Waterbodemimmissietoets

Sinds 2011 is het Handboek Immissietoets (vernieuwd in 2016) van kracht voor zowel het Rijk als de Waterschappen. Het Handboek is een BBT document waaraan vergunningaanvragen van van (in)directe lozingen op het oppervlaktewater van zowel de rijkswateren als de regionale wateren moeten worden getoetst en geeft de uitgangspunten weer waar zowel een initiatiefnemer als het Bevoegd gezag aan gehouden is. De paragraaf waterbodemimmissietoets van het Handboek Immissietoets gaat over potentiële lozingen vanuit de waterbodem die als gevolg van een vergunningplichtige ingreep in het watersysteem wordt blootgelegd. Het gaat hierbij niet om het beoordelen van effecten van het toepassen of verspreiden van grond of bagger in oppervlaktewateren, hiervoor is het Besluit Bodemkwaliteit het wettelijke kader. In de Waterbodemimmissietoets wordt getoetst of de waterkwaliteit als gevolg van de (potentiële) lozing vanuit de waterbodem voldoet aan het geen achteruitgangsprincipe van de Kaderrichtlijn Water.

De waterbodemimmissietoets start met het toetsen aan twee criteria:

  1. heeft de waterbodem na ingreep een kwaliteit welke gemiddeld boven de interventiewaarde is?
  2. Is de waterbodemkwaliteit na ingreep slechter dan voorheen.
De uitkomst van de waterbodemimmissietoets wordt opgenomen in een projectplan dan wel watervergunning en zal door Bevoegd Gezag beoordeeld dienen te worden.
Rijkswaterstaat heeft een tool ontwikkeld waarmee de waterbodemimmissietoets uitgevoerd kan worden voor zowel Rijkswateren en regionale wateren.