Werken met het WBI

Hoe gaat het beoordelen in de praktijk? Kunnen beheerders uit de voeten met het beoordelingsinstrumentarium. En welke verbeteringen zien ze graag? We vroegen dit onder andere aan Petra Goessen van het Kennis- en kundeplatform.

“Vrijwel alle waterkeringbeheerders zijn inmiddels met de beoordeling bezig”, vertelt Goessen, “en de meesten kunnen redelijk goed overweg met het instrumentarium. Wel zit er nog een aantal rare dingen in de software en de handleidingen. Bovendien kost het beoordelen meer tijd dan gedacht. Dat geldt onder meer voor het berekenen van de hydraulische belastingen. Verder is onduidelijk waarom probabilistisch rekenen lang niet altijd tot een scherper oordeel leidt. Ook valt het op dat het beoordelen van de geotechnische toetssporen macrostabiliteit en piping nog geregeld problemen oplevert.”

Vrijheidsgraden

Goessens collega Jordy Kames van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier beaamt dat: “Eind vorig jaar zijn we gestart met het beoordelen van de macrostabiliteit van de Wieringermeerdijk. Daarvoor maken we geen gebruik van RisKeer, maar passen we nog steeds D-Geo Stability toe. De reden is niet alleen dat we buitenwaartse stabiliteit niet kunnen schematiseren met RisKeer. We missen in RisKeer ook nog de vrijheidsgraden die een stand-alone model als D-Geo Stability biedt. Zo kunnen we met scripts de invoerbestanden voor D-Geo Stability snel en adequaat veranderen om de gevoeligheid van bijvoorbeeld sterkteparameters te bepalen. Met RisKeer kan dat op dit moment nog niet. Gelukkig wordt er hard gewerkt om dit te veranderen.”

Peilbuizen

Ook het beoordelen van de pipinggevoeligheid van waterkeringen gaat volgens Kees Jan Leuvenink van waterschap Aa en Maas nog niet helemaal naar wens: “We hebben inmiddels de Maasdijk tussen Cuijk en Ravenstein op piping beoordeeld. De uitkomsten zijn in absolute zin slechter dan we hadden verwacht, maar passen bij het beeld dat we hadden op basis van VNK2 en waarnemingen tijdens hoogwater. Natuurlijk, er is het nodige veranderd. De norm is nu strenger en het model van Sellmeijer en de manier waarop we de ondergrond schematiseren zijn aangepast. Toch vinden we de berekende faalkansen erg hoog en van andere beheerders hoor ik vergelijkbare reacties. Om een beter beeld van het pipingprobleem te krijgen, hebben we inmiddels peilbuizen aangebracht. Daarmee willen we tijdens een hoogwaterperiode de waterdrukken meten en vervolgens met geavanceerdere grondwatermodellen het risico op piping scherper bepalen.”

Positief

Hoewel het beoordelen op enkele onderdelen nog niet helemaal soepel verloopt, kijkt Goessen hoopvol naar de toekomst. “Als beheerders trekken we voortdurend aan de bel bij het WBI-team. We stellen vragen via de Helpdesk Water en geven aan tegen welke knelpunten we aanlopen. Ik vind het erg positief dat het WBI-team al ons commentaar serieus oppakt. Natuurlijk zouden we het liefste zien dat alles gelijk wordt opgelost, maar dat dit niet kan snappen we goed.”

Lef

Goessen vervolgt: “Misschien moeten we als beheerders soms ook wat meer lef tonen. Als we vinden dat de software nog onvoldoende biedt wat we willen, hoeven we niet een gedetailleerde toets uit te voeren. We kunnen er dan ook voor kiezen om direct een Toets op maat te doen. Bijvoorbeeld omdat we veel ervaringskennis hebben, een kering frequent inspecteren en we ons oordeel goed kunnen onderbouwen.