

Het beheer en onderhoud van de kust met zandsuppleties wordt door Rijkswaterstaat uitgevoerd in een meerjarig programma Kustlijnzorg. De laatste zes suppleties van het programma 2012-2015 worden in 2017 uitgevoerd, zie het Suppletieprogramma 2012-2015 (pdf, 115 kB). Tegelijkertijd gaat in 2017 de uitvoering van het nieuwe programma van start, zie  het suppletieprogramma met toelichting 2016-2019 (pdf, 484 kB).
Een toelichting op het uitvoeringskader voor het programma Kustlijnzorg is te vinden in de leaflet Uitgangspunten totstandkoming suppletieprogramma Kustlijnzorg. (pdf, 188 kB)

Meer informatie over het programma kustlijnzorg, zandsuppleties, de planning van de nieuwe werkzaamheden, de gevolgen, de procedure, kustlijnkaarten en meer kunt u vinden op de website van Rijkswaterstaat.

Zandsuppletie

Om erosie van de Nederlandse kust tegen te gaan (mitigeren) bestaan verschillende technieken. Het suppleren met zand heeft hierbij de voorkeur. Er bestaan meerdere verschillende vormen van zandsuppleties, hieronder staan de meest voorkomende:

  • Strandsuppleties, vergroten direct het strandvolume door zand op het strand te spuiten.
  • Vooroeversuppleties, vormen een zandbank voor de kust en hebben als doel (indirect) het zand in de kustzone te vergroten.
  • Geulwandsuppleties, worden ingezet om oprukkende geulen af te remmen.

Meer informatie over zandsuppleties, de planning van nieuwe werkzaamheden, de gevolgen, de procedure, kustlijnkaarten en meer kunt u vinden op de website van Rijkswaterstaat.

Zandsuppleties spelen een belangrijke rol in het moderne kustbeleid. De hoeveelheid zand, de suppletielocatie en het tijdstip van suppleren worden gebaseerd op actuele kennis van het kustsysteem. Rijkswaterstaat deelt de kennis die ze opdoet over suppleties en het zandige kustsysteem graag met collega's bij andere organisaties en met de geïnteresseerden.

De producten die kennis opleveren over het zandige kustsysteem en de ingrepen hierin vanuit het onderhoudsprogramma kustlijnzorg worden in opdracht van Rijkswaterstaat gemaakt door Deltares (een overzicht van deze producten is te vinden op de site van Deltares). Verder vindt u hieronder flyers, samenvattingen van verschillende onderzoeken die de laatste jaren zijn uitgevoerd.

Effecten van specifieke suppleties

Specifieke kustontwikkelingen

Algemene inzichten

Effecten op natuur

De wetenschappelijk rapporten kunnen worden opgevraagd via de Helpdesk Water.