Gebruiker centraal bij doorontwikkeling instrumentarium

Kennisontwikkeling is een continu proces. Terwijl de meeste beheerders nog moeten wennen aan het WBI2017, wordt al nagedacht over een vervolg op dit instrumentarium. Merijn Bas van het directoraat-generaal Water en Bodem (DGWB) en Alex Roos van Rijkswaterstaat WVL vertellen over de nog prille plannen voor de periode tot 2023.

“Dit jaar ronden we de ontwikkeling van het WBI2017 af”, vertelt Bas. “Er komt nog een nieuwe release van RisKeer in november 2018 en daarna richten we ons alleen nog op de ondersteuning van het beoordelingsproces. Ondertussen starten we met de doorontwikkeling van het bestaande instrumentarium. Daarbij streven we ernaar dat er voor het beoordelen en ontwerpen van waterkeringen één instrumentarium komt.“

Eenduidige uitgangspunten

Roos licht toe: “Als je nu met het ontwerpinstrumentarium een dijkverbetering ontwerpt, is het natuurlijk belangrijk dat het ontwerp ook voldoet als je het gaat beoordelen met het beoordelingsinstrumentarium. Met de ontwikkeling van één instrumentarium – met eenduidige uitgangspunten voor beoordelen én ontwerpen – willen we dat in de toekomst nog beter borgen.”

“Op dit moment werken we hard aan visievorming”, vervolgt Bas. “Daarvoor overleggen we onder meer met de Coördinatiegroep, het Kennisplatform Risicobenadering, de Werkgroep Programmeren Ontwerp Instrumenten en het Directeurenoverleg Kennis en Instrumentarium. We hopen dat de visie eind mei gereed is. Vervolgens ontwikkelen we een plan van aanpak zodat we in 2019 goed aan de slag kunnen.”

Zinvol en prettig

Hoewel de visie nog in de steigers staat, zijn de grote lijnen volgens Bas en Roos al behoorlijk duidelijk. Bas: “In ieder geval willen we de gebruikers vanaf het begin intensief betrekken bij de verdere ontwikkeling van het instrumentarium. Ik zie dan ook een grote rol weggelegd voor het Kennis- en Kundeplatform. Sinds een aantal jaren trekken we intensief met elkaar op en dat vind ik erg zinvol en prettig. Ik hoop dan ook dat deze samenwerking door blijft gaan en dat het platform zich op termijn ook met het ontwerpproces gaat bezighouden.”

Roos vult aan: “Daarnaast zijn we van plan om het project anders te gaan aansturen. We willen nu nog niet volledig vastleggen wat we in 2023 gaan opleveren, maar veel meer uitgaan van een stapsgewijs proces. Dat biedt ons meer ruimte om ontwikkelingen tijdens de rit bij te sturen. Na elke stap willen we bijvoorbeeld samen met gebruikers testen of het ontwikkelde concept doet wat het moet doen en toepasbaar is en vervolgens bepalen hoe we verder gaan.”

Amerikaanse aanpak

“Ook willen iets gaan doen met de zogeheten Amerikaanse aanpak, waarmee we vorig jaar hebben kennisgemaakt in een samenwerkingsproject met onder andere het US Army Corps of Engineers. Bij deze aanpak geef je met een soort ‘gebeurtenissenboom' aan wat er gebeurt vanaf het eerste begin van falen tot en met het daadwerkelijk bezwijken van een kering. We denken dat dit een goede aanvulling is op onze aanpak, die sterk modelgedreven is.”

Roos vervolgt: “Over andere onderwerpen zijn we nog in discussie. Voor welke toetssporen is het bijvoorbeeld zinvol om probabilistische toetsen te ontwikkelen? Gaan we ons vooral richten op het verbeteren van de software of juist op betere procesregels? Op welke faalmechanismen concentreren we ons met onze kennisontwikkeling? En hoe gaan we bij de beoordeling om met nieuw ontwikkelde kennis? Bouwen we die zo snel mogelijk in in het instrumentarium, of stellen we nieuwe kennis eerst beschikbaar voor de ‘Toets op maat’ zodat we er ervaring mee kunnen opdoen?”

Merijn Bas studeerde aardwetenschappen aan de VU in Amsterdam. Ze is beleidsmedewerker Waterveiligheid bij het directoraat-generaal Water en Bodem en trekker van het programma Basisinstrumentarium.

Alex Roos is projectmanager Basisinstrumentarium bij Rijkswaterstaat. De afgelopen jaren werkte hij bij hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als technisch manager en ontwerpleider Innovaties aan het dijkversterkingsproject Markermeerdijken. Roos is opgeleid aan de VU Amsterdam.