Wat is een rijksstructuurvisie?

Een rijksstructuurvisie is een strategisch beleidsdocument over de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in Nederland. Het geeft aan waar welke functies wenselijk zijn en waar niet. In deze visie gaat het dus om de grote lijnen van de landelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Naast rijksstructuurvisies bestaan structuurvisies van provincies en gemeenten. De structuurvisie kan ook betrekking hebben op bepaalde aspecten van het ruimtelijk beleid, zoals het water. Het ligt voor de hand dat het rijk de waterbeheerders betrekt bij het opstellen van rijksstructuurvisies.

Waterbeleid vastleggen op landelijk niveau
Op landelijk niveau kan het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) waterbeleid vastleggen in het Nationaal Waterplan (artikel 4.1 van de Waterwet) en in structuurvisies (artikel 2.3 Wro). Het ministerie van Infrastructuur en Milieu werkt daarbij samen met andere departementen als dat voor het onderwerp van de structuurvisie relevant is. De ruimtelijke onderdelen van het Nationaal Waterplan gelden tevens als structuurvisie volgens de Wro.

Alleen juridisch bindend voor het rijk
Het rijk legt in structuurvisies vast hoe zij de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland richting wil geven. De minister van Infrastructuur en Milieu stelt de ruimelijke structuurvisies vast. Als beleid van andere departementen erbij betrokken zijn, gebeurt dat in overeenstemming met de andere ministers die het aangaat. De Wet ruimtelijke ordening schrijft niet voor hoe een structuurvisie er uit moet zien. De opsteller is vrij om een vorm te kiezen die het beste past bij de ruimtelijke opgaven, de werkwijzen en de politieke en bestuurlijke cultuur. Structuurvisies gelden beleidsmatig en juridisch niet voor andere overheden. Een rijksstructuurvisie bindt alleen het rijk zelf. Om doorwerking naar andere overheden te krijgen, moet het rijk de onderwerpen van nationaal belang in een Algemene maatregel van bestuur opnemen. Tegen een vastgestelde structuurvisie is geen beroep mogelijk.

Andere wetgeving
Ook de procedure voor het opstellen en vaststellen bepaalt het rijk zelf, tenzij andere wetgeving of bestuursakkoorden een bepaald traject voorschrijven. Dit kunnen bijvoorbeeld de wettelijke bepalingen voor de milieueffectrapportage zijn, de watertoetsprocedure volgens het Nationaal Bestuursakkoord Water, of de eisen van zorgvuldig bestuur volgens de Algemene wet bestuursrecht. In het Nationaal Bestuursakkoord Water (2008) is afgesproken om het watertoetsproces te volgen bij elk ruimtelijk plan met waterhuishoudkundige gevolgen. In het Rijkswaterplan 2008 en bestuurlijke notitie watertoets 2009 is dit nogmaals onderstreept.

Bekendmaken van structuurvisie
Als een structuurvisie ruimtelijke ontwikkelingen bevat, wat vrijwel altijd het geval zal zijn, moet het rijk volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bekend maken dat zij een structuurvisie voorbereidt. Maar deze verplichting geldt niet als er een milieueffectrapport moet komen; dan kan de kennisgeving in dat kader plaatsvinden. Wanneer een structuurvisie m.e.r.-plichtige ontwikkelingen in het vooruitzicht stelt, dan moet er een ‘plan-m.e.r.’ komen. Dat geldt ook als er een ‘passende beoordeling’ volgens de Natuurbeschermingswet nodig is.

Inspraakprocedure
Het rijk is vrij in het kiezen van de inspraakprocedure, maar is daarbij gebonden aan artikel 3.12 van de Algemene wet bestuursrecht. Bij de bekendmaking dat er een structuurvisie gaat komen, moet het rijk vermelden of, waar en wanneer zij stukken ter inzage legt. Ook moet het rijk duidelijk maken of de mogelijkheid bestaan om zienswijzen in te dienen en met welke termijnen, en of zij advies vraagt aan een onafhankelijke instantie.

Water als integraal onderdeel van de ruimtelijke planning
Om water integraal onderdeel te laten uitmaken van de ruimtelijke planning, is het nodig de ruimtelijke gevolgen van de wateropgaven in ruimtelijke plannen op te nemen. De Waterwet (2009) koppelt het planstelsel en de instrumenten van de Wro. Dit wil zeggen dat de waterplannen op nationaal niveau ook ruimtelijke plannen (structuurvisies) zijn op basis van de Wet ruimtelijke ordening.

Waterbelangen
Het Rijk kan in de structuurvisie bepaalde zaken aangeven als ‘ontwikkelingen van nationaal belang’, bijvoorbeeld vanwege de aard, de omvang of de gevoeligheid ervan. Denk hierbij ook aan de waterbelangen. Als dit belang is aangegeven, kan het rijk aan een gemeente, voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, aanwijzingen geven. Dat kan in het vooroverleg, in een Algemene maatregel van bestuur (AMvB) of in de vorm van een concrete aanwijzing. Achteraf kan het rijk ingrijpen in een bestemmingsplan van een gemeente door:

  • het indienen van een zienswijze en eventueel beroep bij de Raad van State
  • het geven van een aanwijzing aan de gemeente om het bestemmingsplan op onderdelen opnieuw en gewijzigd vast te stellen
  • het zelf opstellen van een rijksinpassingsplan dat gelijk is aan een bestemmingsplan
  • het nemen van een rijksprojectbesluit

Vorm van structuurvisie vrij
De Wro laat de vorm van een structuurvisie vrij. Het is goed gebruik dat overheden elkaar informeren over voorgenomen besluiten. Een rijksstructuurvisie zal in overleg en samenspraak met de verschillende bestuurslagen, overheidsorganen, maatschappelijke organisaties en burgers tot stand komen. Globaal zal zij er een voorbereidingsfase (besluit om een structuurvisie op te stellen) zijn, een ontwikkel- en adviesfase en een besluitvormingsfase.