Beoordelen met WBI is nog pionieren: uitproberen, bijsturen en nieuwe kennis opdoen

Als een van de eerste waterkeringbeheerders heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), samen met adviseurs van HKV en Tauw, gewerkt met het nieuwe WBI. Gezamenlijk zijn ze in het diepe gesprongen. Een leerzame ervaring volgens Peter van der Vliet van HHNK en Marit Zethof van HKV.

HHNK heeft er bewust voor gekozen om direct na de oplevering van het WBI 2017, eind januari dit jaar, met het beoordelingsinstrumentarium aan de slag te gaan. Dat was een bewuste keuze. Het hoogheemraadschap wil namelijk ervaring opdoen met het nieuwe instrumentarium, zoveel mogelijk kennis opdoen en snel helder krijgen hoeveel tijd de verschillende stappen van het WBI vragen om voor de komende jaren tot een goede planning en beoordelingsstrategie te komen. Verder wil HHNK leren hoe het de uitkomsten van de beoordeling moet interpreteren en welke gevolgen inhoudelijke keuzen hebben op deze uitkomsten, zodat het waar mogelijk kan bijsturen. Kortom, zich al lerend ontwikkelen en zo landelijk een bijdrage leveren aan het verbeteren van het beoordelingssysteem.

Doorzettingsvermogen

Voor de eerste beoordeling hebben de beoordelaars van het hoogheemraadschap intensief samengewerkt met het projectteam van de HWBP-dijkversterking Balgzanddijk-Amsteldiepdijk. “Beide zeedijken hadden we in de derde verlengde toetsronde in 2011 al beoordeeld”, vertelt Van der Vliet. “Toen hadden we ze afgekeurd omdat de bekleding op diverse plekken niet sterk genoeg bleek. De dijken vallen onder het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Door ze nog eens met het WBI 2017 te beoordelen, wilden we onder andere nagaan of de nieuwe beoordelingsmethodiek tot vergelijkbare uitkomsten leidt als in 2011.”

Het opnieuw beoordelen van de twee stukken zeedijk was pionieren voor HHNK, omdat het hoogheemraadschap als een van de eerste waterkeringbeheerders aan de slag ging met het nieuwe, nog niet volledig uitgekristalliseerde WBI. Dat vroeg om lef, creativiteit en vooral doorzettingsvermogen. Het projectteam heeft er veel energie in gestoken en ervoor gekozen om de beoordeling samen met externe adviseurs uit te voeren.

Inhoudelijke keuzen

Van der Vliet: “Het nieuwe instrumentarium verschilt op allerlei punten van eerdere instrumentaria. Je moet als beoordelaar opnieuw ontdekken wat de meest handige aanpak is. Dat betekent dat je heel veel inhoudelijke keuzen moet maken. Hoe beoordeel je bijvoorbeeld de kwaliteit van de grasmat op de dijk en op welke manier kun je de ondergrond het beste schematiseren? Wij vonden het prettig en uiterst zinvol dat we over deze keuzes konden overleggen met de adviseurs van HKV en Tauw. Samen op zoek, uitproberen en zo nodig bijsturen!”

Marit Zethof, projectleider bij HKV, is het met Van der Vliet eens: “De wijze van beoordelen is met het WBI 2017 echt anders. Daarom is het van belang om samen te werken en met elkaar na te denken welke uitgangspunten je hanteert bij de beoordeling en welke aanpak je volgt. Welke gegevens gebruik je? Hoe neem je de kennis en ervaring vanuit onderhoud, inspecties en vergunningverlening mee? En met welke modellen schematiseer je? Na overleg hebben we bijvoorbeeld bij het beoordelen van de binnen- en buitenwaartse macrostabiliteit D-Geo Stability gebruikt. Niet alleen omdat de tot dan toe beschikbare opties in de Waternet Creator van de basismodule Macrostabiliteit niet goed aansloten bij de te beoordelen dijken, maar ook omdat de basismodule nog niet gebruikt kan worden voor buitenwaartse stabiliteit. Door met één stabiliteitsmodel te werken wilden we mogelijke effecten van modelverschillen op de uitkomsten uitsluiten. Door over dit soort keuzen met elkaar te overleggen, maar ook met het WBI-team en de ILT, kun je veel van elkaar leren. Daarnaast hebben we samen de verschillen tussen D-Geo Stability en de basismodule Macrostabiliteit in kaart gebracht. Dat was ook zeer nuttig en leerzaam.”

Arbeidsintensief

“We hebben ook ervaren dat beoordelen met het WBI 2017 geen standaardwerk is en specialistische kennis vereist”, aldus Zethof. “Ook kost het nog veel tijd, omdat het instrumentarium nieuw is en je samen met de opdrachtgever extra aandacht wilt schenken aan het begrijpen van de uitkomsten. Verder is het instrumentarium nog niet voor alle onderdelen even gebruiksvriendelijk. Het bestaat feitelijk uit meerdere losse applicaties en voor elke applicatie moet je nog apart, veelal handmatig, gegevens invoeren. Dat maakt de gegevensinvoer arbeidsintensief en vereist oplettendheid van de invoerder om fouten te voorkomen. HHNK had vooraf al heel veel gegevens verzameld, maar pas tijdens de uitvoering ontdek je wat nog ontbreekt en welke gegevens extra nodig zijn om tot goede uitkomsten te komen. Het is goed om daar in je planning rekening mee te houden. Verder moet je steeds bedenken hoe je stappen het beste kunt doorlopen en beseffen dat beoordelen een iteratief proces is.”

Samen oplossingen zoeken

Zethof vervolgt: “Doordat het instrumentarium fonkelnieuw is en wij een van de eersten zijn die ermee werken, zijn we diverse keren tegen onduidelijkheden aangelopen. We hebben dan ook samen met HHNK de nodige vragen gesteld aan de Helpdesk Water. Natuurlijk was het soms vervelend dat we moesten wachten op een antwoord voordat we door konden, maar ik denk wel dat dit de manier is om tot een goed werkend instrumentarium te komen: tijdig aan de bel trekken en vervolgens samen naar oplossingen zoeken. Samen met HHNK doen wij dat onder andere omdat sommige resultaten van de beoordeling ons erg verrassen. Zo lijken de beoordeelde dijken nu op grote delen niet te voldoen voor het faalmechanisme binnenwaartse macrostabiliteit, terwijl dat niet uit de vorige toetsronde kwam. Daarom willen we de komende tijd met experts en ontwikkelaars overleggen wat de verklaring kan zijn voor deze uitkomst. Hebben wij de juiste gegevens gebruikt? Hebben we realistische aannames gedaan en goede schematisaties gemaakt? Komt het door de vele veranderingen of moet het instrumentarium worden aangepast?”