Hydraulische belastingen

Op het gebied van hydraulische belastingen zijn er verschillende aanpassingen die invloed hebben op het gebruik van het instrumentarium. Op deze pagina wordt beschreven welke.

Relevante aanpassingen

Voor de bepaling van hydraulische belastingen zijn diverse aanpassingen relevant:

Bepalen ontwerpbelastingen met Riskeer

De belangrijkste verandering is het toevoegen van de mogelijkheid in Riskeer om berekeningen (hydraulische belastingen, maar ook sterkte) met andere klimaatscenario’s en/of zichtjaren. Riskeer heeft voor het berekenen van ontwerpbelastingen vier bestanden nodig:

  • HRD bestand (met fysische informatie, waterstanden en golven)
  • HLCD bestand (met statistische informatie)
  • Config bestand (met rekeninstellingen)
  • Preprocessor sluitregime database (alleen voor ontwerpen in het Benedenrivierengebied van belang)

In de databases voor het ontwerpen die in deze release ter beschikking worden gesteld zijn de gekozen klimaatscenario’s en zichtjaren (gelijk aan de keuzes in Hydra-NL) volgens KNIMI 2006, G en W+ voor 2050 en 2100. Voor het afleiden van gegevens bij andere zichtjaren en andere klimaatscenario’s dan de meegeleverde HLCD databases en Preprocessor sluitregime databases is programmatuur beschikbaar gesteld op GITHUB. Het is verstandig deze programmatuur te gebruiken zeker bij zichtjaren na 2100 maar ook voor zichtjaren zoals 2075. Door vooraf deze bestanden te maken hoeft later niet tussen twee riskeer uitkomsten te worden geïnterpoleerd en zijn deze uitkomsten ook nauwkeuriger (ze passen beter bij de fysische processen in het watersysteem).

Veranderingen statistiek bij ontwerpen

De nieuwe database van de Maas voor het ontwerpproces bevat aangepaste statistiek. De effecten van overstromingen in Wallonië zijn daarin verwerkt, waarmee de handmatige afslag van 10cm voor overstromen in Wallonie na de berekeningen volgens OI2014 versie 4 en volgens het Maaskader van DGWB niet meer dient te worden gebruikt.

Bij de Rijntakken en de Benedenrivieren is het verschil in Rijnstatistiek gelijk getrokken met de uitgangspunten die bij het WBI2017 worden gehanteerd. Dit betekent dat er kleine verschillen kunnen optreden ten opzichte van resultaten die verkregen worden met Hydra-NL (versie 2.7).

De databases die nu ter beschikking worden gesteld voor ontwerpen, bevatten in de trajecten langs de Nederrijn (vanaf Arnhem) en Lek een afgetopte Rijnstatistiek (op 16 000 m3/s). Dit is volgens de keuze “Lek ontzien”. Op de Rijntakken en de Rijndominante delen van de Benedenrivieren wordt de afvoer afgetopt op 18 000 m3/s. In de databases voor het beoordelen (WBI2017) is er geen aftopping van de statistiek toegepast. Dit kan dus lokaal tot verschillen leiden in Hydraulische Belastingen voor de beoordeling en het ontwerp. Het is verstandig tijdens het ontwerpproces dit inzicht in beeld te brengen.

Veranderingen van de fysica

Voor de in mei 2018 beschikbaar gestelde databases met fysische informatie is er slechts één database veranderd (WBI2017_Markermeer_8-2_8-3, de database bij Flevoland voor traject 8-2 en traject 8-3a langs de Oostvaardersdijk). Deze database is behalve voor ontwerpen ook bruikbaar voor beoordelen.

Voor trajecten 13-4 en 16-4 waren voorheen per abuis twee databases beschikbaar gesteld:

  1. Voor traject 16-4: één voor het Bovenrivierengebied en één voor het Benedenrivierengebied. De database voor het bovenrivierengebied is nu de enige database die beschikbaar blijft. Deze keuze volgt op een kwaliteitscontrole van beide databases.
  2. Voor traject 13-4 is geadviseerd om alleen de Waddenzeedatabase te gebruiken. De Noordzeedatabase 13-4 komt te vervallen.

Daarnaast zijn enkele databases voor het ontwerpen omgezet van het mdb bestandsformat naar SQLite (het format dat vereist is voor het uitvoeren van berekeningen met Riskeer). Inhoudelijk zijn de gegevens niet aangepast. Daarmee verschillen deze databases voor ontwerpen van de databases voor deze gebieden die als onderdeel van het WBI2017 ter beschikking zijn gesteld. Voor de Maas zijn er onder andere en aantal ruimtelijke maatregelen opgenomen in de database die in het BO-MIRT worden verkend (HOB-Fase 1 database) en die een plausibele toekomst weergeven waar ontwerpers rekening mee kunnen houden. In de Rijntakken database wordt een beleidsmatig voorgeschreven afvoerverdeling toegepast, de zgn. PKB Ruimte voor de Rivier afvoerverdeling. Deze is anders dan die voor WBI2017. Deze afvoerverdeling is vast voor alle relevante zichtjaren voor ontwerpen. De verschillen in de databases fysica voor ontwerpen zijn conform het OI2014_v4 en het Maaskader. Hiermee is het mogelijk gemaakt om Riskeer te gebruiken tijdens het maken van een dijkontwerp.