Wat is een provinciale structuurvisie?

Een provinciale structuurvisie is een strategisch beleidsdocument over de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in de provincie. Provincies moeten voor het gehele gebied één of meer structuurvisies opstellen. Het geeft aan waar welke functies wenselijk zijn en waar niet. In deze visie gaat het dus om de keuze van locaties voor ruimtelijke ontwikkelingen. Provincies kunnen ook structuurvisies maken voor een regio. Een structuurvisie kan bovendien betrekking hebben op bepaalde sectorale aspecten van het ruimtelijk beleid, zoals het water. Vanwege de omvang van het gebied en het doel van de structuurvisie betrekt dat de provincie volgens afspraak de waterbeheerders bij het opstellen van zo’n structuurvisie.

Vastleggen van waterbeleid
Op regionaal/provinciaal niveau kan de provincie het waterbeleid vastleggen in regionale waterplannen (artikel 5.4 van de Waterwet) en provinciale structuurvisies (artikel 2.1 Wro).
In het nieuwe stelsel van de Waterwet (2009) stelt de provincie waterplannen op. De ruimtelijke onderdelen daarvan gelden tevens als structuurvisie volgens de Wro.

Alleen bindend voor provincie
De provincie legt in structuurvisies vast hoe zij de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied richting wil geven. De Wet ruimtelijke ordening schrijft niet voor hoe een structuurvisie er uit moet zien. De opsteller is vrij om een vorm te kiezen die het beste past bij de ruimtelijke opgaven, de werkwijzen en de politieke en bestuurlijke cultuur. Structuurvisies werken beleidsmatig en juridisch niet vanzelf door naar andere overheden. Voor bindende besluiten in de ruimtelijke ordening zijn bestemmingsplannen bedoeld. Een provinciale structuurvisie bindt alleen de provincie zelf. Om doorwerking naar gemeenten te krijgen, moet de provincie de onderwerpen van provinciaal belang opnemen in een provinciale verordening. Tegen een vastgestelde structuurvisie is geen bezwaar of beroep mogelijk. Het watertoetsproces is geen verplicht onderdeel van de procedure, maar valt wel onder de afspraak in het bestuursakkoord water om het watertoetsproces te doorlopen als een ruimtelijk plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding.

Andere wetgeving
De provincie bepaalt zelf de procedure voor het opstellen en vaststellen van de structuurvisie, tenzij andere wetgeving of bestuursakkoorden een bepaald traject voorschrijven. Dit kunnen bijvoorbeeld de wettelijke bepalingen voor de milieueffectrapportage zijn, de watertoetsprocedure volgens het Nationaal Bestuursakkoord Water, Nationaal Waterplan, of de eisen van zorgvuldig bestuur volgens de Algemene wet bestuursrecht.

Bekendmaken van structuurvisie
Als een structuurvisie ruimtelijke ontwikkelingen bevat, wat vaak het geval zal zijn, moet de provincie volgens van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bekend maken dat zij een structuurvisie voorbereidt. Maar deze verplichting geldt niet als er een milieueffectrapport moet komen; dan kan de kennisgeving in het kader van de m.e.r.-procedure plaatsvinden.

Inspraakverordening
De provincie moet volgens de provinciewet een inspraakverordening hebben. Die regelt dan ook de inspraak bij een structuurvisie. Mocht er geen inspraakverordening bestaan, dan geldt de Algemene wet bestuursrecht.

Water als integraal onderdeel van de ruimtelijke planning
Om water integraal deel te laten uitmaken van de ruimtelijke planning, is het nodig de ruimtelijke gevolgen van de wateropgaven in ruimtelijke plannen op te nemen. De nieuwe Waterwet (2009) legt een koppeling met het planstelsel en de instrumenten van de Wro. Dit wil zeggen dat de waterplannen op provinciaal niveau ook ruimtelijke plannen (structuurvisies) zijn op basis van de Wet ruimtelijke ordening.

In plaats van het streekplan
De structuurvisie komt in plaats van het streekplan van vóór 1 juli 2008. Voor het streekplan golden wel wettelijke procedures en vormeisen. Een provincie kan in de structuurvisie bepaalde zaken aangeven als ‘ontwikkelingen van provinciaal belang’, bijvoorbeeld vanwege deaard, de omvang of de gevoeligheid ervan. Denk hierbij ook aan waterbelangen. Als dit belang is aangegeven, kan de provincie een aanwijzing geven aan een gemeente, voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure. Dat kan in het vooroverleg of in een provinciale verordening. Het kan ook een concrete aanwijzing zijn. Achteraf kan de provincie ingrijpen in een bestemmingsplan van een gemeente door:

  • het indienen van een zienswijze en eventueel beroep bij de Raad van State
  • het geven van een aanwijzing aan de gemeente om het bestemmingsplan op onderdelen opnieuw en gewijzigd vast te stellen
  • het zelf opstellen van een provinciaal inpassingsplan dat gelijk is aan een bestemmingsplan
  • het nemen van een provinciaal projectbesluit.

Vorm van structuurvisie vrij
De Wro laat de vorm van een structuurvisie vrij. Het ligt voor de hand dat provincies bij het opstellen van een provinciale structuurvisie de aanpak volgen die zij gewend waren van de streekplannen van voor 1 juli 2008 . Globaal zal er een voorbereidingsfase (besluit om een structuurvisie op te stellen) zijn, een ontwikkel- en adviesfase en een besluitvormingsfase.


Officiële publicaties