Unie houdt vinger aan de pols

Een van de partijen die nauw betrokken zijn bij de huidige beoordelingsronde, is de Unie van Waterschappen (UvW). Namens de waterschappen volgt de Unie de voortgang, stimuleert ze de onderlinge afstemming en samenwerking en doet ze aanbevelingen richting het rijk. De nadruk ligt daarbij op beleidsmatige en bestuurlijke zaken volgens Eric Gloudemans van de UvW.

“Als Unie nemen we al geruime tijd deel aan het zogeheten afstemmingsoverleg”, vertelt Gloudemans. “In dat overleg bespreken we samen met DGRW, Rijkswaterstaat, de ILT en het HWBP de voortgang van het beoordelingsproces en de doelen die we aan het einde van de eerste beoordelingsronde willen bereiken. Daarbij laten wij ons ‘voeden‘ door onze achterban, de waterschappen.”

Realistisch

“Onze insteek is dat we de eerste beoordelingsronde vooral doelmatig willen houden. Zorg dat we in 2023 weten welke waterkeringen het meest urgent moeten worden aangepakt en houd het perspectief voor ogen dat we uiteindelijk in 2050 alle waterkeringen op orde willen hebben. Ook pleiten we ervoor om realistisch te blijven. Immers, het is de eerste keer dat beheerders volgens een vrijwel compleet nieuwe aanpak de veiligheid van hun keringen moeten beoordelen. Trek dus samen op, houd elkaars hand vast en wissel leerervaringen uit!”

“Als Unie onderhouden we ook intensief contact met het Kennis- en kundeplatform. We praten met elkaar over de voortgang, waarbij het platform zich vooral richt op de inhoud, terwijl wij meer naar de beleidsmatige en bestuurlijke aspecten kijken. Verder werken we samen met het platform aan de jaarlijkse voortgangsrapportage en de geplande tussenevaluaties van de beoordeling.”

Complex

“Terugkijkend op de afgelopen elf maanden, constateren we dat het WBI nog niet helemaal voldragen en af is. We zien dat de meeste beheerders aan de slag zijn met het nieuwe instrumentarium en er inmiddels circa tien beoordelingen zijn uitgevoerd. Tot nu toe horen we van de waterschappen wel dat ze het beoordelen complex vinden en dat ze er aanmerkelijk meer tijd aan kwijt zijn dan ze vooraf hadden ingeschat. Tegelijkertijd zien we dat het WBI-team hard werkt om het instrumentarium en de toepasbaarheid ervan te verbeteren en de rekensnelheden te verhogen.”