Zettingen, klink en horizontale verplaatsingen - Ontwerpberekeningen

Aanbevolen wordt de zettingen te berekenen met de gecombineerde formule van Ter­ zaghi en Buisman-Koppejan (par. 8.3.2). De benodigde parameters CP en Cs kunnen uit samendrukkingsproeven warden bepaald (par. 9.6.4).

Op basis van de zettingsformule van Terzaghi zijn er methoden gezocht om uit terrein­ onderzoek schattingen te maken voor de samendrukkingscoefficient C, bijvoorbeeld op basis van het volumegewicht, of op basis van de conusweerstand bij sonderingen. Deze methoden leveren in het algemeen aanzienlijk minder betrouwbare resultaten op dan de samendrukkingsproefin het laboratorium. Ze dienen daarom alleen gebruikt te warden om schattingen van de zetting te maken tussen locaties waar de zetting oak uit samendrukkingsproeven is bepaald.

Als in de ondergrond geen dikke, slecht doorlatende en samendrukbare klei- en veen­ pakketten voorkomen, zal een groat gedeelte van de zetting al optreden tijdens de uit­ voering van het werk.

Het is daarom van belang al tijdens het aanbrengen van de ophoging de zetting met zak­ baken te volgen.

Niet alleen ter plaatse van ophogingen kunnen zettingen optreden. Door spreiding van de belasting kunnen ze oak voorkomen in de zones grenzend aan de ophogingen. Dit kan vooral van belang zijn in de onmiddellijke nabijheid van bebouwing.

Op basis van de elasticiteitstheorie voor grand is een rekenkundige benadering van de belastingspreiding mogelijk (zie b.v. lit. 33). Een aantal gevallen van twee-dimensiona­ le verticale belastingspreiding onder ophogingen is te vinden in bijlage 14.

Door het plastisch gedrag van grand kunnen de belastingspreiding en de daarbij beho­

rende vervormingen echter aanzienlijk afwijken van die op basis van de elasticiteits­ theorie.

De te verwachten klink van vers aangebrachte grand is slechts bij benadering te bepa­ len. Voor de klink van klei wordt op basis van ervaring bij een zorgvuldige uitvoering en verdichting we! een waarde van 10% van de ophoging aangehouden. Voor de klink van zandophogingen wordt dikwijls een waarde van 5% gehanteerd.

Met name in de zones direct langs de dijken kunnen behalve de verticale verplaatsingen door zettingen, oak horizontale verplaatsingen optreden. Inzicht hierin is vooral van be­ lang in relatie tot paalfunderingen onder aangrenzende bebouwing.

118

Geringe grondverplaatsingen kunnen door,de relatiefgrote stijfheid van de palen tot grote horizontale belastingen op de palen leiden, en de fundering mogelijk beschadigen.

Een goede berekening van de horizontale verplaatsingen is niet eenvoudig, gezien het gecompliceerde spannings-vervormingsgedrag van grond.

Uitgaande van een min of meer geschematiseerde spannings-vervormingsrelatie is op basis van eindige-elementenmethoden een redelijk goede benadering mogelijk.

Als horizontale vervormingen onaanvaardbaar zijn - bijvoorbeeld ter bescherming van een waardevol pand - dan is er eigenlijk maar een oplossing: een zeer stijve, plaatsvaste constructie in de grond tussen de dijk en het te beschen:!!.en object. Praktisch is zo'n oplossing weinig aantrekkelij k, gelet op de kosten en de uitvoeringsproblemen. Beter is het, voldoende afstand te houden door bet trace van de dijk te verleggen, en zo het pro­ bleem te voorkomen. Constructies van geringe omvang, zoals korte damwanden en per­ ronmuurtjes, bebben geen effect: zij bewegen eenvoudig met de grond mee.

  • Dijk/Dam
  • Algemeen
  • Vervormingen
  • 0 | Beschrijving
  • tekst

Bron

Leidraad voor het ontwerpen van rivierdijken Deel I - Bovenrivierengebied (L1)

Hoofdstuk
Ontwerpberekeningen
Auteur
Cirkel R.J.
Opdrachtgever
Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen
Verschijningsdatum
September 1985
PDF

Over versie 1.0: 29 juni 2018

Tekst is letterlijk overgenomen uit brondocument.