Inrichting landelijk gebied

Op basis van artikel 17 uit de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) behoort het tot de taken van de provincie om voor de inrichting van het landelijk gebied een inrichtingsplan te maken.

Bij het opmaken van een inrichtingsplan moet de provincie het nationale waterplan en het eigen regionale waterplan in acht nemen. Vervolgens wordt in artikel 18 voorgeschreven dat, voordat een ontwerp-inrichtingsplan ter visie wordt gelegd, Gedeputeerde Staten overleg plegen met onder andere de dagelijkse besturen van de waterschappen. Deze kunnen er vervolgens op toezien dat de door hen opgestelde beheerplannen voldoende worden meegenomen in het inrichtingsplan.

De gedachte hierachter is net als bij het watertoetsproces vroegtijdige betrokkenheid en afstemming met de waterbeheerder.