Rol waterbeheerder in ontwikkel- en adviesfase

In de fase van het ontwikkelen en uitwerken van de structuurvisie heeft de waterbeheerder de rol om de waterhuishoudkundige doelen, uitgangspunten en eisen te vertalen naar ruimtelijke ontwerpcriteria en principes. Hierbij kan hij onder meer gebruikmaken van de deelstroomgebiedsvisies, stroomgebiedbeheerplannen (KRW), waterkansenkaarten en andere watervisies. Belangrijk voor de ontwerpcriteria is het formuleren van wateropgaven op het schaalniveau en het abstractieniveau van het provinciaal structuurvisie, dat anders is dan de zeer concrete criteria voor de ruimtelijk beslissingen in bestemmingsplannen. Dit vraagt een gedegen voorbereiding van de waterbeheerder om het eigen beleid op dit schaalniveau paraat te hebben. Hij moet kunnen meedenken, meepraten en mee-ontwerpen met de ruimtelijke ordenaars die gebiedsvisies opstellen en ruimtelijke plannen maken op dit schaalniveau. Zie bijvoorbeeld Randstad in Zicht voor de vertaling van waterdoelen naar kaartbeelden.

Er bestaat geen wettelijke verplichting om voor een provinciale structuurvisie een wateradvies te vragen. Maar de afspraak in het Nationaal Bestuursakkoord Water geldt wel: een watertoetsproces volgen bij alle ruimtelijke plannen die gevolgen hebben voor de waterhuishouding. Het past in de werkwijze bij een structuurvisie dat de waterbeheerder samen met de provincie een waterparagraaf opstelt in de vorm van een groeidocument, dat in de uiteindelijke structuurvisie terecht komt. Ook de wateradviezen bij de streekplannen die tot 1 juli 2008 onder de toenmalige WRO werden gemaakt, kwamen op zo’n manier tot stand.