Trajectnota/MER

De initiatiefnemer stelt op basis van de richtlijnen van de Minister een trajectnota/ MER op. De initiatiefnemer onderbouwt in de trajectnota/MER de probleemanalyse en benoemt welke alternatieven en varianten zij verder uitwerkt. Hij beschrijft de milieuaspecten van de bestaande toestand en de autonome ontwikkeling en dot voorstellen voor inpassing van de alternatieven en varianten in de omgeving. Vervolgens bepaalt hij de milieueffecten, ruimtelijke effecten, economische effecten en kosten van een aantal alternatieven en varianten, en vergelijkt die onderling.

De concepttrajectnota/MER wordt vaak eerst besproken met het bevoegd gezag (alleen als initiatiefnemer en bevoegd gezag niet gelijk zijn b.v. bij railinfrastructuur) en met overheden en belangenorganisaties in de regio (waaronder de waterbeheerders). Vervolgens wordt de nota gepubliceerd en vindt inspraak en advisering plaats. Inspraak en advies op de trajectnota/m.e.r. is een standaard (want wettelijk verplicht) onderdeel van de tracé/m.e.r.-procedure.

Watertoets en trajectnota/MER

In deze fase blijven de relevante waterbeheerders betrokken door mee te denken bij het ontwerpen van alternatieven, het onderzoeken van effecten en het bepalen van maatregelen en oplossingen om waterproblemen te voorkomen of compenseren. Over de procedure en de mate en wijze van betrokkenheid van de waterbeheerder wordt een afsprakennotitie opgesteld. Er kan meerdere malen een gedachtewisseling met de waterbeheerder nodig zijn. Dit is zeker aan de orde als in dit proces keuzes gemaakt worden voor het niet verder meenemen van varianten.

De regionale dienst kan de informatie en ideeën van de waterbeheerders meenemen in de trajectnota/MER. Tijdens het moment van (wettelijk verplichte) inspraak en advies geeft de waterbeheerder haar schriftelijk wateradvies op de trajectnota/MER. Dit wateradvies dient bij voorkeur een gezamenlijk advies te zijn van alle betrokken waterbeheerders. Omdat de watertoets een flexibel instrument is kan er ook voor gekozen worden om een “informeel” wateradvies bij het overleg dat vooraf gaat aan het opstellen van de trajectnota/MER te geven. Dit is dan bij voorkeur wel bij de procedurele afspraken zo vastgelegd. In het wateradvies wordt bij voorkeur ook een mening gegeven over de gepresenteerde alternatieven. Op basis van de inspraak en adviesreacties kan besloten worden tot aanvullingen op de trajectnota/MER.

Acties voor de watertoets

  • Procedurele afspraken tussen waterbeheerder en regionale dienst zijn vaak noodzakelijk. Hierin is onder meer vast te leggen hoe (en op welke momenten) de informatieverstrekking zal lopen tussen de betrokken organisaties.
  • Waterbeheerders geven reflectie op de concept trajectnota/MER. Zo ontstaat een duidelijk beeld vanuit de watersector over het initiatief.
  • Waterbeheerders geven hun (gezamenlijke) wateradvies.