Rollen in de watertoets

Initiatiefnemer
Formeel is de Minister van Verkeer en Waterstaat initiatiefnemer van projecten aangaande de hoofdinfrastructuur. In de praktijk zijn deze werkzaamheden gemandateerd aan een regionale dienst van Rijkswaterstaat en is de regionale dienst van Rijkswaterstaat dus initiatiefnemer voor de watertoets. Alleen wanneer er sprake is van spoorinfrastuctuur kan een andere partij zoals een gemeente of private partij een Tracé/m.e.r.-procedure starten.

Waterbeheerder
De Tracéwet en de Wet milieubeheer kennen wettelijk adviseurs. Dat zijn onder meer de VROM Inspectie, regionale dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provincies. De wettelijke adviseurs geven op verschillende momenten in de procedure advies. Wettelijk dient overleg plaats te vinden met de besturen van de waterschappen over de opzet van de trajectnota (Tracéwet art. 3), en horen zij betrokken te zijn bij de voorbereiding van de trajectnota en ontwerp- tracébesluit (Tracéwet art. 6 resp. art. 12).

Waterschappen brengen advies uit over trajectnota
Verder dienen de waterschappen formeel een advies uit te brengen over de trajectnota (Tracéwet art. 8). Zo bezien krijgen de waterschappen op verschillende momenten in de procedure adviesvragen. Voor de watertoets is zo nodig ook betrokkenheid van andere waterbeheerders nodig. De informatie-uitwisseling tussen initiatiefnemer en waterbeheerders vindt plaats op ambtelijk niveau. Gedurende dit proces is het aan de betrokken ambtenaren om voor voldoende bestuurlijk mandaat te zorgen. Het is echter ook aan te bevelen om, indien water een belangrijk aspect vormt in de planvorming, reeds in een vroeg stadium tot bestuurlijk overleg te komen voor een vroegtijdige scoping van de wateraspecten.

Commissie voor de m.e.r geeft integraal advies
Binnen de procedure heeft de Commissie voor de m.e.r. een aparte positie. Uit een brede selectie van onafhankelijke adviseurs wordt voor elk m.e.r.-project een werkgroep samengesteld. Deze commissie geeft een integraal advies dat breder gaat dan water. Anders dan bijvoorbeeld de waterbeheerders heeft de commissie geen belangen in het project. In de startnotitiefase brengt de commissie advies uit aan het bevoegd gezag over de inhoud van de richtlijnen ten behoeve van de trajectnota/m.e.r. In de fase van trajectnota/m.e.r. toetst de commissie de inhoud aan de bijbehorende richtlijnen. Vervolgens controleert de commissie in de richtlijnenfase of er contact is geweest met de waterbeheerder, en verwijst in het richtlijnenadvies waar nodig naar de watertoets.

Ministers besluiten over de trajectnota/m.e.r. en ontwerp tracébesluit
De Minister van Verkeer en Waterstaat neemt samen met de Minister van VROM besluiten over de trajectnota/m.e.r. en het ontwerp tracébesluit. In de praktijk is deze bevoegdheid voor hoofdwegen gemandateerd aan het Directoraat-Generaal Personenvervoer (DGP) en het Directoraat Generaal Ruimte (DGR).