Rol initiatiefnemer in de besluitvormingsfase

De minister van VROM stelt de structuurvisie vast, zo nodig in overeenstemming met de andere ministers wie het beleid aangaat. De minister stuurt een voorgenomen structuurvisie aan de Eerste en Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer niet binnen vier weken besluit tot openbare behandeling, kan de minister de structuurvisie vaststellen. Maar de uitvoering mag niet eerder starten dan acht weken nadat de structuurvisie aan de Kamers is toegezonden. Als één van de Kamers in deze acht weken om openbare beraadslaging vraagt, schort dit de verwezenlijking van de structuurvisie op. Die opschorting duurt zes maanden, gerekend vanaf het moment dat de structuurvisie naar de Kamers is gestuurd. Of eerder, als de beraadslagingen zijn afgelopen. De minister meldt de Kamers schriftelijk welke conclusies hij of zij aan de beraadslagingen verbindt.

De structuurvisie moet volgens het Besluit ruimtelijke ordening aangegeven hoe de burgers, andere overheden en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding en besluitvorming zijn betrokken (de verantwoordingsplicht).